| 1 |
 |
“...48
PRENS FREDERIKS VERKLARING.
van Hoogstdeszelfe doorluchtigen vader, om hem de loopbaan
der Trompen en De Ruyters te doen omhelzen.
Prins Frederik, het woord nemende voor zijn jeugdigen neef,
verklaarde, dat, zoo hy-zelf op reeds meer gevorderden leeftijd
tot dit vak, van ouds de roem van Nederland, gekomen, al
dadelyk een hoogeren rang had aanvaard de jeugdige
zoon zijns Koninklyken broeders alle rangen zou doorloopen ;
ja dat de bodem der Van Speyk, waarop hy zich thands be-
vond, hem wellicht als Adelborst zou ontfangen.
Een onvergetelyk oogenblik voor een voor grootsche en
edele indrukken hoogst vatbaar kinderlyk gemoed, waar het
goede zaad steeds een willigen akker vond. Het moet voor
Prins Hendrik onuitwischbaar zijn geweest: de in krachti-
gen eenvoud opgevoede knaap moet hier hebben gevoeld
dat, zoo hy de eerste Prins uit het roemruchtig Huis van
Oranje-Nassau was die de loopbaan der Trompen en De
Ruyters zou betreden, zulks hem verplichtingen oplegde...”
|
|