| 1 |
 |
“...4 beschrijving van
field, en even zoo in 1713 In den En-
% gelfchen oorlog van 178183,_werdhet wel
bedreigd, doch vruchteloos, en ftrekte het tot
wijkplaats voor Franfche, Spaanfche en Ame-
rikaan fche fchepen.
In 1800 namen de Engelfchen Curacao on-
der hunne befcherming, nadat de Guadeloup-
fche troepen Negers en Kleurlingen het
eene maand lang deerlijk geteisterd hadden.
Bij den vrede van Amiens aan het moederhand
terug gegeven, werd het bij de fpoedige uit-
barsting des krijgs, na eenen zoo verderfelij-
ker], vrede, in 1805, aangetast door zekeren
Brit Murray welke aldaar landde en eenige
posten vermeesterde. Hij verbrandde baldadig
eenige plantaadjes aan de west- of beneden-
zode, maar werdt eindelijk genoodzaakt, met
verlies af te deinzen. Hij flierf gedurende deze
ze onderneming, en werd te Klein Curagao be-
graven.
Zoo
(*) Zie hier omtrent de befchrijving van Curagao,
Amftcrdam 1779. De kaart echter deugt niet,,
even min als die van van keulen...”
|
|
| 2 |
 |
“...HET EILAND CURASAO. vj
4. De Westdivifie, de grootfle van allen,
van den Kleinenierg tot aan de Westpunt loo-
pende, is de grootfte van allen. Hier vindt
men, nevens verfcheidene grootere en kleinere
plantaadjen, den St. Christofelberg en den Gr00-
teberg, met een ileilen hollenweg. Op de
plantaadje Fontein, is een klein leopend wa-
tertje, met eene fpringende bron, en op Hati,
ten Noorden van het eiland, gelijk boven ge-
meld is, eene vrij merkwaardige zeer diepe
grot, waarin men langs fteile trappen, in den
rotswand uitgehouwen, af klimt. Op den bo-
dem, vindt men eene bron. Men zal ligt
begrijpen, dat men niet dan met toortslicht daar-
in kan treden. In deze Divifie en in de Oost-
divifie, vindt men verfcheidene veel opbren-
gende zoutpannen. Verder worden hier vele
beesten geweid, en er is goede visfcherij,
De bevolking der drie divifien is als volgt;
Middeldivifie. Mannen en Vrouwen 179 Oostdivijie. ... IP9 , Westdivifie. 5<
Kinderen 260 ... 281 . . 88...”
|
|
| 3 |
 |
“...44 BESCHRIJVING VAN
Riviervisch is er niet, maar wel eene foojx
van modderaal, die men in en bij de zout-
pannen in den modder vindt.
Van de fchulpdieren, hoe menigvuldig in
getal, eet men Hechts de oesters en eene klei-
ne mosfel, hier Cocqueluizen genaamd, en ook
de Alikruik. ~ De oesters zelven, wat men
er ook van praten wil, groeijen hier aan de
boomen en boomftronken.
Zie hier, hoe dit is: de wilde manglesboorn,
( Rhizophora mangle, Linn.) of zwarte man-
glesboom, groeit bijna overal aan de oevers
der binnenbaaijen en kleine eilandjes. Des-
zelfs zachte en buigzame takken dalen in het
water, en vormen daar vaak nieuwe wortels.
Aan deze nederhangende takken, hechten zich
de oesters als in eene veilige fchuilplaats,
telen daar voort, zoo dat deze tak als ge-
heel door oesters omkorst wordt. Wil men
nu oesters vangen of plukken, dan nadert men
zoo digt mogelijk met een pontje aan het
manglebosch, ligt de takken op, (laat er de
oesters af, of men kapt er den...”
|
|
| 4 |
 |
“...HET EILAND CURASAO. $t
de drooge noten worden meest verzonden*
De half drooge noten heeten matrozen.
Men teelt dezelve voort door de drooge noot
aan de bovenzijde rondom af te fnijden, even
te openen, en dan fchuin met de oogen naar
het oosten twee voet diep in eenen kuil te leg-
gen. In weinige weken kiemt dan de plant,
en komt allenskens in vier of vijf jaar tot
eene aanmerkelijke hoogte, fomtijds tot meer
dan ioo voeten. Het gedurig bewegen van
'den top des booms, de pracht der zacht groe-
ne, fomtijds vijftien voetige bladeren doen,
behalve het nut van dezelve, dit werkftuk van
Gods hand bewonderen. Zelden vallen de
noten van dezelve af; de taaije fteng en de
plaatfing der vrucht digt aan de kruih, ver-
hoeden dit, en waarlijk gelukkig, want
wee dengenen, wien zulk eene noot trof.
Met verbazende gezwindheid, klimmen de
negers tegen den gladden, zwiependen ftam op,
om de noten te plukken. De melk der on-
rijpe kokosnoten geeft op het linnen zwarte
bijna...”
|
|
| 5 |
 |
“...So BESCHRIJVING VAN
de bladeren, en dragende welriekende appe-
len, naar pippingen gelijkende, leveren zij
den reiziger een fraai maar gevaarlijk fchouw-
fpel op. De welriekende en fmakelijke appel is
een hevig vergift, dat ligtelijk den dood ver-
oorzaakt. Uit den ftarn, vloeit bij infnijding
een melkachtig vocht, waarin voorheen de
Indianen hunne pijlen doopten, om dezelve regt
venijnig te maken; de bladeren zelfs zijn
fchadelijk. Wee dengenen, die bij regen
onder dezen boom fchuilplaats zoekt. Het af-
druipend water der bladen is genoeg, om hem
pijnlijk brandende gezwellen, zelfs koortfen te
veroorzaken, fchoon de geiten of cabrieten deze
bladen eten. Deze boom wordt echter om des-
zelfs fraai geaderd ligtbruin hout bemind. Men
maakt daarvan allerlei fchrijnwerk. Ook wordt
hetzelve voor de kalkovens als het beste ge-
rekend. De Negers, die dezen boom om-
hakken en zagen, leggen eerst een vuur rond-
om denzelven aan, om het vergiftend fap te
doen uitdroogen...”
|
|
| 6 |
 |
“... moet af kappen, of
wel de fchelpdieren daarvan afflaan. Op bei-
de wijzen, krijgt men natuurlijk oesters,
takken en bladen te gelijk, omdat deze dieren
moeijelijk loslaten, en derhalve is de vertel-
ling van oesters aan de hoornen groeijende,
in...”
|
|
| 7 |
 |
“...HET EILAND CURACAO. $
nut; te weten: men bezigt de bladeren, een
weinig warm gemaakt, om mahonijhout fchoon
te maken en te doen glinfleren. Bovendien
maken de Negers daarvan zeer lekkere koe-
ken. Zij graven, namelijk, de alo plant uit
den grond, fnijden wel meer dan twee derde
deelen van de bladeren af, en laten de rest
aan den kop of ftoel vast. Hierop plaatfeft
zij die in den grond, in eenen met takken
heet gemaakten kuil welke als dan met
aarde overdekt wordt. De bladeren dus zacht
gefmoord of geftoofd wordende, laat men om-
trent vierentwintig uren in den kuil en men
verkrijgt alsdan eenen aangenamen koek, die
zeer gezond voor de borst is. Hierom is de
Alo bier onder den naam van Koekoe Indiaan
(Indiaanfche koek) bekend.
Tot heiningen, waarmede de landerijen
van elkander worden afgefcheiden bedient
men zich, behalve van klipfteenen, van de
Car douche (Cactus monoliformis, Laru, Cac-
tus fico ornatus fpinofisfimus), en waarlijk,
men kan zich geene...”
|
|
| 8 |
 |
“...66 BESCHRIJVING VAN
achtig hout, hetwelk fomtijds- dik genoeg is,
om daarvan fraai ichrijnwerk, als tafels, bu-
fetten enz. te maken. De geheele plant
beilaat uit zeven of acht verhevene ovale
opeengeftaptlde cylinder vormige deelen, die
altoos groen en van pinnen mergachtig
zijn. Deze deelen of armen, welke als pp
elkander geftapeld in allerlei rigtipgen voort-
loopen, zijn met witte, zeer fcherpe (lekeis
of doorneq bezaaid, aan wier ondereinde eeni-
ge kleine blaadjes zijn. Op den top van den
grootften arm, groeit eene gele fomtijds hoog
vleesch kleurige hloem, welke eene foort van
vijg oplevert, die zoet van fmaak, maar met
duizenden van kleine (lekeis vporzien is. Lig-
telijk kan men begrijpen, dat zulk eene haag
ondoordringbaar is, daar de kppnfte en behen-
digfte doordringer zich dadelijk met duizen-
den kleine, maar gevaarlijke wonden zou ge-
ftraft zien, die door de af brekende punten der
doornen verzwering, koorts en fomtijds dep
dood veroorzaken...”
|
|
| 9 |
 |
“...HET EILAND CURASAO. 83
De Curagaonaars zijn veelal goede zeelie-
den en bekwame zwemmers en paardrijders,
die het niet aan pioed en behendigheid mangelt.
De Dames vooral zijn goede paardrijdders*
Eene jonge Jufvrouw in vollen ren berg op
berg af te zien, is niets zeldzaams.
De Admiraal der Independenten, brias, is
vap dit eiland geboortig.
De regering beftaat uit een Gouverneur Ge*
neraal, een raad Contrarolleur Generaal van
de Financin, vier raden van Politie, een raad
Fiskaal en Adjunct Fiskaal, nevens een Secre-
taris van het Gouvernement en van den raad
van Politie. Behalve deze, is er een raad yan
Civiele en Criminele Juftitie, uit een Prefik
dent, vijf Raden en een Secretaris beftaande,
van welken de Prefident en twee leden mees-
ters in de beide regten zijn. Hier bij kmt
nog het Collegie van koophandel en kleine
zaken, en de Weeskamer. De voornaamfte,
ambtenaars zijn de Ontvanger Generaal der
belastingen, de Stempelmeester, de Waag*
meester, de...”
|
|
| 10 |
 |
“...IT EILAND CURASAO. 87
BONAIRE, AROB A ENZ.
O. N. O. waarts van Curagao, ligt het daar-
toe behoorende eiland Bonaire of Buen Aire;
liggende Hechts zes mijlen van hetzelve af, en
omtrent twintig mijlen ten N. O. van de
Spaanfche kust. Hetzelve is ongeveer zestien
of zeventien mijlen in omtrek groot, in een
fchuinfche rigtmg van het N. W. naar het
Z. O. ftrekkende. De reede is aan de Z. Wi
zijde, na bij het midden des eilands, beftaan-
de uit eene vrij diepe baai, waaraan een ge-
hucht of dorp gevonden wordt. De vaartui-
gen die van den oostkant komen, loeven
digt op aan de Oostzijde, alwaar zij het an-
ker, op omtrent 60 vademen waters, en niet
meer dan eene halve kabellengte van het land,
laten vallen (kleine barken en felouken nog
digter), makende men voorts meteen touw het
fchip aan het ftrand vast, vermits het anders
gevaar zou loopen, des nachts, door den land-
wind, wederom in zee te drijven, terwijl al-
daar de grond zoo fchuins afloopt, dat de an-
kers...”
|
|
| 11 |
 |
“...HT EILAND CURASAO.
Sommigen rekenen, tot de aan Curasao on-
derhoorige eilanden, de onbewoonden, Roca,
Orchilla en Sola d'Aves, ten Oosten van Bo-
naire. Waarheid is hec, dat de Nederlander
bijkans de eenigen zijn, die deze eilanden be-
zoeken om daarvan droog gras., hout, en in
het voorjaar, een ontelbaar getal welfmakende
meeuwen eijeren, van de foort der grijze en
witte goilands, en de blaauwe mouette te ha-
len. Deze vogels worden fomtijds levend
gevangen en als eene aardigheid op dit eiland
op gek weekt. De Ooiland heeft vier nagels,
en drie vliezen aan de pooten, en gelijkt veel
naar de zee-eend.
Kleiner en bewesten Curagao op den af-
ftand van 7 of 8 mijlen, nabij de Spaanfch
kust, ligt Oruba, Orobo of Aroba. Hetzelve
dient tot gelijk oogmerk als Bonaire. Hier
vindt men ruim zoo veel Cabrieten, maar min-
der zout. De inwoners maken er zeer fraaije
hangmatten.
Een Kommandeur beftuurt hier de inwoners,
In vrede en kalme tijden, heeft men hier veel
handel...”
|
|
| 12 |
 |
“...< 2 >
bartrams Reizen door N. en Z. Carolina, Georgia, O. en W.
Florida, de Landen der Cheroltees, de Muscogulges, of het Creek
Bondgenootfchap n het Land derChataws, uit het F-ngelsch Vertaald
door j. D. pasteur 3 Deelen met gegraveerde Tijtel en het af-
beeldzel van Mico Chlucco, Koning van de Siminoles, en eene Kaart,
In gr. 8vo.
benkowitz f c, f.) Angelion de Toovenaar, in het Landfchap
Elis, eene zonderlinge Gefchiedenis 2 Deelen met Platen.
Befcbrijving van het Eiland St. Helena, de tweede plaats van Bal-
llngfch >p voor Napoleon Bonaparte, naar het Engelsch en lloogduitsch;
met eene Plaat van de Stad James Town.
bicker (l. ) Aanmerkingen op ter sier s Behandeling der Ingen-
ten-, briefsgewijz aan denzelven medegedeeld, en (trekkende voor*
namelijk om het genot der Verfche Lucht in de Behandeling der Kin
derziekte aan te prijzen, en de voordeelen derlnntinge of Konftige
Befmetting te verdeedigen.
BILDERDIJK C Mr W.) Winterbloemen, 2 Deelen met gegraveerde...”
|
|
| 13 |
 |
“....
' Zedebundige Schoonheden der Ouden, of keur van Spreu-
ken Gezegden en Verhalen. getrokken Hit Latijnfche Schrijvers en
verfierd met d<> Afbeeldfeli van Cicero, Seneca, T. Livius en Roratius,
4 Deelen, in }r. 8vo.
klijn (h. h.) Gedichten, ieDeel met gegraveerde Tijtel en Vignet
van R. Finkcles in Carton.
Willem Frederik George Bodewijk Prins van Oranje
Erfvorst der Nederlanden, Zegezang.
knigge de Arme Heer van Mildenburg, in Brieven, 3 Deelen
met Platen van Buis, Cardon en Bogerts, gr. 8vo.
Gefchiedenis van mijn Leven, 2 deelen compl.
. Lodewijk van Seelberg, of de dwalende Wijsgeer, a Dee*
len met Platen, naar J. Buis, door Fry dag en Cardon.
--------Pieter Klaus, 3 Deelen met gegraveerde Tijtels en Vignet-
ten, derde druk, in gr. 8vo.
-------- Reis naar Bronswijk, met de vervolgen, 3 Stuk*
ken compleet.
KONING, lz. (c. de) De Voorvaderlijke Levenswijze en Gewoon-
ten hier te Lande, van de vroegfte Tijden af, tot aan het einde der
Zestiende Eeuw, beknopt voorgefteld met...”
|
|
| 14 |
 |
“...£ ta >
*oostkamp Cj. a.) AUereerfte Beginfelea der Hemelkunde voor
de Jeugd.
* Eerfte Beginfelen der Natuurkunde voor de Teued.
met Plaatjes. J 6 *
* ---- Korte Schets der Aardrijksbefchrijving van ons Vaderland,
het Koningrijk der Nederlanden, voor de Jeugd.
------ Proeve ten betooge dat ook de Planeten even als
onte Aardbol door levende en redelijke Schepfelen bewoond
worden. Nevens een Tafereel van ons Zonneftelfel, volgens de
nieuwlte ontdekkingen.
pigeau Manier van Procederen; 2 Deeler.
plotho ( k. van) Gefchiedenis der Kozakken, van hunnen oor*
fprong af, tot op den tegenwoordigen tijd, met eene Befchrij-
ving van hunne inrichting en hunne woonplaatfen, met eene ge-
kleurde afbeelding.
potter ( h. ) Reize door de oude en nieuwe oostelijke Departe-
menten van het Koningrijk Holland, en het Hertogdom Oldenburg,
Met vier fraaije uitflaande Platen, verbeeldende: 1) De Stad
en Haven van Embden van binnen met hetStadhuis en de Beurs.
2) De Stad en Haven van Embden...”
|
|
| 15 |
 |
“...'< 13 3*
roscoe (w.) Gefchiedenis van het Leven en de Regering van
Paus Leo X, verrijkt met aanmerkingen van Piofesfor herke,
4 Oeelen, met het Portrait van dien Paus, naar t Schilderij van
Raphael door Portman.
rsel (j. a. ) Natuurlijke Historie der Infecten, met 295 afgezette
platen, IV Deelen VIII Stukken, met het vervolg door kleeman,
twelk t Vde deel uitmaakt ,bcilaande in 26Platen,gr. 410.
RUD0LPH1 ( c.) Tafereelen van Vrouwelijke Opvoeding, met ge*
graveerde Tijtelplaat van Kuyper en Portman, 2 Deelen compl.
saltsmans Aanleiding tot eene verdandige Opvoeding van Op*
voeders.
- Ontwerp om Kinderen op de beste wijze van jongs af tot
Godsdienst opteleiden, 2 Stukken, in 8vo.
schillers Levensbefchrijvingen van eenigen der meest beroemde
en beruchte Mannen, meerendeels van onzen tijd, 3 Deelen tweede
druk gr. 8vo.
scHiLPERooRT (t. (Jlivier) Tafereel der gebeurtenisfen van Eu-
ropa, op het einde der achttiende en begin der negentiende Eeuw,
a deelen met uitflaande...”
|
|