|
|
|
|
|
| 1 |
 |
“...94
KONSTANTINOPEL. SULTAN ABDOEL.
om zes of tien roeijers te bevatten, die ze met bliksemsnel-
heid over den effen waterspiegel doen heenschieten.
Vijf dagen later ging men de stad bezichtigen, die in geen
enkel opzicht aan een Europeesche stad doet denken, waar-
by ook de slavenmarkt werd bezocht, waar de te koop zijnde
slavinnen in vertrekken neergehurkt zitten.
Twee dagen later volgde een bezoek aan den Sultan, op het
paleis Besjiktasj. Abdoel Moesjied was van gelijken leef-
tijd als de Prins, doch naar zijn uiterlijk te oordeelen, dat
eenvoudig was, zou men hem ouder hebben geschat; het
boezemde geen hoog denkbeeld in van zijne ziels- en lig-
chaamskrachten. Hij zag er bleek en ongezond uit, en be-
hoefde niet gevaccineerd te worden. Tegenover de ranke,
frissche gestalte van den Hollandschen Prins maakte de be-
heerscher van het groote Ottomanische rijk, al vonkelde de
diamanten ster midden op de borst van zijn blaauw jasjen
ook nog zoo hel, een treurige figuur...”
|
|
|