Your search within this document for 'brik' resulted in five matching pages.
1

“...Y. De Zeeuw, in 1826 gebouwd, was een der grootste Neder- landsche linie-schepen, en daardoor byzonder geschikt om een jongen zeeman te bekwamen voor zijn vak. Het voerde in de bovenste laag twee-en-dertig stukken geschut van zes-en-dertig pond, en in de onderste een gelijk getal dertigpon- ders, benevens nog een aantal andere stukken, gezamend- lyk ten bedrage van twee-en-tnegentig, en had, naar de toenmalige nieuwste wijze van scheepsbouw, een ronden spiegel. De Prins was er geen vreemdeling. Den negen-en-twintig- sten September 1831 had zijn vader, vergezeld van diens broeder Frederik en Prins Adalbert van Pruissen, hem met zijn goeverneur, den Kapitein-Luitenant Arrins, aan boord gebracht, terwijl het op de Schelde lag ter versterking der flotielje voor Andwerpen. Thands lag het, onder kommando van den Kapitein-ter-Zee Rijk, met de brik De Snelheid ter reede van Texel, en begroette op den twintigsten Mei met een-en-twintig eereschoten een Vorstelyke sloep die van...”
2

“...NAAR DE WESTINDI. 29 Toen echter het vriendelyk lentegroen voor de eerste maal het jachthuisjen omlommerde, mocht men het verlaten noe- men. Den zestienden Mei 1835 was het fregat De Maas, onder bevel van den Kapitein-ter-Zee Arrins, uit Texel ge- zeild, en nevens acht Adelborsten van het Instituut te Me- demblik, voor deze gelegenheid byzonder daarop gedetacheerd, bevond zich aan boord ook de Prins, wien deze nieuwe oefe- ningstocht onder het oog zijns bekwamen goeverneurs in zijne praktische studin krachtig moest vooruitbrengen. De brik De Snelheid, gekommandeerd door den Luitenani- ter-Zee Ferguson, vergezelde het hoofdschip en bleef ge- woonlyk ten achter. Den drie-en-twintigsten Juny liet De Maas het anker val- len in de rivier van Suriname, voor het sterke fort Amster- dam, dat hier dezen stroom en de daarin uitwaterende Gom- mewijne bestrijkt. Den volgenden dag stapte men aan de oude plaats der bloemen, het levendige, nu bovendien nog rijkelyk vlag- gende...”
3

“...68 VAN RIOUW NAAR POELOE-PINANG. heeft gadegeslagen; van den hoogen prijs, die blijkbaar door Hoogstdenzelven is gesteld geworden op alles, wat tot den bloei, den luister en de welvaart dezer gewesten dienstig wordt geacht; bij het bewustzijn eindelijk, dat de geliefde Prins den gevaarvollen en moeijelijken togt in het belang van Nederland en Nederlandsch-Indi getrotseerd heeft. Den dertigsten December lichtten Bellona en Snelheid het anker, 1 den steven wendende naar Riouw, dat zy den ze- venden Oktober bereikten, en waar het schoonste weder de bezichtiging der byzonderste merkwaardigheden begunstigde. Twee dagen later zeilden fregat en brik weder verder, en ' zeiden daarme den Nederlandsch-Oost-Indischen bezittingen vaarwel, terwijl zy nog dien zelfden dag de zuidelykste punt der Britschen bereikten, de levendige reede van Sin- gapoera, waar, onder de tallooze schepen, niet minder dan vier-en-sestig Nederlandschen, zoo koopvaardij- als kustvaar- ders, werden geteld...”
4

“...X. Den acht-en-twintigsten November 1840 werd Prins Hen- drik benoemd tot Kapitein ter zee, en in dien rang deed hy in den zomer van het volgend jaar, onder zijn tot Schout- by-Nacht bevorderden mentor Arrins, een oefeningstocht. In Juny 1841 lag ter reede van Vlissingen een eskader van vijf schepen. Het bestond uit de fregatten De Rijn en De Palembang, met Prins Hendrik en Kapitein Rietveldt res- pectievelyk tot Kommandanten, de korvet Juno, Komman- dant d Kapitein-Luitenant ter zee Klein, de brik De Zwa- luw, onder den Luitenant ter zee lste klasse Enslie, en het stoomschip Etna, onder den Luitenant ter zee lste klasse Coertzen. Den zeventiende der maand liep dat eskader in zee. Zulk een oefeningstocht heeft voor den zeeman een groote waarde. Van de hoogsten tot de laagsten zijn allen bezield met een geest van activiteit, want het oog van den chef gaat over alles, en de minste afwijking in dienst of manoeuvre valt terstond in het oog. De kijkers van officieren en...”
5

“...EEN SCHIPBREUK. 115 Juno aanhield. Daar vernam men weldra de angstkreet: Ter liefde van de moeder Gods, neem ons aan boord: wy zinken! Het bleek nu de Spaansche brik Antonia te zijn, en de Juno spande alle kracht tot redding in, maar worstelde tot tegen den avond toe te vergeefs. De Prins zwalpte te ver aan lij om' bystand te kunnen bieden, en seinde toen: Als de wind aanhoudt, door bekomen schade, afhouden' naar Cadix, maar Juno eerst trachten de Spanjaarden te redden. Slechts en man was nog gered, vier anderen, door het omslaan eener hun toegeworpen boot, waren in de schuimende golven verdwenen. De masten waren over boord geslagen,, en op het slingerend wrak zagen nog acht wanhopende menschen den dood te gemoet in de donkere nacht. Nu nam de storm een weinig af, waardoor kort daarna de zee verminderde. Alle kijkers op de Prins van Oranje waren naar het terrein der worsteling gericht. Men zag de Juno byna rakelipgs langs het wrak komen, n tot aller vreugde werden...”