| 1 |
 |
“...So BESCHRIJVING VAN
de bladeren, en dragende welriekende appe-
len, naar pippingen gelijkende, leveren zij
den reiziger een fraai maar gevaarlijk fchouw-
fpel op. De welriekende en fmakelijke appel is
een hevig vergift, dat ligtelijk den dood ver-
oorzaakt. Uit den ftarn, vloeit bij infnijding
een melkachtig vocht, waarin voorheen de
Indianen hunne pijlen doopten, om dezelve regt
venijnig te maken; de bladeren zelfs zijn
fchadelijk. Wee dengenen, die bij regen
onder dezen boom fchuilplaats zoekt. Het af-
druipend water der bladen is genoeg, om hem
pijnlijk brandende gezwellen, zelfs koortfen te
veroorzaken, fchoon de geiten of cabrieten deze
bladen eten. Deze boom wordt echter om des-
zelfs fraai geaderd ligtbruin hout bemind. Men
maakt daarvan allerlei fchrijnwerk. Ook wordt
hetzelve voor de kalkovens als het beste ge-
rekend. De Negers, die dezen boom om-
hakken en zagen, leggen eerst een vuur rond-
om denzelven aan, om het vergiftend fap te
doen uitdroogen...”
|
|