| 1 |
 |
“...— 3 —
5
a. in het algemeen belang;
b. indien te duchten is, dat de aanvrager de bepalingen,
bij of krachtens deze eilandsverordening vastgesteld,
niet zal nakomen;
c. Sndien de plaats, waar de voorstellingen zullen worden
gegeven, niet voldoet aan de door het Bestuurscollege
te stellen eisen van veiligheid, gezondheid en zede-
lijkheid;
d. indien nog geen vijf jaren zijn verstreken sedert een aan
de aanvrager ingevolge deze eilandsverordening ver-
leende vergunning is ingetrokken.
Artikel 5.
1. Een besluit tot weigering van de vergunning vermeldt
de gronden, waarop deze weigering berust.
2. Het wordt niet genomen, dan nadat de belanghebben-
de in de gelegenheid is gesteld om door of vanwege het Be-
stuurscollege te worden gehoord.
3. Tegen de weigering kan de belanghebbende binnen een
maand na de dagtekening van het besluit van het Bestuurs-
college bij de Eilandsraad in beroep komen. De Eilandsraad
beslist binnen twee maanden na de dagtekening van het beroep...”
|
|
| 2 |
 |
“...5
—• 4 —
met de goede zeden of de openbare orde;
c. dat geen andere afbeeldingen ter reclame voor films
worden vertoond dan die, welke vooraf door de com-
missie, bedoeld in artikel 13, zijn toegelaten;
d. dat de schriftèlijke vergunning, benevens alle beschei-
den betrekking hebbende op de nader in deze eilands-
verordening genoemde keuring der voor openbare ver-
toning bestemde films, op aanvraag worden vertoond
aan elk der ambtenaren, bedoeld in artikel 26, en dat
deze ambtenaren alle door hen gewenste inlichtingen
betreffende de vertoning der films worden gegeven.
Artikel 7.
Ter bestrijding van de kosten van administratie en toezicht
betaalt de houder der vergunning ten bate van het eilandgebied
terzake van de hem verleende schriftelijke vergunning bij de
uitreiking daarvan en vervolgens in de eerste maand van elk
volgend kalenderjaar een recht, waarvan het bedrag door het
Bestuurscollege wordt vastgesteld.
Artikel 8.
Indien de ondervinding de noodzaak daartoe...”
|
|
| 3 |
 |
“...— 5 —
5
aan de houder ener vergunning, indien enige ingevolge deze
eilandsverordening of ingevolge de hem verleende vergunning
op hem rustende verplichting niet is nagekomen of indien de
plaats, waar de voorstellingen worden gehouden, niet voldoet
aan de gestelde eisen van veiligheid, gezondheid en zedelijkheid.
Artikel 10.
1. De vergunning kan door het Bestuurscollege voor de
tijd van ten hoogste zes maanden worden geschorst, indien aan
de waarschuwing, bedoeld bij artikel 9, binnen een door het Be-
stuurscollege te bepalen termijn niet is voldaan, of indien na
het zenden der waarschuwing binnen een tijdsverloop van vijf
jaren er andermaal termen zijn voor toepassing van artikel 9.
2. Het besluit tot schorsing wordt niet genomen, dan na-
dat de houder der vergunning in de gelegenheid is gesteld door
of vanwege het Bestuurscollege te worden gehoord.
3. Het Bestuurscollege kan in dringende gevallen het be-
sluit tot schorsing bij voorraad uitvoerbaar verklaren...”
|
|
| 4 |
 |
“...— 7 —
5
4. Het Bestuurscollege is bevoegd om aan de voorzitter,
de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris der com-
missie een vergoeding toe te kennen.
5. De commissie keurt met tenminste drie en ten hoogste
vijf leden, waaronder de voorzitter of plaatsvervangend voor-
zitter.
Artikel 14.
1. Het is de houder ener vergunning als bedoeld in arti-
kel 1, eerste lid, verboden in het openbaar films te vertonen,
tenzij deze door de keuringscommissie, als niet in strijd met de
goede zeden of de openbare orde, voor openbare vertoning zijn
toegelaten. Tegelijk met de films worden de titellijsten en het
materiaal tot aankondiging en reclame van de films gekeurd.
2. Bij openbare bioscoopvoorstellingen, toegankelijk voor
of bijgewoond door kinderen, te wfier aanzien niet voldoende
aannemelijk is, dat zij de leeftijd van twaalf jaren hebben be-
reikt, worden geen films vertoond dan indien en voor zover de
keuringscommissie die voor het vertonen aan kinderen, jonger...”
|
|
| 5 |
 |
“...-11-
5
Artikel 26.
1. Met het toezicht op de naleving der bepalingen van en
het opsporen van de feiten strafbaar gesteld hij of krachtens
deze eilandsverordening zijn belast de ambtenaren, genoemd in
artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering voor Curasao.
2. Zij hebben te allen tijde vrije toegan*» tot alle plaatsen,
waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat openbare film-
voorstellingen worden gegeven.
3. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij
zich die met zo nodig met inroeping van de sterke arm.
4. Is de plaats tevens een wonling of alleen door een wo-
ning toegankelijk, dan treden zij deze tegen de wil van de be-
woner niet binnen dan op algemene of bijzondere schriftelijke
last van de Officier van Justitie of op een bijzondere schrifte-
lijke last van de Gezaghebber. Van dit binnentreden wordt door
hen proces-verbaal opgemaakt en binnen twee maal vier en
twintig uren aan degene, wiens woning is binnengetreden, in
afschrift medegedeeld.
SLOT...”
|
|