| 1 |
 |
“...HET EILAND CURASAO. 29
voortbrengselen der natuur.
D weinige uitgeftrektheid van Curagao, het
gebrek aan hooge en groote bosfchen, ver-
oorzaken, dat men er geene wilde dieren vindt.
Behalve een niet groot aantal reebokken, van
het gedacht der damherten,, eenige wilde ko-
nijnen, en enkele wild gewordene honden en
katten, zijn er geene. De andere tamme
viervoetige dieren, zijn allen van Europefche
of Barbarijfche afkomst.
De eerfte plaats onder dezen, bekleeden
de paarden, die meestal van Spaansch en Bar-
barijsch ras zijn, klein, veelal bruin, doch
vlug en taai, zoodat zij zonder voeder en wa-
ter of rust verfcheidene uren kunnen afleggen.
Veelal worden zij op een zachten tel of pas
gang geleerd, hetwelk voor den rijder zeer
gemakkelijk is. De prijs der paarden is ma-
tig, maar het onderhoud zeer duur. Span-
paarden heeft men weinig, ook dulden de ftei-
le bergwegen geene verre togten met rijdtuig
te doen, van daar, dat weinigen chaifen hou-
den. Voor vervoer...”
|
|
| 2 |
 |
“...ET EILAND CURASAO. 53
tt vruchten, vindt men het geheele jaar door,
doch het overvloedigst in en na den regen-
tijd, wanneer men 100 goede oranje appelen
voor 3 of 4 realen (12} of i6j ft.) en 100
limoenen voor 5 of 6 ligte Huivers, waarvan
de 72, 50 ft. Boll, doen, verkoopt. Van
hier, dat men die tot fchoonmaken van hou-
ten tafels, vloeren enz. bezigt, iets, hetwelk
men in Europa wel zou laten.
De Pompelmoes en Adamsappel, eene foort
van chinaasappel, ter grootte van een zes ponds
kogel, groeijen hier in kleiner getal, als me-
de zoete en zure citroenen, waarvan men ech-
ter weinig werks maakt, omdat limoenen be-
ter zijn.
De tamarinde, deze, in de gewijde gefchie-
denis zoo beroemde boom, verheft zijne prach-
tige kruin in bijna alle tuinen op dit eiland.
Dezelve is hoog als een notenboom, doch
doorgaans dikker, grooter en lommerrijker;
de bladen zijn donker groen, uit negen tot
twaalf paar kleine blaadjes beftaande, even als
van den gouden regen. De bloemen...”
|
|