| 1 |
 |
“...5
— 2 —
b. openbare bioscoopvoorstellingen, waarbij uitsluitend
films worden vertoond betreffende onderwerpen van we-
tenschap, nijverheid, landbouw en handel, welke als zo-
danig door de commissie, bedoeld in artikel 13, zijn goed-
gekeurd,
mits daarbij wordt voldaan aan de door het Bestuurscollege te
stellen eisen van veiligheid, gezondheid en zedelijkheid.
Artikel 2.
1. De vergunning, bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt
schriftelijk aangevraagd voor een daarbij omschreven plaats. Bij
de aanvrage kiest de belanghebbende woonplaats binnen het
eilandgebied.
2. De aanvrager verstrekt zoveel mogelijk de van hem door
of vanwege het Bestuurscollege gevraagde inlichtingen en be-
scheiden.
3. Binnen twee maanden wordt op de aanvraag schrifte-
lijk beschikt, het Plaatselijk Hoofd van Politie gehoord.
Artiikel 3.
1. Een besluit tot verlening der vergunning houdt in een
omschrijving van de plaats, waar de voorstellingen zullen wor-
den gehouden.
2. De vergunning...”
|
|
| 2 |
 |
“...— 3 —
5
a. in het algemeen belang;
b. indien te duchten is, dat de aanvrager de bepalingen,
bij of krachtens deze eilandsverordening vastgesteld,
niet zal nakomen;
c. Sndien de plaats, waar de voorstellingen zullen worden
gegeven, niet voldoet aan de door het Bestuurscollege
te stellen eisen van veiligheid, gezondheid en zede-
lijkheid;
d. indien nog geen vijf jaren zijn verstreken sedert een aan
de aanvrager ingevolge deze eilandsverordening ver-
leende vergunning is ingetrokken.
Artikel 5.
1. Een besluit tot weigering van de vergunning vermeldt
de gronden, waarop deze weigering berust.
2. Het wordt niet genomen, dan nadat de belanghebben-
de in de gelegenheid is gesteld om door of vanwege het Be-
stuurscollege te worden gehoord.
3. Tegen de weigering kan de belanghebbende binnen een
maand na de dagtekening van het besluit van het Bestuurs-
college bij de Eilandsraad in beroep komen. De Eilandsraad
beslist binnen twee maanden na de dagtekening van het beroep...”
|
|
| 3 |
 |
“... aantoont, kun-
nen de krachtens artikel 4, letter c, gestelde eisen van veilig-
heid, gezondheid en zedelijkheid worden gewijzigd. Het Be-
stuurscollege zendt hiervan schriftelijk bericht aan de houder
der vergunning, met bepaling van een termijn, waarbinnen door
deze aan de gewijzigde eisen zal moeten zijn voldaan.
SCHORSING EN INTREKKING DER VERGUNNING
Artikel 9.
Het Bestuurscollege zendt een schriftelijke waarschuwing...”
|
|
| 4 |
 |
“...— 5 —
5
aan de houder ener vergunning, indien enige ingevolge deze
eilandsverordening of ingevolge de hem verleende vergunning
op hem rustende verplichting niet is nagekomen of indien de
plaats, waar de voorstellingen worden gehouden, niet voldoet
aan de gestelde eisen van veiligheid, gezondheid en zedelijkheid.
Artikel 10.
1. De vergunning kan door het Bestuurscollege voor de
tijd van ten hoogste zes maanden worden geschorst, indien aan
de waarschuwing, bedoeld bij artikel 9, binnen een door het Be-
stuurscollege te bepalen termijn niet is voldaan, of indien na
het zenden der waarschuwing binnen een tijdsverloop van vijf
jaren er andermaal termen zijn voor toepassing van artikel 9.
2. Het besluit tot schorsing wordt niet genomen, dan na-
dat de houder der vergunning in de gelegenheid is gesteld door
of vanwege het Bestuurscollege te worden gehoord.
3. Het Bestuurscollege kan in dringende gevallen het be-
sluit tot schorsing bij voorraad uitvoerbaar verklaren...”
|
|
| 5 |
 |
“...5
— 6 —
nadat de houder der vergunning in de gelegenheid is gesteld
om door of vanwege het Bestuurscollege te worden gehoord.
4. Het Bestuurscollege kan in dringende gevallen het be-
sluit tot intrekking bij voorraad uitvoerbaar verklaren.
Artikel 12.
1. Een besluit tot schorsing of intrekking van de vergun-
ning vermeldt de gronden, waarop de schorsing of intrekking
berust.
2. Tegen de schorsing of intrekking kan de belangheb-
bende binnen een maand na de dagtekening van het besluit van
het Bestuurscollege bij de Eilandsraad in beroep komen. De
Eilandsraad beslist binnen twee maanden na de dagtekening
van het beroepschrift bij met redenen omkleed besluit.
3. Alvorens op het ingesteld beroep te beslissen, kan de
Eilandsraad de uitvoerbaar-verklaring bij voorraad van het
besluit van het Bestuurscollege tot schorsing of intrekking der
vergunning buiten werking stellen.
KEURING EN HERKEURING VAN FILMS
Artikel 13.
1. Door het Bestuurscollege wordt voor de keuring van...”
|
|
| 6 |
 |
“...— 7 —
5
4. Het Bestuurscollege is bevoegd om aan de voorzitter,
de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris der com-
missie een vergoeding toe te kennen.
5. De commissie keurt met tenminste drie en ten hoogste
vijf leden, waaronder de voorzitter of plaatsvervangend voor-
zitter.
Artikel 14.
1. Het is de houder ener vergunning als bedoeld in arti-
kel 1, eerste lid, verboden in het openbaar films te vertonen,
tenzij deze door de keuringscommissie, als niet in strijd met de
goede zeden of de openbare orde, voor openbare vertoning zijn
toegelaten. Tegelijk met de films worden de titellijsten en het
materiaal tot aankondiging en reclame van de films gekeurd.
2. Bij openbare bioscoopvoorstellingen, toegankelijk voor
of bijgewoond door kinderen, te wfier aanzien niet voldoende
aannemelijk is, dat zij de leeftijd van twaalf jaren hebben be-
reikt, worden geen films vertoond dan indien en voor zover de
keuringscommissie die voor het vertonen aan kinderen, jonger...”
|
|
| 7 |
 |
“...— 9 —
5
openbare vertoning van zulk een film te verbieden.
STRAFBEPALINGEN
Artikel 18.
1. Hij, die in strijd handelt met, of niet nakomt de voor-
waarden, verbonden aan een vergunning als bo loeld in artikel 1,
eerste lid, wordt geacht gehandeld te hebben ronder vergunning.
2. Onder handelen wordt in dit artikel tevens begrepen
nalaten.
Artikel 19.
Overtreding van artikel 1, eerste lid, en van artikel 14,
eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee
maanden of geldboete van ten hoogste drie duizend gulden.
Artikel 20.
Hij, die een openbare bioscoopvoorstelling geeft als be-
doeld in artikel 1 op een plaats, die niet voldoet aan de eisen
van veiligheid, gezondheid en zedelijkheid door het Bestuurs-
college gesteld, of tijdens een openbare bioscoopvoorstelling de
desbetreffende voorschriften niet nakomt, wordt gestraft met
hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoog-
ste duizend gulden.
Artikel 21.
1. Het is aan personen van...”
|
|
| 8 |
 |
“...-11-
5
Artikel 26.
1. Met het toezicht op de naleving der bepalingen van en
het opsporen van de feiten strafbaar gesteld hij of krachtens
deze eilandsverordening zijn belast de ambtenaren, genoemd in
artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering voor Curasao.
2. Zij hebben te allen tijde vrije toegan*» tot alle plaatsen,
waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat openbare film-
voorstellingen worden gegeven.
3. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij
zich die met zo nodig met inroeping van de sterke arm.
4. Is de plaats tevens een wonling of alleen door een wo-
ning toegankelijk, dan treden zij deze tegen de wil van de be-
woner niet binnen dan op algemene of bijzondere schriftelijke
last van de Officier van Justitie of op een bijzondere schrifte-
lijke last van de Gezaghebber. Van dit binnentreden wordt door
hen proces-verbaal opgemaakt en binnen twee maal vier en
twintig uren aan degene, wiens woning is binnengetreden, in
afschrift medegedeeld.
SLOT...”
|
|