Your search within this document for 'be' resulted in 23 matching pages.
 
1

“...7 , \ INHOUD. 4 Algemeene Befcbrijving en Gefcbledenis. BI. t Ligging en Luchtsgefteldheid . . . 6 Verdeeling des Eilands . . . 4 Voortbrengfelen der Natuur . . . ap Voortbrengfeien voor den Koophandel , 69 Taal, Zeden en Regering . . 71 Bonaire, Aroba enz. . 7 \ 'tl; BE- I 1 ' |f...”
2

“...2 BESCHRIJVING VAN hoogten overblijvende, deze eilanden Curagao, Bonaire en Oroba zouden zijn gevormd. Hoe dit zij, en fchoon deze gisfing veel waarfchijnlijkheid heeft, dit weten wij, dat Curasao N. W. en Z. O. op omtrent twin- tig, en deszelfs grootfte breedte, op ongeveer vijf uren wordt berekend; zijnde het echter, om deszelfs komkommerachtige gedaante in het midden, of op de fmalfte zijde, naauwe- lijks J uur gaans breed. De lengte wordt be- rekend aan de Oostpunt op 308 40,, en aan de Westpunt op 308 2' lengte van de Piek van TenerifFe. Het ligt op 120 30' of 33' Noorderbreedte. Men kan geenszins met zekerheid den naams- oorfprong van dit eiland bepalen. De oud- fte naam was Quiragao. De gewoonlijkfte is Kurasfau, of beter, zoo als nu gebruike- lijk is, Curagao. Gelijk het met bijna alle Westindifche eilan- den is, zoo is het ook hier. De eerfte be- woners waren Indianen, en wel zulke, die onder den naam van Karibes, Kannibalen of Karribanen bekend...”
3

“...HET EILAND CURASAO. 3 der leefden, en aan een goed en kwaad be- ginfel geloofden. Zij waren trouw in woord, en eerlijk maar voor het overige vadzig en lui. De Spanjaarden, die in de 16. eeuw alles in het Nieuwe Werelddeel doorfnuffelden en veroverden, ontdekten hetzelve in 1527 en nanien er bezit van, zonder daarvan gebruik te maken, als brengende goud noch zilver voort. In 1634, den 25* Juni], namen de {laten der Vtreenigde Nederlanden het met eene kleine vloot, geleid door zekeren jan jansz. otzen, aan wien dit eiland, door zijne langdurige zoutvaart in de West- Indie, be- kend was, onder bevel van den Heer jan van walbeek, Oud Raad van Brazil, terwijl aan eenen pirre le grand die weleer als voor- naam officier in Brazil tegen de Portugeezen gediend had, het gezag over de Soldaten werd opgedragen. De West Indifche Compagnie nam het ver- volgens in bezit, en behield het tot den jare 1789, wanneer het aan de Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden werd o...”
4

“...4 beschrijving van field, en even zoo in 1713 In den En- % gelfchen oorlog van 178183,_werdhet wel bedreigd, doch vruchteloos, en ftrekte het tot wijkplaats voor Franfche, Spaanfche en Ame- rikaan fche fchepen. In 1800 namen de Engelfchen Curacao on- der hunne befcherming, nadat de Guadeloup- fche troepen Negers en Kleurlingen het eene maand lang deerlijk geteisterd hadden. Bij den vrede van Amiens aan het moederhand terug gegeven, werd het bij de fpoedige uit- barsting des krijgs, na eenen zoo verderfelij- ker], vrede, in 1805, aangetast door zekeren Brit Murray welke aldaar landde en eenige posten vermeesterde. Hij verbrandde baldadig eenige plantaadjes aan de west- of beneden- zode, maar werdt eindelijk genoodzaakt, met verlies af te deinzen. Hij flierf gedurende deze ze onderneming, en werd te Klein Curagao be- graven. Zoo (*) Zie hier omtrent de befchrijving van Curagao, Amftcrdam 1779. De kaart echter deugt niet,, even min als die van van keulen...”
5

“...8 BESCHRIJVING VAfT tewinden, die van alle zijden over het eiland waaijen. In het na- en voorjaar zijn dezelve fotntijds zeer hevig, vooral de O. N. O. en N. W. winden; als dan kan men zelfs, het klimaat in aanmerking genomen, vooral des avonds, zeggen: het is zeer koud. Zware orkanen zijn echter niet menigvuldig. Sedert die van 17. October 1807, welke aan de gebouwen zeer veel fchade deed, heeft men er geenen gevoeld. Zuid-Westen en Zuidewinden, heeft men doorgaans bij regen. De lucht is hier droog, en de dampkring. fchijnt met fcherpe zoutzure deeltjes ver* mengd, echter niet zoodanig, dat dit der ge- zondheid nadeelig zij. Veeleer fchijnt deze gefteldheid des dampkrings toe te brengen tot de gezondheid dezes eilstnds, en hetzelve te be^ hoeden tegen die aanftekende en verwoestende ziekten, anders in de West-Indifche eilanden zoo gemeen. Van daar, dat zelfs voor nieu- welings aangekomene Europeanen, bij eene eenigzins geregelde levenswijze, weinig gevaar is...”
6

“...12 BESCHRIJVING VAN den Oroba enz. of naar Europa beftemd zijn, moeijelijk valt, tegen den ftroom op te werken; doch de Koloniale en Amerikaanfche fcherpzei- lende goletten barken enz. kunnen dit veel be- ter dan de Europefche fchepen doen, vooral de zoogenaamde Pilotboab. Voor of een wei- nig ten Oosten der haven, ligt een koraalrif even onder water. Westwaarts vindt men de baaijen Piscadero of Visfchersbaai ; St. Mie hi el, waar een ver- laten fort is; verder Porto Maria, St. Mar- tha St. Kruis enz. Benoorden liggen de Baaijen St. Joris, St. Pieter of Pedro en Hati; deze laatfte is merkwaardig, om eene onderaardfche grot of fpelonk, bij de plantaadje van dien naam, welke eene aanzienlijke ruimte heeft, en wttarin men met moeite nederdaalt. De bovengenoemde zeezoutzure gefteldheid der lucht, het gebrek aan groote bosfehen, nevens de fmalheid en al te groote nabijheid des eilands aan de vaste kust, maken de jaargetijden zeer ongeregeld, en den vruchtbaar...”
7

“...MET EILAND CURASAO. i? is een zeer ongeregelde vierhoek (trapefium'), aan drie zijden met hooge muren, een banket en drie kleine bolwerken voorzien. Aan den wa- terkant, is eene goede kaai, de Waterkant naamd, met vele ordelijke huizen en win- kels. Hier liggen de fchepen en vaartuigen te losfen en te laden, even als in Rotterdam aan de Boompjes. Achter deze kaai, is de Heereftraat, aan beide zijden met redelijk goe- de huizen, pakhuizen en winkels voorzien. De voornaamfte ftraat echter is de Breeds- jlraat, van de haven langs het fort oostwaarts ftrekkende, en tegen den ftadsmuur fluitende. Wijders heeft men vele binnen ftraten en lie- gen; de voornaamfte zijn: achter den muur of de Princefiraat, de Jode Breedftraat, de Keuken- en Verkoopftersftraat enz., welke allen, aan- gezien de kleinheid der flad,.zeer digt be- woond zijn. De binnenftraten zijn allen zeer naauw, en hetgene de engte nog vermeerdert, is de me- nigte van Negerinnen, die, op den grond zittende...”
8

“...HET EILAND CURASAO; ai den, vindt men bijzondere ftegen, gangen en ware buurten, waarvan Carthagena en Magao de voornaamfte zijn. Op den rug eens bergs, waartegen de Zuidzijde fluit, liggen nog drie goede huizen, en aan den voet deszelven eene fcheepstimmerwerf met eene kraan. In de Breedeftraat Otrabanda, vindt men de runen van de, in 1804 afgebrande, Lutherfche kerk, en digt daarbij de Roomfche kerk en pasto- rij. Dit is een weinig aanzienlijk, langwerpig gebouw, met een hoofdaltaar, twee bijaltaren en eenige ellendige fchilderijen verfierd. De gemeente is talrijk, fchoon meest uit Negers, Mulatten en andere kleurlingen beftaande, en wordt bediend door een Pastoor en een Ka- pellaan, en dezen gaat eens s jaars de geloo- vigen op de eilanden Bonaire en Oroba be- zoeken. Langs den zeekant aan de overzijde, vindt men op een rif, tugfchen de zee en een on- diep binnenwater, eene foort van fort, het fort Rif genaamd, den ingang der haven beftrijkende; verder op het...”
9

“... be- ftreken, ook wel donker graauw, hetwelk door de bontkleurige daken en venders, aan de ftad, van eene hoogte befchouwd, iets van eene Neurenburger poppenftad geeft. De ftracen in de Willemjlad zijn vrij goed geplaveid. B 4 Las-...”
10

“...s8 BESCHRIJVING VAN of te zamen 6788 zielen, hetwelk gevoegd bij de 9536 van de Had en omHreken, eene bevolking oplevert van 16324 zielen. Als men daar bij rekent de bezetting, uit onge- veer 380 man bellaande, de op de Savanna, vooral aan de westpunt in hutjes wonende, vrije Negers, die zelden in de telling worden be- grepen benevens de, om de belasting niet opgegevene en s lands Haven, zal men veilig de bevolking op ruim 17000 zielen kunnen Hellen; anderen Hellen die nog hooger (*). Aanmerkelijk is het aantal oude Haven op of boven de 60 jaren, beloopende in de Had en omtrek 1077 en op het land 1007, dus 2084, of ( der bevolking, iets, hetwelk, in het voor- bijgaan gezegd pleit voor de gezondheid van Jiet klimaat. (*) Eene nadere begrooting brengt het getal op 18 of 19000 zielen. VOORT...”
11

“...jo BESCHRIJVING VAN Dit zoo alom te vindene of overgebragte hoornvee, bevindt zich ook op dit eiland. Hetzelve is echter klein, meerendeels rood van kleur fchoon daaronder ook zwarte zijn. Zij fchijnen om den breeden kop eenigzins tot de buffels te behooren. De koeijen geven nog niet de helft der melk van die in Holland, doch de osfen die- nen tot vervoering der goederen en perfo- nen, en trekken zware karren. Zon- derling is het, dat er in plaats van de osfen goed aan te fpannen en door muil- banden te dwingen, altoos een Neger moet zijn, die de koers houdt, en voor de beide osfen loopt, terwijl een ander de kar be- ftuurt. Het rundvleesch is hier niet zeer goed, doorgaans mager en taai, terwijl de beste osfen naauwelijks 500 83 wegen, en oud geilacht worden. Overvloediger zijn de fchapen, die arme dieren, welke zonder menfchelijke hulp ner- gens kunnen beffaan, en echter door den mensch overal worden verfpreid. Zij zijn niet groot van geftalte, en de wol is...”
12

“...HET EILAND CURASAO. 39 De verdere fpinnen zijn niet gevaarlijk, be- halve de kleine oranjefpin, die zich onder het gras, fomtijds ook onder de jamaicaboomen, verbergt. Hare beet veroorzaakt eenen on*, leschbaren dorst; voldoet de lijder daaraan, dan is hij doorgaans fpoedig een lijk. De paarden en koeijett, ongelukkig zulk een dier- tje inzwelgende, moeten het dikwijls met den dood bekoopen. Jegen de beet der oranjefpin, die zich on- der het gras verbergt, is niets beter, dan den lijder fpoedig tabakswater in te geven, zijnde het eenigfte tegengift, om fpoedig het vergift uit te braken, wanneer men doorgaans binnen wei- nige dagen herfteld is. Aan de koeijen, paarden enz., doet men limoenfap ingeven, waardoor zij, bij fpoedige hulp, gered worden. Rupfen en kapellen zijn hier niet zeer tal- rijk noch fraai, alleen de groote Oleander rups uitgezonderd, die fomtijds 6 duim lang, 1 duim in den omtrek en zes en dertig geledin- gen heeft, beurtelings oranjewit en...”
13

“...HET EILAND CURASAO. 0 ijen, peterfelie, fellerij en fpinazie uitgezon- derd, komen hier flecht voort, en zijn fchaars te bekomen, moetende in gevlochtene teenen bedden geplant en zorgvuldig met zoet water begoten worden. De droogte, de fchaarschheid van zoet water, de weinige lust der planters, om iets te be- proeven, alles werkt mede, om de teelt dec moeskruiden flecht te doen uitvallen. Het- gene men hier kool en falade noemt, zou men in Nederland voor het vee werpen. De Broc- coli zou hier wel voortkomen. Zee porcelein is hier menigvuldig. Dit is een goed mid- del tegen de fcorbut. Watermeloenen, canta* loupen of Spaansch fpek zijn hier menigvul- dig; ook zijn dezelve zeer geurig, fappig, en daarbij het geheele jaar door voor matigen prijs te bekomen, zoo wel als de pompoe- nen, die een gezond en welfmakend voedfel opleveren. Eene foort van gekartelde groene komkommers wordt gedoofd, of in het zuur ingelegd gegeten, en is welfmakend. De Ginganbo is eene...”
14

“...52 BESCHRIJVING VAN onderfcheiden worden. De wijfjes dadels dra-r gen alleen vruchten, die geel, eirond en zeer zoet zijn. Boven op de kruin, is eene foort van kool, welke afgefneden zijnde, een heer- lijk geregt oplevert, doch ook den dood des booms ten gevolge heeft; van daar, dat men den boom zijdelingfche uitfpruitfels laat be- houden, welke groot zijnde, zonder hinder kunnen worden gefneden. Van de dadelbladen, worden grove matten gemaakt, en niet onaardige gele ftroohoeden r die zeer ligt en in de hitte gemakkelijk zijn. Men maakt er ook befchutfels en losf daken van; in het kort, geen deel gaat daarvan verloren. Zeer overvloedig zijn de oranje boomenr welker vruchten in zoeten, rinfchen en zuren worden verdeeld; ook vindt men chinaas appe-- len, zoete en zuurachtige, nevens zeer vele li- moenboomen, waarvan het fijn en edel zuur der vrucht het alom bekende Curafaofche li- moenfap oplevert. De zoete foort, fchoon fchaars, wordt, om den aangenamen reuk...”
15

“...ET EILAND CURASAO. 53 tt vruchten, vindt men het geheele jaar door, doch het overvloedigst in en na den regen- tijd, wanneer men 100 goede oranje appelen voor 3 of 4 realen (12} of i6j ft.) en 100 limoenen voor 5 of 6 ligte Huivers, waarvan de 72, 50 ft. Boll, doen, verkoopt. Van hier, dat men die tot fchoonmaken van hou- ten tafels, vloeren enz. bezigt, iets, hetwelk men in Europa wel zou laten. De Pompelmoes en Adamsappel, eene foort van chinaasappel, ter grootte van een zes ponds kogel, groeijen hier in kleiner getal, als me- de zoete en zure citroenen, waarvan men ech- ter weinig werks maakt, omdat limoenen be- ter zijn. De tamarinde, deze, in de gewijde gefchie- denis zoo beroemde boom, verheft zijne prach- tige kruin in bijna alle tuinen op dit eiland. Dezelve is hoog als een notenboom, doch doorgaans dikker, grooter en lommerrijker; de bladen zijn donker groen, uit negen tot twaalf paar kleine blaadjes beftaande, even als van den gouden regen. De bloemen...”
16

“...6+ BESCHRIJVING VAN tijds gebezigd om de Caopat olie te vervat- fchen. De patrijs olie is zeer purgatif en zoo fterk, dat zij den dood kan veroorzaken. De Thee Biek, de Herba Sangoura en de Flos- fanjo worden veel gebruikt. Indigo plagt hier veel geteeld te worden, waarvan de overblijffelen der bakken getuigen dragen. Tabak groeit er bijna niet, en het weinige fuikerriet, op Porto Maria, St. John en St. Pedro aan den Westkant geteeld, deugt tot niets dan tot melasfen en vrij flechten rum., De Alo, te weten de groote Amerikaanfche, is op Curagao zeer menigvuldig. Uit het midden der plant Hijgt de prachtige, met gele bloemen rondom verfierde fteng, welke, na verdord te zijn, zeer goede (lokken voor be- zems en raagbollen oplevert. De bladeren worden gebruikt om (leenen vloeren fchoon te maken. De kleinere foort, fchoon met fraai- jere bloem verfierd, groeit in groote menigte langs de wegen, zonder dat daarvan ander ge- bruik gemaakt wordt, dan om met de blade...”
17

“...HT EILAND CURASAO, 75 genoegzamen ouderdom, vooral de zwarten, die fomtijds tot over de 100 jarn oud worden. Geheel verkeerd is het algemeen gevelen wegens den ongelukkigen toeftand der Haven. Het is waar, zij misfen de voorregten van on- afhankelijkheid en burgerflaat; zij zijn dienst- baar, en men kan over dezelve als onroerend goed, bij verkoop, bflisfen. 1 Maar, lieve Europefche lezers die door de vergrootende berigten der zoogenaamd Philantropifche fchrij- vers opgewonden, den negerflaaf zoo zeer be- klaagt, den negerhandel verdoemt, en blinde- lings die wezens volgt, die den Neger, den Hottentot, zeggen te beminnen, om van de moeite ontflagen te wezen, hunnen evennaas- ten lief te hebben. Ziet, leest, hoe men hier, en bijna in alle Wstindifche kolonin, die flaven behandelt. Zij zijn of de eigendom hunnes meesters, die hen in de velden of in huis laat wer- ken, of wel hun een ambacht laat leeren, waardoor zij zich zelven kunnen onderhouden, en eene matige...”
18

“...76 BESCHRIJVING VAN fchelijkheid gebieden den planters en andere eigenaars van (laven, dezelve wel te voeden, en wanneer zij ziek zijn te laten genezen. De tuinflaven moeten wel het hardst werken, van zonnen opgang tot zonnen ondergang, maar zij hebben s morgens en s avonds vrije uren. Des zondags en op de feestdagen, be- hoeven zij niet te werken, en doen zij zulks, dan is het om hun altoos toegeftane (tukje gronds te bewerken; zoo de eigenaar hunnen arbeid behoeft, dan worden zij daar voor be- taald. Nog dragelijker is het lot der huisbedien- den, van beider gedacht, die, even als Euro- pefche dienstboden, het huis-, kook- en naai- werk verrigten. Deze worden doorgaans goed gevoed en gekleed, en zijn er, als zij zich wel gedragen, en de gunst hunner meesters of meesteresfen weten te winnen, beter aan dan menige dienstboden in het Vaderland. Ver- huurd wordende Negers en Negerinnen kun- nen, indien zij hunne huurpenningen geregeld opbrengen, bijna als vrije...”
19

“.... Veel werks bedeed de midden- en hooge klasfe aan kleeding en opfchik. Veelal zijn de vrouwen en meisjes niet alleen, maar ook de mannen, des zondags, bij feestdagen en be- zoeken prachtig, zelfs boven daat en vermo- gen, 1...”
20

“...HT EILAND CURASAO. Sommigen rekenen, tot de aan Curasao on- derhoorige eilanden, de onbewoonden, Roca, Orchilla en Sola d'Aves, ten Oosten van Bo- naire. Waarheid is hec, dat de Nederlander bijkans de eenigen zijn, die deze eilanden be- zoeken om daarvan droog gras., hout, en in het voorjaar, een ontelbaar getal welfmakende meeuwen eijeren, van de foort der grijze en witte goilands, en de blaauwe mouette te ha- len. Deze vogels worden fomtijds levend gevangen en als eene aardigheid op dit eiland op gek weekt. De Ooiland heeft vier nagels, en drie vliezen aan de pooten, en gelijkt veel naar de zee-eend. Kleiner en bewesten Curagao op den af- ftand van 7 of 8 mijlen, nabij de Spaanfch kust, ligt Oruba, Orobo of Aroba. Hetzelve dient tot gelijk oogmerk als Bonaire. Hier vindt men ruim zoo veel Cabrieten, maar min- der zout. De inwoners maken er zeer fraaije hangmatten. Een Kommandeur beftuurt hier de inwoners, In vrede en kalme tijden, heeft men hier veel handel...”