Your search within this document for 'tou' resulted in one matching pages.
1

“...C 17 ) l^ur lettert. Of moet men door de iaafftgenoemcié wieH V e6c*e~i£‘a.(ïa&ers> aan welken die toeroeping gedaan j r?’ verttaan Perfoonen, onderfcheidert van die onbeken- fart\eemd*Jin&e71' dan is het feeker, dat, daar de Dépo- • 1 egt dat die Twee gedïftingueerde ‘Perfoonen hem onbe- Aj ,wjLen en hunne naamen met wiflj de andere TwEfe vv ftuT Pftfa&iers al*dan aan hem bekend moeten zyn ge- ee : dan vraagt de Ondergeteekende met reede* aar°m men je naamen van die bekende Perfoonen, die vvee Meede-PatTagiers, niet heeft opgegeéven, en wat de reecte Vs, waarom men by defelvén meede geene verklaa- ïng van déefe hiftoriette heeft ingewonnen? Immers daar toe tou dan geleegenheid zyn geweeft En derhalven moét t, loo de Ondergeteekende vertrouwt-, U Wël Edele 'oot Agtbaare van felve in het oog lóopen, dat de in- d!ïu v,an deeie depofitie is bezyden de waarheid, en dat I 1 eeae Van deefe geheimhouding der naamen Van die om T be^en^e Meede-Paflagiers geene andere kan zyn...”