| 1 |
 |
“...290
BRITSCH-INDIË TOT DE MUTINY
stammen die wij lijfwachten aan de khaliefs van Bagdad zagen
leveren; in later tijd de bakermat der macht van Timoer Lem.
Er liep, van Indië uit, een oude handelsweg naar Oost-Europa
door dit land * *), maar het belang hiervan was, door de ontwikke-
ling die de zeevaart rond de Kaap genomen had, geheel vervallen.
Voor de Russen is Turkestan het aangewezen gebied zoo zij aan-
raking willen verkrijgen met Indië en met China.
In het stroomgebied van Amoer en Syr Darja, de eenige
vruchtbare streek van het heele land, vond men den khan van
Khiwa en den emir van Bokhara gevestigd. Tusschen het meer
van Aral en de Kaspische Zee, en tusschen het meer van Aral en
den Oeral, lagen slechts woestijnzand of steppen, door nomaden
bewoond; naar den Oeral toe de Kirghizen, naar de Kaspische
Zee toe de Turkmenen. Soms deden deze volken invallen op Rus-
sisch gebied; lichtten menschen op en verkochten ze op de slaven-
markten van Khiwa en Bokhara. Die...”
|
|
| 2 |
 |
“...292
BRITSCH-INDIË TOT DE MUTINY
tot de Sikh’s en tot Sindh. Tusschen Sindh-Pendsjab en Centraal
Indië strekt zich de Indische woestijn uit, zoodat die Indus-landen
gemakkelijker verkeer met Afghanistan en Perzië, dan met het
midden van Voor-Indië hebben. In de 18de eeuw behoorden zij,
met Afghanistan, tot het Perzische rijk onder Nadir Sjah; by
diens dood in 1747 scheidde zich Afghanistan af, dat ook den
Pendsjab en Sindh onder zijn gezag hield. Later evenwel maakte
zich de emir van Sindh van Afghanistan onafhankelijk. Sindh
wordt bewoond door Mohammedaansche Iraniërs; de Sikh’s in
Pendsjab daarentegen zijnAriërs enBrahmaansch van godsdienst,
maar zonder kastenindeeling. Zij zijn in groepen geordend, geheel
op militairen voet georganiseerd; elke groep kiest haar aanvoer-
der {sirdar). Tusschen deze groepen wordt een nauwer band van
vereeniging gesloten door Ranjit Singh (1791—1839) die de ge-
hoorzaamheid aan Afghanistan opzegt; zijn hoofdstad is Lahore;
hij breidt...”
|
|
| 3 |
 |
“...BRITSCH-INDIË TOT DE MUTINY
293
van den Engelschen naam te herstellen; Kaboel wordt ingenomen
en gedeeltelijk verwoest, maar ditmaal wordt er geen garnizoen
achtergelaten; men acht het verstandiger, zich zelf te ver-
zekeren van de Sikh’s en van Sindh. Op den terugtocht uit Ka-
boel wordt in 1843 Sindh ingelijfd en in 1845 worden de Sikh’s
onderworpen; den zoon van Ranjit Siiïgh wordt een jaargeld toe-
gekend, hij krijgt te Lahore een Engelsch resident naast zich en
er wordt garnizoen gelegd; de Pendsjab is in de positie gebracht
van een protectoraat. In 1849, na een opstand, volgt de inlijving.
Sedert de strafexpeditie 1842 het de Compagnie Afghanistan
met rust, en ook Rusland had voorloopig geene aanleiding, zijn be-
trekkingen met dit land te hervatten. Het doet dit eerst, nadat
Khiwa is gevallen, en Afghanistan daarmede Rusland’s buur is
geworden. In 1878 ontvangt de emir een Russisch gezantschap.
Onmiddellijk wil Engeland er een gezantschap tegenover stellen...”
|
|