| 1 |
 |
“... de aldaar besproken onderwerpen.
Het 4e hoofdstuk van het Rr. van Cura9ao, heeft ter uitvoering
van de grondwettelijke gedachte, dat de op Cura9ao gevestigde
bevolking een zoo groot mogelijk aandeel in de samenstelling van
het vertegenwoordigend lichaam zal hebben, een ingrijpende ver#
andering ondergaan. Een nieuw artikel 86bis verkondigt op plech#
tige wijze, dat de Staten het vertegenwoordigend lichaam van
Cura9ao uitmaken. Hoe apodictisch deze bepaling ook moge zijn, zij
geeft aanleiding tot tweerlei uitlegging. Moeten wij deze bepaling
aldus opvatten, dat het der Staten plicht is, ongeacht den grond
van hun mandaat, Cura9ao in zijn geheel te vertegenwoordigen?
M.a.w. dat de Staten niet particuliere boven algemeene belangen
zullen laten praevaleeren? of hebben wij hier de opvatting te hul#
digen, dat de Staten inderdaad krachtens volkskeuze, de werkelijke
vertegenwoordigers van Cura9ao moeten zijn? Men is geneigd, het
grondwettelijke voorschrift indachtig, de tweede...”
|
|