| 1 |
 |
“...8
BRAND TE BRUSSEL.
de bepalingen der toenmalige staatsregeling hielden Koning
en Staten-generaal zich dat jaar te Brussel op, en derwaart
begaf zich nu ook de Prins van Oranje met de zijnen.
De rechter vleugel van het aloude Hof van Brabant, waar
het machtig woord zijns grooten Voorzaats, den onsterfely-
ken Zwijger, zoo dikwerf beslissend gegolden had, was daar
tot zijn paleis ingericht.
Zoo liefelyk als de herfst was geweest, zoo fel werd de
winter. Reeds met het einde van November kwam de vorst,,
die zich by voortduring' met scherpte gelden deed, vooral in
het laatst van December met snerpenden wind.
Daar klonk in de nanacht tusschen Donderdag en Vrijdag
den acht-en-twintigsten en negen-en-twintigsten December
plotselyk de angstkreet brand! Te sterke verhitting der
verwarmingsbuizen had een ontploffing veroorzaakt, en bin-
nen weinige minuten sloegen de vernielende vlammen het.
paleis des Princen van Oranje uit.
Naauwlyks meer dan tijdig werden de bewoners...”
|
|
| 2 |
 |
“... goed weder en de frissche
zeelucht deed den kranke goed. Dikwerf zat hy op het dek
in een armstoel, en Prins Hendrik was onuitputtelyk in be-
zorgdheid. Hoopvol landde men op Madeira. Natuurlyk was
het een aangrijpend afscheid, toen Prins Hendrik den negen-
en-twintigsten November Madeira verliet.
Den vijftienden December liep Prins Hendrik te Texel bin-
nen. Op het gelaat van den loods, van wien hy zich daar
steeds by voorkeur bediende, las hy een ongewone treurig-
heid. Met de fijne oplettendheid, hem eigen, knoopte hy een
gesprek met den loods aan, en vernam eindelyk dat deze
zijne zuur verworven spaarpenningen, meer dan tien duizend
gulden bedragende, als aandeel in een veelbelovende inpol-
dering op Texel had gestoken, waarvan de najaarsstormen
alle werken hadden verwoest....”
|
|