| 1 |
 |
“... kolonin.
De economische toestand van Suriname werd echter steeds
slechter, het handelscrediet was zwaar getroffen, er bestond ge-
brek aan geld, de landbouw kwijnde, onderwijs en armwezen
bevonden zich in treurigen toestand, het lot der slaven was diep
ellendig3).
Tengevolge van bestaande klachten zond de koning bij K.B.
van 18 October 1827 generaal-majoor graaf Van den Bosch als
commissaris-generaal naar de West met dezelfde bevoegdheden
als de koning bekleed, ten einde ter plaatse een volledig onderzoek
in te stellen en de noodige maatregelen ter verbetering daarvan
te nemen1).
Begin 1828 kwam hij in Suriname aan. In artikel 2 van zijn
instructie had Zijne Majesteit in overweging gegeven de ver-
schillende Hoofd Besturen der onderscheidene Colonin te ver-
eenigen tot een eenig Hoofdbestuur in Suriname te vestigen, on-
der eenen Gouverneur-Generaal, bijaldien de in en uitwendige-
gesteldheden der Colonin dit zonder merkelijk bezwaar toelieten N
en er gewenschte gevolgen...”
|
|