Your search within this document for 'mo' resulted in 23 matching pages.
 
1

“...aan hun Hoog Mog. rapport te doen, en om voorts den ön* dergeteekenden te requireeren, om ten fpoediglten en fon- der dilay herwaarts over te komen, om behoorlyke infor- matie te geeven van al het geen geduurende lijn Gomman* mandement op het Eyland St. Euttadus, met relatie tot de Americaanfche Colonien en der fel ver Scheepen 1'oude mo- gen zyn gepaffeert en ter fijner kenniife gekomen, en fijn gehouden gedrag voor hun Hoog Mog. open te leggen. Ter voldoeninge aan die Aanfchryvinge van hun Hoog Mog., welke aan den Ondergeteekenden per U Wel-Edele Groot Agtb. Miffive, in dato 2? Maart 1777 is meedege- deeld, is dan ook den Ondergeteekende, na dat hy de no- dige ordres hadde getteld op fijn Commandement , her- waards overgekomen; en hem zyn vervolgens, met en be- neevens Copien der Bylaagen* welken aan de Memorie van klagten van den Heer Ridder York zyn gevoegt ge- weelt en in fig fouden moeten bevatten die foogenaamde autentuqde berigten , waar op lig de hier...”
2

“... hebben. ................# Hier meede nu aangeroond hebbende de illiquiditeit eri direéie onwaarheid van het eerfte Toïnlt der klagten van den Heer Ridder York, als of de Ondergeteekende oog- luikende foude hebben toegelaaten het uitruilen van Schee- pen door de Americanen op St. Eullatius; fal de Onder- geteekende toetreeden tot een onderteek van het volgende tweede Tomtit. z. Dit tweede point van het beklag befiaat hier in, dat de Ondergeteekende foude hebben toegelaaten het neemett van een Engelfcb Schip door eeneit Amcricaanfchen Zeerover> byna onder het Gefchut van fijn Eiland. Alvoorens te betogen de ongenoegfaamheid der bewy- fen, die tot praetenfe probatie van deele beichuldiging in de Bylaagen, door voornoemde Heer York aan hun Hoog Mo- gende overgeleevert, te vinden fouden zyn, kan de Onder- geteekende niet afzyn preeallabel te remarqueeren, dat dc klagten of Jig felve $ foodanig als defelve tegen hem is in- " ge-...”
3

“...( i9 ) confequentiam, fd kunnen confteeren , dat die neeming by na onder het Gefchut van St. Euliatius gefchied foude xyn; maar dat het daarenboven, loo al niet feeker, im- mers aHerwaarfehynelykft is, dat, by aldien die neeming geichied waare byna onder het bereik van het Gefchut van dat Eiland, en dus in die nabyhcid en op foodanigen tyd en plaats, dat men defelve van dat Eiland foude hebben kun- nen beichouwen (het geen onderfteld moet worden mo- gelyk geweeft te zyn, indien men den Ondergeteekenden met eenigen fchyn befchuldigen wil) dan ook de een of ander dier getuigen wel iets van deefe neeming gefien fou- de hebben; dan het welk ter deefen geen plaats heeft ge- had en door hen allen onder eede word ontkend, felfs ook door die geenen, welken erkennen eenige Scheepen van de Wal gefien te hebben. En de waarheid en goede trouw van deefe onkentenis, foo wel als de volftrelue onwaarheid en quaade trouw van het voorgeeven, dat de Ondergeteekende fouden hebben toege...”
4

“...- deur der Fortrelle en Militie van het Eyland St. Eullatius, als van Johannes Godet, fungeerende als Opper-Conltapel op het gemelde Eyland, beiden door hun op den eed by den aanvang hunner refpeftive bedieningen gepafleert, jn datis 2.3 December 1776, en ten deefen annex lub Num 14 en iy, foo fal daar uit confteeren, dat de Scheepen of Vaartuigen van Oorlog van eenige bekende Mo- gendheid, het Fortres lalueerende met Kanonfchooten, altoos Schot voor Schot zyn bedankt, en dat in tegendeel alle Koopvaardyfcheepen, fonder onderfcheid* altoos twee Schooien minder zyn bedankt gewordenj wordende fulks nog nader geconfirmeert door het hier voorengeroelde Certificaat van den voornoemde Abraham Ravené, in dato primo July 1777» ten deefen Annex fub Num. 13, terwyl daar by teffens word beveiligt, dat dit in eene particuliere betrekking ten opfigte van alle Koopvaardyfcheepen fonder on- derfcheid altoos gebruikelyk ook ten deefen poinélueelyk is geobferveert geworden, en dat mitsdien...”
5

“... aller- ingatieuüe lalle, door dien Praslident aan hun Hoog Mo- gende aangedaan; ja de verkeerde applicatie van deern hoon lob wel, als van de klagte van den Heef Ridder York, tegen den Ondergeteekenden ten dien refpeéïe in- gebragt, fal te klaarer in het oog loopen, wanneer men eens voor een ogenblik mogte wiilen fupponeeren, dat de Ondergeteekende (dog het welk wel expreiïelvk en op dfe plegtigite wyfe door hem word ontkent) ten tyde van bet geeven van het Contra-falut geweeten foude hebben, dat het Schip de Andrew Doria, waar aan dat Contra-falut itt voege voornoemt gegeeven is, foude zvn geWeelt een Schip, door het Noord-Americaanfch Congres in Commiffie gefield of door het fdve ten Oorloge uitgerufh, want, daar het blykt dat de Scheepen of Vaartuigen van Oorlog va* aile bekende Mogentheeden, altoos te St. Euftatius worden Contra gefalueert /chot voor fchot, en daar ten deefen cön- ftetrt > dat ’er in cas fubjeêl twee fchooten minder zyn ge- daan, foo foude het alsdan...”
6

“... beëedigde examinatie van Getuigen voor op- gemelde Commiflariflën of Gevolmagtigdens, geenfints fou- de worden toegettaan, om foodanige reedenen, als nader vervat zyn in het Extraéï uit het Regifter def Refólutien eilnntent’en van St. Euftatius, Bylaage Num. 28. De Ondergeteekende voegt hier by, dat hy aan dé twee ^«gemeldeHeeren oftereerde,om foodanige Getuigenifle of , als ’er in bovengemelde geval vefeifcht wier- «voor den Ondergeteekende felfs of twee Commiflariflën VI en. *Gad des Eylands, in prefentïe van gemelde Heerett (den eed door de Getuigen alvoorens in handen Van den On- dergeteekenden of de twee gemelde Commiflariflën uitdeal j *-ynde, als zynde conform de wettige Juris- oictre van het Land) te haten neemen; het geen gemelde Vpe.eren n*ec £oedvonden te accepteeren en daar op on- 'ngter faaken na Antigua te rug keerden. ^ad Ondergeteekende reeds Aanfch'ryvens JJde Heeren en Meefters ontfangen, weegens de Me- mo-...”
7

“... ex- f°'e *an die gantfche gebeurtenis geéven en aantonen; dat net Couvernement van Tortola fig niet overeenkomliig net Regt der Volkeren ten opfigte van hun meergemelde ^'gendom; op een Piratifche wyi'e onder haar Jurisdiftiö tertl^8^ ^edraagen had ; vermits de gemelde Matrobferi gemell °P *uinne komfte met de gemelde Brigantyn door ïLma <',’ouvernement geapprehehdeert zynde* op exariii- • e menden, dat fy defelve uit de Haven van St. Mar- !n’,,fn. ,dus uit die Van een Vriend- en Nabuur - Mo- gend eid vervoert hadden; weshalven het onvermydelyk e pligt was gevveelt van gemelde Gouvernement; nade- den iet e Ve \aartu’ê en Laading terfiond in heflag had- fnr §jnoomen» aelelve te laaten bewaaren, en fecüreefen, een v ,en dat dè Eigenaars, lynde Onderdaanert van Eio-en/len^* en Nafeuur-jVtogendheid, opquaaraen om hint reclameeren; of niet in behoorlyké tyd öp- üoomenoe, delelve uit hoofde van bederf en deperilfement L» pu-...”
8

“... Excellen- tie; het geen aantnerkelyk is; fchoon fijn Excellentie leg , den gemelde Brief van den * o September met eer *1® 17 Otdober óntfangen te hebben, dat feer te verwonderen is vermits gemelde Brief van den io September terttond doof den Ondergeteekènden is gedepecheert geworden, en tufichen Antigua en St. Euftatius ’er. maar drie daagen ieylens is. Maar om hier niet op te blyven liaan, de Un- de, geteèkende rappelleerde fig dat eene S.!eP|en/pS’ Capuein van de Engelfche Kaper, welke de Bark Chris- tiana hadde genoomen ën te Antigua opgebragt, in de maand September 1777 op St. Euftatius zynd,e, fig na e- hooren aan het Gouvernement hadde aangediend, en toen ter tyd de Ondergetekende met den gemelde^PW- lips, 7.ynde insgelyks van Antigua,, eenig gefprek n gehad over de gemelde Bark Ghriftiana, en de befcbulf1- ging van de meergemelde Ros; en denkende, d^t mo e- Ivk die Galt de licentie foude gehad hebben, om den Un- dergeteekendert van deefe onwaarheid te betigten, altoo^...”
9

“...( «8 ) vrye onafhankelyfcheid van de Havens van den Staat, op ^ rr fcni8e ^ationaale faaken aan te neemen als doo* het Kanaal van de Ondergcteekenden, als Opperhoofd dd eelulter metteScnftaande ^Iks aan fijn EdP nooit doo* eemge Gouverneurs van vreemde Mogendheeden te vo0' ren gevveigeit was, foo als nader blykc uit gemelde Byla»' Hier op oordeelde de Ondergeteekende nodig fom wC' derom een onnodige dispuit over de formaliteit en eticiuet' re met gemelde Heer Generaal te vermyden) om fe\k % faak in handen te neemen, en fchreef ten dien einde aan he? ?eer, Gener,aa Burt» 1 j dato den 4 December 17771 het geval ampel genoeg detailleerende, en verfoekenctf relbtuue van gemelde Schoener en behoorlyke voor deefe veriche blyk van de herhaalde infultes en in' igniteiten, door de Engelfche Commiflievaarders aan de a§ Cn i3(Juverain'teit van de Havens van hun Hoog Mo' Num£ 8teP Cegt ’ &C’ l0° ah nader blykt uit B^laage Waar by den Ondergeteekende voegde behoorlvke Ver...”
10

“...r 73 ) raaketi: waar op de Schiplieden van de gemelde Schoener ulks aan hun Schipper bekend maakten, en hg allen des nderen daags morgens addrdfeerden aan den Ondergete- kenden; welke ordonneerde, dat het Volk daar van hunne verklaaringe fouden afgeeven; waar op de Ondergeteken- le aan den Heer Generaal Burt een Brief depecheerde in dato den 16 February 1778; vorderende van fijne Excel- lentie rellitutie van gemelde Schoener, indien defelve in eenige van de Havens van fijn Excellenties Gouvernement mogte ingebragt worden; met opgave dat het fait waar- fchynelyk geperpetreert was door een gedeelte van de Equipagie van de Kaper Enterprife Capitein Charles Mo- lineux , en vordering van eene exemplaire ftraffe teegen de Delinquanten ; en meldende de Ondergetekende teffens, een fwaarer befchuldiging, waar van de narré hier op vol- gen fal, teegens Molineux te hebben en influitende Copie van voorengemelde Verklaaringe, foo als het een en andef nader blykt uit Bylaagen No...”
11

“... aangeleegenheid ) en weederom in een Brief van den 23 Maart 1778, Bylaage Num. it6. Waar in fijn Excellentie fegt, in andere Brieven het ge- meld en in het byfonder het herhaald te hebben in een van de laatdgemelde datum. Maar foo men die naleelt, fal men het ’er niet in vinden* en in geen andere als in de bovengemelde twee. In die van den zt Maart Bylaagb Num. 125-, tragt fijn Excellentie fig te verfchoonen van voor Moleneux of de Kaper Entreprii'e (foo als de Onder- geteekende fijn Excellentie hadde te gemoed gevoerd; ge- pleit te hebben: maar of fulks egter niet foo is, laat de Ondergeteekende over aan een ieder, die fijn Excellenties Brief van den 18 February 1778* (Bylaage Num. u8.)mec attentie leeft. Ja in de Brief van den 23 Maart 1778 (Bylaage Num. 175.) Verklaart fijn Excellentie den meervoornoemde Mo- lineuX nog onfchuldig aan het perpetreeren van Piraterye* door de Schoener Liberty uit de Rheede van Sr. Eufiatius met de gewaapende Boot van fijn Kaper weg re voeren* want...”
12

“... Ondergeteekende pofuive orders van hooger hand kreeg * hoe lig in die con- juncturen te gedraagen; en ten dien einde had de Ondef- geteekende ook getragt te beletten het waayên van de Noord-Americaanfcbe Vlaggen* het welk conftantelyk föö veel mogelyk gepraevenieert wierd door den Ondergetee- kenden; tot dat het Esquader onder het Commando vart den Heer Schout by Nagt, Grave van Byland* op St. Eu- llatius arriveerde, wanneer de Difeétie van de faaken in het Departement van de Rheede en Z,eelaaken op dién Heer devolveerde; maar de Heer Generaal Burt fulks mo- gelyk ignoreerende, en informatie gekreegen hebbende; dat men op de Rheede van St. Eufiatius de gemelde Vlaggen hadde laaien waayen; fchreef aan den Ondergeteekende in dato den 19 Maart 1778 daar over klaagende en dreigén-( de, indien lulks niet belet wierd, daar over aan het Hóf van den Koning fijnen Medtér lig met klagten te Tullen addrelleeren; foo als blykt uit Bylaage No. • 118. Wa-ar op de Ondergeteekende (fürgvuldiglyk...”
13

“...( ) . . Ik heb de eer met die perfooneel refpeft te ïyn, Mv» Heer j Onder ftond, U Wel-Edelens gehoorfaamfte en onderdanigtte Dienaar. Geteekent, Craifter Greathead. Aan de Edele Johannes de Graaf . < Gouverneur van St. Euftatius, &c. &c. &c. . . . _______,_____________/___ Num. 2. Aan ds Edele Craifter Great- heat Esq. j fijn Groot- Brittannifiche Majefieits Commandant en Chef valt de Leeward Carriber Eilanden tt St. Chrïfiophers. St. Euftatius den 13 ‘December 1776. Myn Heer, TK heb wel ontfangen uit handen Van de Heef J- Stanley, U Edelens geëerde Millive van den 17 deefer, Welkers inhoud my vöorquam het geheels Gouvernement van dit Eiland te concerneeren* Wanneer lofle, generale, en fonder omltandighee- den bekleede gerugten de overhand krygen , tendee- rende ojm de harmonie te ftooren die tulfchen de Commandeerende Officieren der refpeftive Gouver- nementen behoorde plaats te hebben; — gerugten miflchien met voordagt verfpreid, om, was het mo- gelyk...”
14

“...( ) ï if \ÜY Johannes Heyliger On Pieter Runnels, Raft- * 5* VV ^en deefes Eilands. Oirkonde ende bekenne, dat voor ons gecompareert is de Heer Johannes Godet, fungeerende alsOpper-Conflapel, ten dienlle vafl de Fidele Generaale geoctroyeerde Nederlandfche Wellindifche Compagnie op het Eiland St. Euila' tius in het Fortres Orange, dewelke verklaarde, op den eed by den aanvang fijner Bediening gedaan» en wel ter requifitie van den Wel-Edele Gellrenge Heer Johannes de Graaf, Gouverneur over gemelde en ondèrhoorige Eilanden Saba en St. Martin. Dat op de ordres van de Heer Abram Raveoé* Commandant van gemelde Fortres, de Scheepen of Vaartuigen van Oorlog van eentge bekende Mo genthei» het Fortres falueerende met Kanonfchooten, defeive altoos Jchot voor ft bot bedankt zyn, en dat integen- deel alle Koopvaardyefcheepen of Vaartuigen, van wat Natie defelvo mogte zyn 3 altoos met twee fchootefi minder zyn bedankt geworden. In kennilTe der waarheid, foo is deefe door hem...”
15

“... eigen Gouvernement, in een aaneenfchakeling van raifon- nementen; van welke het makkelyker is de beweeg- reden te begrypen dan goed te keuren. De Zte- roverfche daad in queftie is begaan in de Haven van St. Martin. Een van de Memórialilten aldaar pre- fënt, begrypende uit de route die hy geinforsieert wierd dat de Vervoerders genoomen hadden, dat net Bfigantyn waarfchyneiyk te Tortofa of in eenig ander der Virginifche Eilanden was opgebragt, ad* drefTeert fig aan den Gouverneur Heiliger, welke, handelende foo als de natuur der faak icheen te ver- eiflchen, hem met een Brief van reclame uit naam van fijne Meelters voorfag, geaddreticert aan de com- mandeerende OfficieT der voorfz Eilanden, die deug- delyk overgegeeven is geweeft) dog niets heeft mo- gen produceereh. Den...”
16

“... fubmiffie en deferentie aan LJ ï^xcellentie * dat wat verlies ook de Heeren Gouverneur en Curfon mo- gen geleeden hebben door het vervoeren en detineeren van de Minerva en haar Laading, het felve fpruit uit haar eige negligentie in het niet vervolgen der rmatregulen hem door my fel ven aangeraaden, en fy moeten fig dat verlies getrooften. Ik vraag U Excellentie excus van myn fen- ti-...”
17

“...v 100 j * i Ai geprefideert heeft over de offerhanden aan de Juni- ?ie gedaan door de Regtbank van dit Eiland 5 maar daarom kan ik egter U Excellencie niet belooven* in antwoord op deffelfs laatüe Miflive, niettegen Baande myne hartige begeerte om in alles U Excel- lentie te gemoet te komen, dat een manifefte ZMo- gende myne Meellers in hunne eige Haven aange' daan, door Britfche Onderdaanen, gefegt te xyn rebellie tegen hun Vorft, geremitteert en uiigewilt fal worden door eenvoudig hun te verpligten den eed te vernieuwen die fy eens verbrooken hebben * en dientt te neemen op fijne Scheepen van Oorlog. Ik beklaag met U Excellencie de verlydende thans omfwervende geelldryvery en enthufiamus; dog kan aan beweegreedenen felfs van dien ferieufen aard, de grondreguls der geregtigheid en bevoegelykheid niet opofiferen, en moet derhalven van myn kas* voortgaan met de Proceduures foo als de Wetten vereiflchen; aan den Raad...”
18

“... genomen is; hun Bergloon fpruit uit het her- neemen. Ik ben dankbaar voor de dispofitie die be- tuigt te hebben, om aan Onderdanen van den Ko- ning myn Meefter Juftitie te doen. Ik bid dat Uw ongeruftheid op dat (tuk fig maatigt, als volkomen overtuigt kunnende weefen, dat 1'y in dit hun Land, en door haar eige Wetten, ampleTatisfaélie fullen erlangen. Het Brigantyn is meede in dit cridcq jaargetyde veel veiliger in de Haven van Tortola * dan op de gevaarlyke open Rheede van St.EuftatiuSi Vermits geen gefubordineert Gouverneur, of occa- fiöneel Commandant van eenige Eyland, geen requi- fitien van een vreemt Gouverneur over faaken van Staat fal in willigen, fonder fig eerft aan my gead- drefleert, en van my ordres ontfangen te hebben, fal Uw Excellentie myn vryheid ten befte duiden, wanneer ik verfoek, dat voor het toekomende, alle Requifitien, direét aan my ter eerfter inftantie mo- gen komen; dit fal tyd winnen en regulierden zyn. Overtuigt dat Üw Exellentie regt heeft om...”
19

“..., verfoek ik te mo- gen reciteeren de Inttruftien door de Koning fijn Meeller, gegeeven te St. James, den z Mey 1776» en in het 16 jaar van fijn Majerteits Regeering, wel- ke, na het opgave der Titul van gemelde Ade,al' dus vervolgt. „ Dat uit kragte van bovengemelde A
20

“... bonnen opgang den volgende ogtend te mo- gen blyven (foo als de gemelde Alloway aan dé voorfz Deponent feide); waar op de voorfz Depo- nent de gemelde Alloway aanraade den volgenden ogtend vroeg op te daan, om fijne Goederen aan vplll p''860’ Want dac hy ltaat kon maaken* vu mits de Gouverneur aan de Brig bevolen had voor Sonnen opgang te vertrekken, en fy het niet en was, dat hy op haar fou laaten Josbrahden, en hy Alloway daar door fijn Kleederen en eenige van fijn Manfchap iou verliefén (foo als Ook waaflyk het *Fva En dervoorfz Deponent verklaard wy- dets, dat de voorfz Alloway aan hem de gemelde Deponent feide, dat hy den Gouverneur het bevel heeft hooren geeven aan den Kanonnier Jofeph Wvath * om na het kort te gaan, en op de voorfz Brig te fc hi eten tot hy haar in de grond geboord hadfeii dat de gemelde Alloway alle de latisfatfie die hy van den Gouverneur kon verwagten ontfangen hads tLn meer legt deden Deponent niet. Was geteekent, r> „ Thomas Skerrett...”