| 1 |
 |
“... wel een jacht genoemd, omdat de
eigenlijke fluitschepen meestal grooter waren. Dit vaartuig, dat vermoedelijk bij het
Noorderkwartier thuisbehoorde en ook reeds eerder ten oorlog had gevaren (vloot Jan
Dirksz. Lam, 1624), deed dienst als voorraadschip.
Uit ervaring wetende wat er alzoo kwam kijken bij de eerste vestiging in een nieuw
veroverd gebied, besloot men (Resolutiën Kamer van Zeeland) kalk en steenen mede
te geven tot het bouwen van twee „hovens” (ovens). Van de gesteldheid van Curasao
meende men zóó goed op de hoogte te zijn, dat men in de instructie den aanvoerders
waarschuwde tegen een klein „santbaycken aende andere zijde van het eylandt .
Jammer was het maar dat men zoo karig was geweest in het verstrekken van han -
vuurwapenen; Le Grand was daarover, blijkens zijn rapport van 27 Augustus 1634,
niet best te spreken. ___
Een jacht moest onder Otzen’s aanwijzing de kust van Caracas verkennen, waa
misschien vijandelijke schepen bij verrassing veroverd zouden kunnen...”
|
|