Your search within this document for 'pro' resulted in 18 matching pages.
1

“...( is ) bekent, dat een eenig Inwooner van het Eiland St. Èujla* ttus ïn eenig Vaartuig, met Commiflie van Noord-Ameri- ca vaarende, eenige portie of aandeel had. hoe feer Robert Boyd by Num. 8. v. I. Art r. av°ueert,dat twee Matroofen verteld hadden, dat de Doc- f°r van de Sloep, die de Brigantyn genoomen hadde, fou- de geiegt hebben, dat de helft van de gemelde Sloep op ket Eiland St. Euftatius toebehoorde, ioo fal het geene adüruftie nodig hebben om U Wel-Edele Gr. Agtbaare Je doen fien, dat die vertelling der Matroofen geene pro* batie kan opleeveren; foo, om dat die Matroofen* als zyn* de van de Equipagie van de genoómen Brigantyn, geen- lints geconfidei eert kunnen worden neutraal te zyn, als ooi dat die vertelling beruft op het hooren /eggen van den Doo tor die daar van meege geéne de minfte reede van feeker• hetd alle geert j eene vertelling in vago en fonder eenige be- paalde defïonatiebuiten en behalven dat, al was het waar gewceft gat ^ hejfte dier Sloep...”
2

“...08) morie en klagten van fijne Excellentie den Heer AmbafTa- deur York, en weegens de Refolutie en Ordres van hun Hoog Mog. ten opfigte van den Ondergeteekende, om felfs in Perioon oyer te komen, terj fine verantwoording wee- gens gemelde klagten en verflag van fijn gehouden gedrag te doen. onder de Bylaagen, welke gemelde Aanfchryving en Refolutie vergefelden, vond den Ondergeteekende Trans- laat van de Copie van feekeren Brief,! welke den Heer Cr ai fier Greathead, Prtefident van het Eyland St. Chriltof- fel , in pro tempore ^ Commandant en Chef van fijn Groot- Brittannifche Majefieits beneeden Charaibifche Eylanden, aan den Ondergeteeken, in dato den i6 December 1776 ten deefen Annex fub Nutn. 3, foude gefchreeven hebben* ten Replicque op des Ondergeteekendens Antwoord van den Z3 der fe ver maand, ten deefen annex fub Nura. aan den gemelden Heer toegefonden. Hier over was de Ondergeteekende niet weinig verwon- dert, alfoo by na waarheid kan verklaaren de gemelde...”
3

“..., c öö ) van Tortola te brengen, gebuurt, onverrigler faak en tot nadeelige kollen van de Eigenaars te rug. Deeie tegenflrydige wyi'e van handelen deed den On- dergeteekende met regt verfleld ftaan» en daarom fchreef hy andermaal aan gemelde Heer Generaal, in dato den i$ November 1777, lig beklaagende over deefe contradictoire manier van handelen, en dat, niettegenfiaande de Onderge- teekende thans buiten twyffel de Etiquette gebruikt had om eerll aan lijn Excellentie te fchryven over het geval, fulks van geen eflfeét was gewëeft, l'oo als blykt uit Bylaa- ge No. 76. Waar op den Ondergeteekenden weederom een Ant- woord bequam van gemelde Generaal, in dato den i8 No- vember 1777, foo als blykt uit Bylaage No. 77., waar by fijn Excellentie lig tragt te exculpeeren van deefe regtma- tige klagten van den Ondergeteekenden; en offchoon fijn Excellentie weederom fegd, dat het lijn opinie is, dat de gemelde Bark op een Piratifche wyfe van onder de pro- tectie van de Vlag...”
4

“...van gemelde Proteft) Too van deii voornoerhcie Cotbmdn- deur als van den Secretaris van Heiningen * die geweigeft ioude hebben aan gemelde Alloway en lijn Equipagie* orü een Protelt te beleggen en de Engeliche Commiffievaar- ders voor openbaare Roovers 1'oude uitgemaakt hebben. Hier op vond de Öndergeteekende nodig, om aan den gemelde Heer Commandeur van St. Martin , Aanfchryvens te doen, in dato den 16 January 1773, vergefeld met Co- pie van gemelde Brief van Generaal Burt en gemelde P10- tclt; verioekende infiantelyk ten eerfien nodig berigt wee- gens deefe faak aan den Ondergeteekendcn te fenden, om gemelde Generaal behoorlyk te kunnen antwoorden; foö als blykt uit Bylaage Num. 100. Waar op gemelde Commandeur, felfs op St. Euftatius koomende, aan den Ondergeteekenden ter hand Helde een Brief, door lijn Ed. aan den gemelden Heer Generaal ge- fchreevcn; waar in fijn Ed. een gantfeh ander verhaal van de faak en omftandigheeden geeft,als Alloway in fijn Pro- refi, foo...”
5

“... kunnen behëlfen, te doen beleg- gen.^ .... ......... ............................ Dit gedaan hebbende, foo fchreef den Ondergeteeke ten antwoord aan gemelde Heer Generaal, in dato den 13 April 1778 , een Milfive, waar in de öndergeteekende meld, dat lijn Excellenties Brief met bovengemelde Pro- tect on t fan gen hebbende, het materieele van het ampel Re- laas in gemelde Proteit bevat (naamelyk die omftandighee-. den en plaats van de Captuure van gemelde Vaartuigje door het Amerieaanfch Schip Rattler Snake) gecontradiiceert was door de Confonante Getuigéniflën van agt differente Perfoonen, wraar van feeven direft bewyfen, dat het Schoe- nertje Laazel door het gemelde Schip Rattle Snake niet onder het bereik van het Ge [chut van voornoemde Batterye, maar aan een gantlch andere kant van het Eyiand, en wel digter aan het Eyiand van St. Chrifioffel dan aan dat van, St. Eultatius (zynde het Gahaal tuffchen beiden drié uuren of neegen Engellche mylen wyd, foo als bekènd is) was...”
6

“...( 85 ) vorderde obtineert hy: En het is niet te denken, dat de Capitein van de Americaan hem Browning op vrye voeten foude hebben gefteld, en den gemelden Nceger Slaaf opge- leevert hebben, loo hy niet verieekert was geweeft, dat indien hy beiden niet goedwillig hadcle willen doen, de Ondergeteekende hem daar toe foude genoodfaakt heb- ben. Of ’er nu meer geloof te geeven foü zyn aan het Pro* teil van deefe Browning, voor foo verre het ielve het ge- drag van den Ondergeteekende in deefen betreft, dan aan het Berigt van den Ondergeteekenden , verfterkt met de j bovengemelde Verklaaringen, laat de Ondergeteekende aan het onpartydig en hoogwys oordeel van lijn Heeren en Meefters over en lal maar alleen hier byvoegen, dat hy, na het depecheeren van lijn Brief en de gemelde Verklaa- ringen ter ophelderinge van het laatftgemelde geval en fij- ne conduite, geen nadere inftantie van den Generaal Burt daar over ontfangen heeft. Eindelyk om dc narré van de weederzydfche...”
7

“... ontfangen, in het Eyland over het welk Gy preiideert. Het volbrengen van dit onaangenaam dog indis- penfabel gedeelte van myn pligt, heb ik tot hier toe verfchooven door myn onwilligheid om credit te geeven aan enkelde pubjieque gerugten, of om te gelooven, dat de oude en natuurlyke Geallieerde van Groot-Brittannien, foo verre uit betoog foude kun- nen verliefen, niet alleen de gemeene grondbeginfe- len van het regt der Volkeren, maar felfs de gehei- ligde verbintenis der Tradaaten, om Britfche On- derdaanen op te houden en aan te mbedigen in hun onregtmatig en weederfpannig gedrag tegens hun Voedlterland: Dog, Myn Heer, het is thans op authentique berigten, dat ik uit naam van myn Ko~ ninglyke Meefter Uw moet klagtig vallen: Dat niet alleen voorraad van alle foorten van Pro- vilien en Oorlog - Ammunitien byna daagelyks en opentlyk door de Inwoonders van St. Euüatius aan fijn Majefteits gerebelleerde Onderdanen geleevert word ; maar dat felfs Scheepen geëquipeert en ten...”
8

“... neem de Bewyfen te vorderen van die authen- tieke lnformatien aan U Wel-Edele töegekbmert van foodanige onbetamelyke bedryven, ën dat de voorgedraagen feiten gefpecificeeft en wel gêattes- teert mogen worden tegens de Perfoonen die lig daar aan ichuldig gemaakt foudert hebben; Welke Bewyfen (het zy my vergunt te feggen) U Wel- Edelens voordel hadden moeten vertellen, dewyi het voor my onmogelyk is tegens een gedeelte der communiteit op een algemeene befchuldiging te pro- cedeeren, en nog myn Commiffie, nog de Wetten van het Land laaien my toe iemand fonder eviden- tie te vervolgen; of fonder Bewyfen te condemnëe- ren. En U Wel-Edele kan volkomen verfeékert zyn,' dat dit Gouvernement van dit Eiland, foo dra het felve foodanige compleete lnformatien nopens eenig onwettig bedryf, genoegiaam öm de onderlfelde Mis- dadigers te ontdekken en te overtuigen, ontfangen fal hebbe, alle de behoorlyke fatisfaaie fal geeven die de natuur der gedaane klagte vereifcht, Ten opligten...”
9

“... dejfelfs Leewaad Cha- h.n’ - ribec Eilanden in America 3 en een van de Regters geappoinhleeït tol bet houden der Vreeden binnen het voorfts Eiland van St. Chriftopher„ i^Ompareerde in Perfoon Jöhn. Trottitian, oud fee- ^ ventten jaaren of daar omtrent» welke, na den eed gedaan te hebben öp de Heilige Evangélifieii van God Almagtig, deponeert en fegt. Dat in de maand April 1773, hy Deponent door fijn Vader Hendrik Trottman, Koopman in het Eiland Bar- baaos, (alwaar hy Deponent gebooren is) ter fijner Educatie gefbnden wierd aan de Heeren James en Drinker, Kooplieden te Philadelphia; en dat kort na fijn aankomft aldaar, hy, door fijn voorfz Voog- den gefonden wierd na Prince Town, in de Pro- vincie van Neu Jerfay, in een School aldaar gehou- den wordende door den Eerwaarde Dom. John Withers, voor welke naderhand verkooren wierd tot een der Léeden, om té dienen Cöngfes voor de voorfz Provincie van New Jerfay. En deefe Deponent fegt veidër, dat in de maand September...”
10

“...( ViB ) , • r 'bovengemelde Vreemdelingen hein Deponent en bet Gel'eHchap aan Boord informeerende, dat een Noord- Americaan was, en in verfcheide engagementen al- daar geweeft was met des Konings Trouppen, dog 'dat hy van daar vertrokken was , en verlangde iets anders aan de hand te neemen, waar op den ‘Depo- neut hem deed obferveeren} dat ’er een Brigantyn in dit Eyland gereedlag met Rum en Pro vilten, gédes- tineert na Nieuw-York, en dat hy aan Boord vafi het felve kon gaan, en aldus buiten gevaar, alfoo het felven in ’sKonings dienit was; waar op de Vreetn- deling antwoorde, dat hy liever niet verkoos Weedet na Noord-America te rug te keeren, maar verlang- de na Engeland te gaan. Welk Vertellelrje den De- ponent naderhand bevond alleenlyk gedeftineert te 7.yn geweeft, dm hem Deponent en fijne meede Palfagiers te amufeeren, want den Deponent legt» dat by hunne aankomlt op de Rheede van St. Eu- ftatius, en komende aan de feyde van een Sloep al- daar ten Anker...”
11

“...( I3Ó ) Num. 17. Aan fijn Excellentie James Toung Esq. j Vice-Admiraal van de roode Vlag en Commandant en Chef van fijn Groot-Brittannifche Maje/teits Esqnader op de hoogte van de IVindward Eilanden te Antigua. Myn TIeer, A An my klagten zynde gedaan door de Heeren Penners en Comp, van dit Eiland, als Gecon- figneerdens van het Schip de Watergeus, gecomman- deert door Adriaan Chatelain, toebehoorende aan de Ed. Commercie-Compagnie te Middelbnrg in Zee- land, gelyk meede door de Geconfigneerdens van het Schip de Hoop, gecommandeert door Martinus Bruyne Hogerzeyl, geëigend door de Heeren Snouck Hurgronje en A. Louiiïen van Vliliingen in Zeeland; de eerlte van welke hier eenige tyd geleeden van de Kuit van Africa is aangekomen met een Laading Slaaven welke verkogt zyn, en weeder gelaaden is met een Cargo Weilindiiche en Americaanfche Pro- ducten, uitwyfens delfelfs Manifeft, en gedeilineert na de voorfz Haven van Middelburg; de laat ite van Vliflingen voornoemt...”
12

“... voor het Eiland An- tigua is aangeklaagt, als hebbende aan Boord Pro- ducten van de Britfche Americaanfche Colonien thans in Rebellie, welke onwettiglyk in het Eiland St. Eü- ftawus zvn ingevoert, tegens de laatfte Aéte vanjieé J LI' Par-...”
13

“.... De Heer Gouverneur, na dat hy door de Heer Chalwill geinformeert was, dat hy geen authoriteit had om iets te doen, had fig behooren te vervoe- gen by de Perfoon die hem aangeweefen wierd daar toe magt te hebben: om wat reeden hy fulks niet gedaan heeft, fal hy beft weeten; het blykt klaar uit de Memorie, dat hy geinformeert was waar fig tnoeft addrefl'eeren; hy erkend ook, dat hem ge- fegt was, dat het Brigantyn irt de bewaaring der Officieren van de Douane berufte; uit de Memorie lelve, derhalven is fijn verfuim blykbaar; niet min- der is het foo, dat had hy het Advis van den Pro- cureur Generaal gevolgt, hy na alle waarfchynelyk- hdd geene fchaade, ten minften voorfeeker niet die, waar over hy thans klaagt, fou geleeden hebben. Voorts, voor foo veel dat gedeelte van fijn Memo- rie, my raakende, betreft, myn gedrag feedert het ogenblik van fijn Addres aan my, is adiver geweeft als het fijne; fijn Memorie aan U geprefenteert, en welk door U Edele aan my gefonden is...”
14

“... twee gew?aapende Ameri- caanlche Vaartuigen aangehouden had, om hun wan- gedrag, en niet dulden foude dat eenige van die Zeefchuimers ichuilplaats in de Havens van fijn Gou- vernement naamen, of hunne geplunderde Pryfen daar in bragten. Het fou my leed doen reeden te hebben het Gouvernement van haar Hoog Mog. in een mindef favorabel^ ligt aan myn Hof te moeten reprefentee- ien, en in naam van myn Meefter, hoop en verwagt ik van Uw Excellentie, dat voor het toekomende niet gedoogen fal, dat eenig gewapend Americaanfch Havens van Uw Gouvernement pro- tedie Ontfangen, of eenige van kunne geplunderde Pryfen mogen opbrengen; want foodanige handel- wys is aan Uw Excellentie bekend, dat voor myn Meefier ten hoogften beleedigent fou zyn, en eelt inbreuk maken in die Vriendfchap, welk ik wenfch dat altoos mag fubfifteeren tulTchen den Koning myn Meefter en hun Hoog Mog. Ik word foo even geinformeert dat Uw Excel- lentie in hegtenis hebt eenige Americaanen, die Zee- roverlyk...”
15

“..., welke ik van weegens myn Souverain heb moeten doen, defelfde Voordeelige uitkomit haden weedervaaren. Het geval van de Heer Gouverneur is netelig, en ik word gefegt het moeyelyk is eén mode van redres aan te wyfen. Het heeft feedert lang in handen vari fijn Majeiteits Pro- cureur Generaal geweeft. De flegte ftaatvail fijn gefondheid en een meenigte faaken van gewigt* heb- ben tot hier toe fijn berigt weederhouden. Maar Eeê tol-...”
16

“...( *i'o ) volgens de befte informatie die ik kan bekomen, is de Heer Gouverneur felfs te laaken ge weeft ; of hy had voor myn aankomft een weg kunnen inflaan, die efficayieus de inconvenienten had kunnen voor- komen, welke feedert plaats hebben gehad. Uw Ed. bekomt thans hier neevens een tweede Brief over het geval van de Sloep Welcome. Ik ben met behoorlyk refped, Onder üond, Uw Edele gehoorfaamfte Antigua en onderdanige Die- den i8 Nov. naar, 1777. Geteekenr, IVtilt am Mat tew Burt. Num. 78, Tranflaat- Aan de Edele Abraham Chalwil. Myn Heer * TTEeden heb ik ontfangen een klagfe van de Fd. Gouverneur de Graaf, over het, volgens myn opinie, Zeerovelyk wegvoeren van de Sloep W el- come, van de Rheede van St. Euftatius. Den Pro- cureur Generaal fal aan Uw en den Colletfeur op dat fubjed fchryven. ik moet verl’oeken dar lijn Advis en Diredie gevolgt werd, en dat de Misda- digers behoorlyk in feekerheid genomen werden, om te regt gefteld te kunnen werden. Ik ben...”
17

“... procedeeren daar omtrent de diredien van lijn Majelleits Pro- reur Generaal volgen. " Ik ben, T}At Gy of den Colledeur van Tortola, na myne Brieven van den 7 deefer, eenige twyffeling kunt overhouden, ten opfigte van de onwettige detentie van de Sloep Welcome, en desfelfs Zeeroverlyke wegvoering van de Rheede van St. Eullatius,. is onbegrypelyk. Den Procureur Generaal verfeekert my meede Uw op dat fubjed gefchreeven te hebben. Ik moet nogmaals beveelen, dat defelve met haar toebehooren, &c. gereftitueert werd aan de ordre van den Gouverneur van St. Eufta- tius. Ik ben, Myn Heer Antigua den 7 Nor. 1777. Onder Hond, Uw onderdanige Dienaar. Aan de Edele Abraham Qhalwill j Esq. Myn Heer, Antigua Myn Heer j den 18 Nov. *777' Onder Hond, Uw onderdanigfte Dienaar. Aan Eee x...”
18

“... een Sloep, welk gefegt wierd een Tender van de Brigantyn te zyn, de Americaanfche of Pro- vinciaale Vlag opheilïen in haar Bakboords {taande Wand, foo als de Brigantyn >kort daar op méède deed; dog het vuur van het Fort niet ophoudende, haalde de Brigantyn en de Sloep haar Provinciaale Vlag neer, en haalde de Franfche op, aan hunne Ttf i Maft» \ ■% IIS.1...”