| 1 |
 |
“... uitgeven. Wegens vrees voor inflatie
werd na den vrede de politiek gevolgd van zoo weinig mogelijk papier in omloop te
brengen en de dekking zoo hoog mogelijk op te voeren. Wat later begon men zich bezig
te houden met de vraag hoe de Curagaosche gulden op peil zou kunnen worden ge-
houden, bij een mogelijke daling der Nederlandsche valuta; in 1924 zou in verband
met deze vraag de invoer van zilveren munten, ook uit Nederland, onder overheids-
toezicht worden gesteld.
Aangezien Curagao meer goederen betrok uit de Ver. Staten dan uit Nederland,
regelde de wisselkoers op het moederland zich naar den guldenkoers te New York; op
Curagao ging daardoor een disconto op den dollar gepaard met een premie van den
gulden en omgekeerd. In 1918 stond de dollar 14 % beneden pari, in 1920 en 1921 de
gulden soms 20 %. In 1921 was de uitvoer van Nederlandsche zilveren standpenningen
naar Curagao onmogelijk; later gelukte het door voortdurenden zilverinvoer den
Curagaoschen gulden aan den...”
|
|