Your search within this document for 'oi' resulted in one matching pages.
1

“... (eigenaren en pachters van perceelen ter uitoefening van den kleinen landbouw) 7442; belanghebbenden bij de goudindustrie, alsmede opzichters en arbeiders 2399; huisbedienden 1732; personen, die een be- trekking bekleeden oi een ambacht of beroep uitoefenen, niet afzonderlijk vermeld 1788; waschvrouwen 986; timmerlieden 976; grondeigenaren, administrateuren en opzichters van plantages 608; marktvrouwen 373; kleermakers 242; beambten van politie 182'; sjouwers 180; ambtenaren 177; smeden 166; schilders 153; onderwijzend personeel 143; schoen- makers 137. Reeds veel minder vertegenwoordigd zijn metselaars (90), kuipers (80), kooplieden (77), geestelijken (67), machinisten (24), genees- kundigen (23), ingenieurs (21) enz. Wat de bodem-exploitatie betreft, daarvan wordt het eerst de ontginning van delfstoffen besproken. In 1884 werden in Boven-Suriname, Boven- Saramacca, Marowijne en Corantijn resp. 186, 101,18 en 1 concessjën tot ontginning verleend, wier grootte in hectaren...”