| 1 |
 |
“...44 CUBA9AO in 1803—1804.
dan eigenlijk wél moest doen met zijn batterijen, Het antwoord.
luidde, elk balf uur één scbot te lossen. x) Middelerwijl
waren de Engelschen evenmin het antwoord schuldig ge-
bleven, en werd het Rif door hen hevig onder vuur geno-
men, zoodat Pontilius wel begreep, dat hij met elk half
uur één schot te lossen, volstrekt geen nut kon stichten.
Daarom zond hij opnieuw een bode om betere, zoo moge-
lijk schriftelijke orders. Nu echter de kanonniers wederom
werkeloos stonden, begonnen zij opnieuw te morren en
verdrietig te worden. En er was reden voor. Niet alleen
het gevaar van het bombardement duchtte men, reeds werd
de vijand bij Mv/ndo nobo aan de zijde van het Rifwater
opgemerkt. Pontilius, waarschijnlijk als vreemdeling (hij
was van Stockholm geboortig) niet voldoende met de straten
en steegjes dezer wijk bekend, vroeg zijn manschappen of
de Engelschen aan de Overzijde en in de huizen in de buurt
Cartagena konden komen, zonder door hen op...”
|
|