| 1 |
 |
“...
pleegden zelfmoord door klei te eten *), de Eboes van de Baai van
Benin brachten zich herhaaldelijk om het leven * * * 4 *). Vandaar dat in
een contract met Domingo Grillo, een van s Comps, agenten, van
1672 de Comp. belooft geen slaven te zullen leveren, die aan Rio
Calabary „ingehandelt sijn”6). Aan Cabo Verde „vallen mede veel
negers ende sijn de beste, swartste en gantsche van geheel Africa
(inderdaad zijn de negers van Senegal sterk) „doch sijn dier ende
schaars, soodat noyt op deselve veel toegeleyt is geworden” 6). Op
Curasao heetten de Elminasche negers strijdlustiger dan die van
Loango, de Congo en Angola, en zich ook moeilijker in hun lot
schikkend7). „
Wij zagen boven insgelijks, dat Lamont de prijs van 100 pesos
voor uitgezóchte slaven (de oude en gebrekkige heetten maque-
rons of magrones, verbastering van manqueron) te laag vond ).
Men had hem dus naar onze munt ƒ 240 geboden. De prijzen stij-
gen in den loop der jaren. Keye kent nog (alles voor jonge, man...”
|
|
| 2 |
 |
“... Bettie gebreckelijk. Een negerin Suzan-
na. Een meyssie Sibilla 4). Met zulk personeel van stakkerds was
zeker niet veel aan te vangen en, nademaal de commandeurs ge-
meenlijk him eigen plantages trouwer verzorgden dan die der Gr.
Ed. Achtb. Heeren (Staats- en particulier bedrijf!), verbaast het
ons niet, dat bij iedere bestuurswisseling de compagniesplantages
heeten te verkeeren in „desolaten staat” 5).
Af en toe deed de Comp. wel iets om haren handel te „animee-
ren”. Wij zagen reeds dat de negers van Ardra gezocht waren.
Daarom verzocht Joh. Lindesay aan Bewindhebberen nu en dan
een schip met Ardrasche of Miensche (d’Elmina) onder die van
Angola aan te voeren, om de negotie te animeeren, „want de An-
goolsche seer traag af (van de hand) gaan” 6). De Heeren ant-
woordden daar op, dat hij al zijn best moest doen om de Angool-
sche slaven aan de kooplui smakelijk te maken, want de Comp.
kon onmogelijk alleen Fidasche of Miensche aanvoeren, omdat
door de overgroote duurte...”
|
|
| 3 |
 |
“...SLAVERNIJ EN SLAVENZENDING
89
Den 19den September 1722 kwam op St. Eustatius het schip
Leusden, kapitein Pieter Ras, met 562 „stuks”, terwijl er onder-
weg 92 gestorven waren. Bovendien waren er vele zieken, die in
het waterfort werden ondergebracht* 1).
Den lOden November van dat jaar ankerde het schip Rusthof
van de Kamer Zeeland. De opperstuurman Jan Beunt voerde het
commando, dewijl kapitein Jan Fortborg 31 Mei te Angola was
overleden. De aanvoer bedroeg 558 stuks. Dooden onderweg 103.
De overlevenden waren ziek en vermagerd door gebrek aan voed-
sel 2).
Het volgend jaar, 1723, den 11 den Juni, arriveerde het schip
Guntersteyn van de Kamer van de Maze. De opperstuurman Nic.
Blom voerde het commando, dewijl kapitein Jan Hoogendam 5
Maart te Angola was overleden. Aanvoer 644 stuks. Dooden on-
derweg 46. Aan wal nog gestorven 41, allen aan buikloop. Onder
de overigen bevonden zich ouden van dagen en kleine kinderen, in
de lading meegenomen, zoodat dit schip een...”
|
|
| 4 |
 |
“...ALGEMEEN REGISTER
Een * achter het cijfer verwijst naar de noot der bladzijde.
Abbot, Thom. 229.
Adriaanssen, Pieter, gouv. S. E. 3.
Adriaensz., Jacob, raadsl. 15.
Aerssen v. Sommelsdijk, Corn. 160.
Aertsen, A. C., vr. v. M. Dickers 191
260*.
----, Daniël 261.
----, Elisabeth, vr. v. G. Lacomb(l)é
- 195.
----, Johannes 260*.
----, Lodewijk 261.
----, Sara, vr. v. B. Tronchin 260, 261*.
Aertsz., Jan, pakhuism. 270.
Albanez, Matth., gouv. Portorico 72.
Alders, Roelof, schipper 127, 145*, 147
157.
Aleppo 13,34.
Algiers 148*,261.
Allegre, Philip 37.
Alloway, Thom., Eng. kapt. 285.
Aimers, Koenraad, secr. v. De Mepsche
43, 45, 46.
Alphen, Hiër. Simons van, predt. 13, 18.
Alvarez, Jos., priester 164, 187.
Amsterdam 271, 287.
Amsterdam, fort 130, 141, 143
213, 217*, 264, 285.
Amyot, Paul, koopm. 223, 242.
Andrew Doria 273,274.
A n e g a d a 72*.
Angola 89.
Anguilla 116*, 169, 201, 214, 216,
224, 225, 245.
Annin, David, schipper 222.
Antigua 93, 112, 113...”
|
|