Your search within this document for 'baron' resulted in seven matching pages.
1

“...ORANJES OPVOEDINOS-SYSTEEM. n Toen de oudste Prins den zesjarigen leeftijd naderde, kwa- men Koning Willem de Eerste en de Prins van Oranje over- een omtrent den persoon die de Koninklyke kleinzonen zou besturen. Ook hierby moest de gevoeligheid van het Noorden en het Zuiden worden ontzien en de keuze viel op Juste Thierry, Baron de Constant Rebecque de Villars. Deze mocht ook zijn naam in Hollandsche ooren luiden als die van een vreemdeling was te s Gravenhage gebo- ren, even als zijn vader, de Generaal Guillaume Anne de Constant Rebecque de Villars, wien de stadhouder Prins Willem de Vierde had ten doop gehouden; zijn moeder was een Geldersche Edelvrouwe, en zijne voorouders hadden ge- durende verscheiden geslachten hun deel gehad aan den roem, door de wapenen der Nederlandsche Republiek behaald te land en ter zee. Zuidnederland kon worden gewezen op Heerlyke goederen, door de Constants sedert drie eeuwen be- zeten in het oudnederlandsch gewest Artois, 1 en op...”
2

“... Paramaribo, aan wal, en terwijl de saluutschoten van het fort Zeelandia hun krachtigen welkoomstgroet donder- den, verluchtte zich de warme Oranjezin van het Hollandsch scheepsvolk, daar op een aantal ter reede liggende oorlogs- vaartuigen aanwezig, in een daverend en eindeloos Hoezee! Aan de Steenen Trap, der booten aanlegplaats, waar de rijtuigen stonden te wachten, werd de Prins ontfangen door den Goeverneur-generaal Baron van Heeckeren, den Kom- mandant der aanwezige Nederlandsche oorlogsschepen Buys, de leden van den Kolonialen Raad, en andere aanzienlyken, allen in volle uniform. Bezetting en schutterij waren onder de wapenen; het muziekkorps der laatste speelde het Wien Nerlands bloed; de Nederlandsche kleuren wapperden alom; aan het gejubel Leve de Koning! Leve de Prins!...”
3

“...- men, sprak de Baron van Heeckeren nog een hartelyk woord ten afscheid, dat door den Prins en den Kapitein Arrins even treffend als met aandoening beantwoord werd. Den tienden July stevende men naar Curagao, in welks schoone, doch helaas niet meer dicht bevolkte haven een week later geankerd werd. Aan die haven betrok de Prins een der fraaie huizen, maar dit was slechts een zeer tijdelyk verblijf, want de vreugde der bovendien reeds door hunne gastvrijheid zoo bekende ingezetenen was hier thands even levendig als vroeger te Paramaribo. De aanzienlykste grondbezitters wedyverden om den zoo welkomen gast op hunne lusthuizen te onthalen, en onder den lommer van tamarinden en kokospalmen klonken de heildronken aan Nederland en zijn Vorstenhuis....”
4

“...DE MAATSCHAPPIJ BILLITON. 127 in Indi dat oordeel gezach byzette. De Prins, die groot belang stelde in de zaak, koos den verstandigsten weg om tot zekerheid te geraken: hy droeg den Heeren Vincent, Baron van Tuyl van Serooskerken en John Loudon op, om zich door zorgvuldig onderzoek op het eiland-zelf van den toestand te vergewissen.. De uitslag was de tot stand bren- ging der maatschappij, met den Prins aan het hoofd. Het eerste jaar dr ontginning bracht niet meer dan zes-honderd seventig pikols op, het tweede jaar nog niet eens de helft daarvan, maar het derde reeds ruim tweeduizend, en in 1873 een-en-vijftig duizend pikols, een waarde vertegenwoordigende van ruim vier millioen gulden, t Was het doorzicht en de volharding des Princen waaraan de maatschappij haar ont- staan en haren bloei te danken heeft. Het stelsel om de handen in-een te slaan n met geza- mendlyke krachten te arbeiden, vond in hem een warm voor- stander, n in ruime mate heeft hy met gezegenden...”
5

“... heildronk aan Zijne Majesteit den Koning-Groothertog, met een daverend Leve de Koning! door de gasten besloten, en door den Prins met een Heil het Groothertogdom! be- andwoord, herdacht d Staatsminister Baron von Bloc- hausen de jaren van het regentschap. Hoeveel is in dien tijd veranderd! sprak hy: Wat was ons Land vroe- ger wat is het thands? Ieder jaar is een schrede voor- waart geweest op den weg van vooruitgang, en aan elk dier schreden hecht zich de naam van Zijn Koninklyke Hoogheid. De dag van heden wijst in de jaarboeken van Echternach en dier schreden aan. Wy hebben het aan Prins Hendrik en aan zijne volharding te danken, dat het grootsche werk der spoorwegen tot stand komt. Ja overal waar Zijn Koninklyke Hoogheid gaat, zullen wy hem met betrouwen volgen....”
6

“...DE PRINS ONGESTELD. 173 grammen omtrent den toestand naar Berlijn zond. Met tiet einde der week beschouwde men den beminden kranke als beterende, en hy-zelf gevoelde zich zo wel, dat hy Zondag voormiddag 12 Jannary den Baron von Blochausen by zich ontfing, om van dezen, die Luxemburg te Arolsen ver- tegenwoordigd had, byzonderheden nopens de huwlyksfeesten te vernemen. Met den middag kwamen nochtans beangstigende ver- schijnselen: de pols versnelde, en klom tot honderd slagen in de minuut. Ernstige bezorgdheid maakte zich meester van de Princes, en ten twee ure snelde Jhr. Holmberg de Beckfeldt1 naar de stad omDr. Aschmann te halen, Inmid- dels verbeterde zich de toestand allengs, en toen de genees- heer verscheen, meende hy dat vroeger versnellen van den polsslag te moeten toeschrijven aan koorts, waarschijnlyk door een lichte verkoudheid opgewekt; voor het overige verklaarde hy dat er thands geen schijn van gevaar bestond. Der minnende vrouwe was daarmede de...”
7

“...EENVOUD, s PRINCEN VOORKOMEN. 193 vorra onderscheidende rede met de vastheid zijner overtui- ging, die niet zelden aanstekend, en door de macht van haar zelfbewustzijn dikwerf mesleepend werd. Vandaar dat hy de zelfde aandacht genoot, onverschillig of hy het woord voerde in de Maatschappij Nederland, of in het Aardrijksr kundig Genootschap, dan of hy sprak tot de handwerkslieden in hunne vergadering van Velen en toch en. De. eenvoud in zijn vorm van spreken was geheel de na- tuurlyke uiting van den eenvoud zijns karakters, die zich nooit verloochende, en vooral op vreemdelingen een diepen indruk maakte. Herinnerenswaardig is in dit opzicht het verhaal van F. J. Loudin, een der Amerikaansche Jubilee- . zangers der Fisk-University, die zich in 1877 hier te lande deden hooren. Die zangers zouden'in February van dat jaar een uitvoe- ring geven ten huize van den Baron Wassenaer van Cat- wijck. Het gehoor bestond uit een hoogst aanzienlyk gezel- schap: de Koningin was...”