| 1 |
 |
“...80
DE THUGS.
naars en roovers, Thugs genaamd. Zy achten hun vereeni-
ging van goddelyken oorsprong, als ingesteld door de godin
Doerga of Bhawanie, en beschouwen de door hen vermoor-
den maar die zy tevens uitplunderen als offers, haar
toegebracht. Onwrikbaar getrouw aan hunne wetten, zijn zy
tevens bygeloovig van aart, en raadplegen voorteekenen.
Zijn die ongunstig, dan geven zy de voorgenomen onderne-
ming op.
De Thugs onderscheiden zich by uitnemendheid door goede
manieren en vormen, die zy zich eigen maken ten einde het
vertrouwen van reizigers des te gemakkelyker te winnen;
en daar hun moordtuig slechts uit een zakdoek bestaat,
zijn zy-zelf ongewapend, om hun helsch beroep te verbergen-
Indien zy nu wisten waar een gezelschap reizigers zich be-
vond, gingen zy dikwijls in den zelfden sera, 1 of op de
zelfde rustplaats, verbroederden zich met hen, en reisden
toevallig f naar de zelfde plaats, f moesten althands over
een groot gedeelte den zelfden weg volgen...”
|
|