| 1 |
 |
“...voor 's Lands zeedienst waarde hadden;
en de Staatsmarine van dien tijd had
aan bekwame bevelhebbers groote be-
hoefte. Hoezeer Prins Frederik Hen-
drik — de Stadhouder had, na veel
geharrewar, ook over de zeemacht van
den Staat het opperbevel verkregen —
de bekwaamheid der vlootvoogden van
de Compagnie wist te waardeeren,
bewijst de benoeming van Piet Heyn,
in 1629, tot Luitenant-admiraal voor
Holland.
VAN WALBEECK Dat de beide leiders der expeditie
tegen Curasao van 1634 — Johannes
Van Walbeeck en Pierre Le Grand —
weinig bekende personen zijn in onze
koloniale geschiedenis, is niet vreemd;
de verovering der drie Benedenwind-
sche eilanden was geen feit van groote
beteekenis, vergeleken bij hetgeen ver-
richt is in Brazilië, Guinea, Angola
en elders. Voor onze beide helden zelf
was die expeditie niet meer dan een
korte episode in een veelbewogen
leven en van het belang dat hun
succes voor het nageslacht van drie
eeuwen later zou hebben, konden zij
geen...”
|
|