| 1 |
 |
“...KLOKKEN IN DEN MIST
I7I
Levende; hier' in het ghetto, dat de dankbaarheid niet vergeet
maar wakker houdt van geslacht op geslacht, met veel jiddische
sch-klanken overgefluisterd van ouder op kind, de dankbaarheid
die zich dan breed en barok maar straalt in zulk een barok ook
niet de donkergouden naam van Rembrandt ? tooit met de
kleur van den geprezen dag van heden: Oranje. O mijn God,
nu ik aan dat heerlijke dwaze Joodje denk uit de Clercqs dagboek,
dat Joodje dat zich van top tot teen in oranje gestoken had en zoo
de straat is opgegaan, ik die hier langs de zwarte grachten van
het oude Amsterdam naar den Bidstond ga mijn God, geef dat
daar straks in die kerk niets van glimlachende zelfverheffing en
stompe voldoening over dit moment in de atmosfeer zal han-
gen; mijn God, Gij die in den heml woont en nochtans geen
,,Dieu zijjt, maar tot ons gekomen in het ghetto van een stal
en in dezen tabernakel van dit arme vertrapte vleesch Gij
alleen, weet hoezeer wij allen zijn...”
|
|