| 1 |
 |
“...
vaderlandsche geschiedenis, in doodsbeenderen predikt ons :
Zoo gaat de waereld voorbv God-alleen is groot. :
Ook deze spreker herinnert aan den edelen aart en den
rijken arbeid des ontslapenen, hem aan den rand des graf-
kuils toeroepende: Vaarwel dan, Hendrik de Goede! trouwe
zoon van Oranje, cieraad en vreugde van uw Huis, zege-
nende engel van de armen en van gantsch Nederland.
En van den doode zich tot de levenden wendende:
Grijze Vorst! die reeds zooveel hebt overleefd vrede
zij uwen levens-avond, te midden uwer dooden die u wen-
ken, maar ook te midden uwer levenden die. u verblijden,
en waarvan eerst het vierde geslacht u ten grave brenge.
Jeugdige Prins! gy beweent hier uw voorbeeld: een edele
naast den throon. Wees en blijf dat nog lang....”
|
|
| 2 |
 |
“... nog oneindig veel goeds kan werken.
Prins Hendrik is dood, maar eeuwig zal hy in de harten
zijner dankbare Luxemburgers blijven leven.
Wl was hy bemind in zijn leven, wl wordt hy beweend
in zijn graf.
Maar dat is niet genoeg.
Terwijl de linkerhand den traan over zijn verlies afwischt,
strekke de rechter zich tot voortzetting van zijn afgebroken
arbeid.
Dat eerst is Zijner waardig.
Ook hier ja hier vooral geldt het woord des groo-
ten Leeraars: Gaat henen, en doet desgelijks!...”
|
|
| 3 |
 |
“...196
NEDERLANDS VERPLICHTING.
Voortbouwen op zijne grondslagen, is het waarachtigste
rouw- en huldebetoon; iedere kloeke daad in zijnen geest,
is een telkends frisch gestrooide bloem der levenden op het
graf van den immer te betreuren doode; iedere krachtige
handeling naar z ij n voorbeeld, is hem onsterfelyk hou-
den in het midden van ons, in het midden des Volks van
Nederland dat hy zoo lief heeft gehad....”
|
|