Your search within this document for 'ma' resulted in 15 matching pages.
1

“...Koopvaardy[chip té contra-falueeren, en daar omtrent 'të venigten dat geene, het welk, ais eene ordinaire voellee- vendheid ten opfigte van alle Commercie va a rders pleegt ge- obferveert te worden? Ja fou de Ondergeteekende door 1 u!ks te weigeren, in cas fubjeft, daar hem foodanig ge- hoon Contra-Salut te geeven nergens geinterdiceei t was geworden , lig niet hebben geadregeert eene magt, die al- leen aan lijne Heeren en Meehers competeerende was, en ronde hy lig daar door niet, op eene verregaande w'yfe, ielfs tegen hun Hoog Mog. hebben vergreepen? De On- dergeteekende vertrouwt van ja ; infonderheid daar het, uitfondering alleen van den uitvoer van Ammunitie vatl Oorlog na de Noord-Sïmericaanjche Colonien van fijne Ma- feit van Groot-Brilt annien ^ aan die van St. Kuil a tins vry- hond om met de Noord Americaanen, foo wel als met an- dere Natiën, Commercie te dryven en te negotieeren ; foo f‘s lulks niet alleen, indien al niet exprelfelyk ten minlten rmplicite...”
2

“...v ^ , ( 3* > . teegen de Onderdaanen van fijne Groot-Brittannifche Ma* jelteic te kruiden, en particulier, dat de gemelde geoppo- neerde Ifaac van Bibber, te Sr, Euftatius, geinterefleert was in de meergemelde Baltimore Hero, foo als blykt uk de gemelde Brief en dépofitie, Bylagen lub No. ij en en dit alles op het geloof van gemelde Depofam ; want verders of meer ppfitifs fweert hy niet, als alleen maar reedenen van weetenfchap geevende, dat hy Welfch ge- melde van Bibbers Broeders Vrouw en Familie kende, en wilt, dat die te Baltimore refideerende (waarom het te verwonderen is dat hy ook fig foo grof in den Doopnaam vergift heeft in het geen hy gefwooren heeft) als meede dat gemelde gefuppoieerde van Bibber hem het Comman- do van meergemelde Baltimore Hero foude aangebooden hebben. De Ondergetekende fchreef hier op ten antwoord aan gemelde Heer Generaal, in dato den 11 July 1777, foo als blykt uit Copia van de Brief, Bylaage fub No. 17, datvan Bibber had middel...”
3

“... Stukken en documen- ten aan hunne Gevolmagtigden hier te Lande te lenden; met lalt om fig by hun Hoog Mogende .te-addretieeren, ten einde hoogit der felver interceffie en mediatie , ter obtineerinpe van redres, van het Hof van Engeland, over een dusdanige ongehoorde behandeling van.:hun Kip- dorp, te bekomen, en ten dien einde alle de gefondene Stukken en Documenten voor de oogen van hoogttgemei- de hun Hoog Mogende te leggen; weshalven de Onder- getekende de vryheid hier wederom neemt van Iijne Hee ren en Meeüers te refereeren aan gemelde Stukken en Documenten, en maar alleen tot verdere opheldennge van dit geval ’er byvoegd, dat uit de ielven fal conlteeren; dat gemelde Brieantyn Minerva aan Onderdaanen van den Staat, te St. Eultatius woonende., toebehoorende was; dat defelve in de groote Baay van St. Martins ten Anker leg- gende, van daar op een Piraatfche wyle. door eemge Ma- troofen van defelve, in abienrie van de Schipper, weg ge - voert en onder de Jurisdiaie van...”
4

“... (elven , en nog eenen anderen gepleegt, omtrent twee Handcldryvende Barken van het Noorden komende, daar die Kooplieden in geinterefifeerc vvaaren, en welke te Antigua opgebragt en gecondemrieert Waarenv om daar vdor of Borgtogt of vergoedinge te heb- ben* van de hand geweelen , als kunnende die faak niet gebragt worden onder de Jurisdidie van St. Euftaiius, ver- mits 1'y hunne Praetcnficn in Appel te Antigua na de Con- demnatie moeiten vervolgt hebben, foo als blykt uit By- laage Num. 149, zynde Extrad der Sententiën en Reio- lutien, in dato den ij November 1777. , Behalven nu de voorenaangehaalde gevallen van de hos- tiliteiten der Engelfchen onder het bereik van het Gefchutj, en m de Havens van hun Hóóg Mogende gepleegt; foo bly~ ken vérfcheidene andere gevallen van hoftiliteiten* jagt ma- ken en fchendingen van het regt, der Volkeren en yah de onaf hankelykheid van gemelde Havens, regens de Tradaa- ten loo wel, als tegen de Vrcede en.Vrjendfchap .ftfbfiftee- rende...”
5

“...( i°3 ) , tien en andere Materiaaleri, tót effen five en Zeero- verfche einders, ie fourneeren; dat Ooilög- en Zee- roverfche Vaartuigen in deefe Hdven louden geëi- gend of üitgeruit of geëejuipeert worden, met het gedeclafeert vóorneemen, ötn Zeeröverlyk te kruis- fen op de Scheepen en Goederen van lijn Groot- Brittannilche Majelteits vreedfaame en getrouwe Oni derdaanen, en deielvé prys te ma aken; of, kortom, dat de dagelykfche en opentlvke Befigheid alhier fou bellaan in het erkend Bevorderen van foodanige Zeeroverfche bedryven en plonderingen als befchreë- ven worden: en gelyk her lëlfde Gouvernement vol- ftrekt onkundig is van het alhier prevaleeren van foodanige ürafwaardige praéiycquën, en niet alleen geneegen is defelve voor ie komen, maar daar ne- vens aanbied op elk behoorlyk en welgegrond voor- del, de Perfoonen die geregrelyk daar Van over- tuigt fullen wórden, te llraffen, foo is liet, met het Advis van den Raad van dit Eiland, dat ik de vr,y- heid...”
6

“...( ï 17 3 ^ & Of de voorenftaande Segt ja, antwoorden perfifteert met folemneele eede te beves- tigen. Deefe voorenftaande Vraagen en Antwoorden tëft overftaan van Raaden gedaan zynde, foo heeft deii Geinterrogeerde hier op en by geperfifteert, Soo waarlyk moet hem ‘Depofant God Almagtig helpen. Des t’oirkonde deeles door ons Raaden ën Secre- taris eigenhandig onderteekent. Aftum St. Euftatius in het Fort Orange den 1$ December 1776. Was geteekent, 'Johannes Hey tiger; ‘Pieter Runnels. Oliv. Oyen. *Dirk G. Salomons. Jacobus Seys. Onder ftond, In kennifle van my. Was geteekent, Alexander le Jeunè. Secretaris. Laager ftond, Accordeert met de Origi- neele ter Secretarye van deefen Eilande beruften- de. A&um St. Euftatius deri io December 1776. 'Quod At te flor. Geteekent, Alexander le Jeune. Secretaris. Interrog atorien gedaan ma ei- ken by den IPel- Edele Gejïrenge Heer Johannes de Graaf J Gou- verneur over dit én onderhoorige Eilanden Saba en St...”
7

“...V C iio ) Onder ftond, In kennille van my. Was geteekent, Alexander le Jeune. Secretaris. Laager ftond, Accordeert met de Örigi- neele ter Secretarye dee- fes Eilands beruftende. Ac- tual St. Eullatius den ao December 1776. Quod Atteflor. Was geteekent* Alexander le Jeune. Secretaris. Num. 8. vij. L. ïnterrogatorien gedaan ma a* ken by de JV?l-Ed. Gejlrenge Heer Johannes de GraafGouverneur over dit en onderhoorige Eilanden Saba en St. Martin 3 op en jegens den T erf bon van de Heer Donaltzonj Koopman alhier woonagtig. Vraagen. Art. 1. Of hem bekent is dat Abram van Bibber eenig deel heeft of portie of geintere fleert is in het Vaartuig, genaamt de Bal- timore Hero? a. Of hem bekent is dat eenig Inwoonder van dit Eiland deel heeft in eenig Vaartuig dat met Com- miffie van het Congres van Noord-America voor- fien is ? 3. Of ook gefien heeft toen de Ierfche Brigantyn ge- noomen is, en of fulks ook onder het Gefchut van dit Eiland is geweetL...”
8

“.... i777. Was geteekent, Johannes de Graaf. Portland op de Rheede van Num. Bajfeterre j St. Chrtfiophers den iS Jnny I777. Myn Heer 9 IfK heb de eer gehad foo even te ontfangen Uw I Excellenties Miffive, gedateert te St. Euftatius den II deefer, döor handen van Uw Excellenties Aide de Camp Henricus Godet Esq., in naam van haar Hoog Mog. de Staaten Generaal reftitutie eiffchende van het Schip de Watergeus en deffelfs Laading, bettaande in Weftindifche en Americaanfche Produc- ten, en van het Schip de Hoop en deffelfs Laading, beftaande in een duifend feeven honderd en vyftig Vaatjes Buskruit, en eenige Weftindifche en Ame- ricaanfche Produften, beide in open Zee genoomen door Capitein Colpoys van fijn Groot-Brittannifche Majefteits Schip de Seaford, en in het Eiland Anti- gua opgebragt. In antwoord op deefe Requifitie moet ik Uw Ex- cellentie kennis geeven, dat het Schip de Watergeus en deftelfs Laading, in lijn Groot-Brittannifche Ma- jefteits Vice-Admiraliteits-Hof...”
9

“..., fig terftond geaddrefleert heeft aan de Edele Abraham Heiliger Efq,, welk hem in qualiteit van Gouverneur van het Eiland St. Martins een Brief gegeeven heeft aan de provifioneel Commandeeren- de Officier op het Eiland Tortofa, eifchende, in mam van hun Hoog Mog. fijne Souverainej önmid- delyk reftitutie van de voorfz Brigantyn de Minerva en haar Laading, volgens het regc der Volkeren, en der Tra&aaten van vriendfchap en alliantie tuflchen hoogfldefelve en fijn Groot-Brittannifche Majefteit fubfifteerende. Dat de gemelde Ifac Gouverneur op het overgee- ven van gemelde Brief aan de Edele Abraham Chai- se11 Efq., Regter van fijn Groot-Brittannifche Ma- jefteits Admiraliteits Hof, en Commandeerende Offi- cier ad interimJ van het Eiland Tortofa,’ tot ant- woord bequam, dat de Edele John Fakie Efq., Prefident van fijn Groot-Brittannifche Majefteits Raad voor de Virginifche Eilanden (en fijn Supe* tieur in het bevel, dog toe abfent van het voorfz Eiland Tortofa) die laak van...”
10

“...( *6* ) Num« 40. Aan de Edele Johannes '■ Myn Heer, TlEede, te gelyk met Uw Ed. Miffive van den 31 Óétober, voordraagende de geweldenarye ge- pleegt fn hét wegkappen van de Sloep Welcome van de Rheede van St. Kuilatius, óntfong ik Uw Brief Van den iS O&ober over de fitak van de Heer Gou- verneur met defl'elfs Memorie daar over aan Uw den 4 daar te voofen geprefenteert. Alfoo dit Schip immediaat verlangt gedepecheert te worden over de faak van de Sloep Welcome, is het my onmogelyk thans grondig in deele' materie te treeden: maar fal hier aileenlyk byvoegen dat ik den 15- September van de Heer Gouverneur een fchets ontfangen heb van het geen te Tortofa na myn vertrek gebeurt is. Op den zo heb ik fijn Brief' beantwoord, waar aan ik Uw Ed. refereer, en im- mediaat, foo als hem daar in meld, heb ik fijn Ma- jefteits Procureur Generaal om advis gevraagt hoe in die faak te procedeefen om ampele Jultitie te doen; de Heer Gouverneurs Memorie is gedateert zi Oflober...”
11

“...( i68 ) geeven. De ingellooten Depofitie maakt het ofl'* tw yff'elbaar. Ik ben verfeekert dat deefe faak tot Uw Excellenties kennis komende, niet alleen ten hoogÜen lal gerefenteert worden, maar dat Gy Uw uittelde beft fult doen het lelve in het toekomende voor te komen ; en Uw Excellentie fal uit deflelfs éige Wetten en eigejultitie kunnen determineeren wat ftraffe fulke grove Misdadigers verdient hebben. —- Met leedweefen verneem ik dat de Zeeroverlyk gewapende Americaanl'che Vaartuigen op de Rheede van Sr. Euftatius toegelaaten werden* Ik betuig Uw Excellentie, dat de Heer Claufin, fijn Deenfche Ma- jeiteits Gouverneur, my verleekert heeft, dat geen van hunne gewapende Vaartuigen of Pryfen, eenige de minfte Schuilplaats binnen de Havens van fijn Gouvernement fullen vinden. Ik heb reede te gelooven dat den Marquis de Bouillie, fijn Allerchridelykde Majefteits Gouverneur# het 1'elve gedrag houd. Ik heb van de Heer Grave d’Arbaud ontfangen een verfeekering, dat hy...”
12

“...( *89 ) noomeh en in de een of ander* der Ëilanden onder Uw Gouvernement opgebragt is, heem ik de vry- heid de faalt van haar ongelukkige Rheeders en Ei- genaars aan Uw byfondere en vriendelyke attentie te recömmandeerén, en Uw Ed. te verfoeken dat Gy de Perfoouen der voorgemelde Zeerovers wilc doen apprehendeeren, en ten Uwént de verdiende ttraffe ondergaan, ten zy Gy het geVoeglyker mogt vinden defelve hier te fenden, alwaar hun misdaad genoegfaam beweefen is, om de draf te ondergaan* aan de atrociteit van hun misbedryf toekomende. Ik heb de edr met veel confideratie en veel re* fpeÓt te verblyven, Myn Heer j Uw Edelens gehoorfaam- fle onderdaniglte Die- naar. Syn 'Excellentie Wm. Ma- Num. £4, thew Èurt j Esq. Capitein Gene- ' ^ raai en Gouverneur en Chef in en over alle fijne Groot-Bfittan- nifche Majefleits Leeward Cha- ribbée Eilanden 3 Cancelier j Vice- Admiraal en ordinarisvan de fel- ve j fêc. têc. &c. St. Eujlatius den zy July 1777. Myn Heer^ TK...”
13

“...( ) . Was, dat de Boomen van fijn Sloep aan Land borgen waren op Point Blanke. Ik gaf hem dirfc- ”en. °? ,defeIve te gaan ontfangen, en vermits het was drvven de “ k M Sch'> toen ^S. a was dryvende, raade ik hem aan het felve te oaan nee men en al de affiilen.ie die ik hem gee™ kon ou hem vergunt worden. D kon Wat meer kop ik doen, myn Heer? in ftandigheeden waar in U bekent moet'zyn ïat Tk my bevond. Had Capitein Alloway by } fijn eerde Addres aan my, nevens de Perfoon die hem ver zelde, geklaagt en myn afïiffentie gerequireerr het lou toen m myn magt zyn geweeft? de^Perfoon aan my gefonden met de Complimenten van la Roach de £CeTn; d°$ A,.i0Way heeft dit verfuimt, en ve buiten myn ma^" ge“°°ten 2yD‘,e- was defd- verleid he'-ben, al het geen ampeler fal blyken uit de geannexeerde depofitien. 7 Ik moet nu de vryheid verfoeken de Brief van woordent enC1C ^ GCneraal BU" te n.ogénnbeaV„t- „:Jxn v.°°r.frfl met opligt tot de harde befchuldi- ^.g’, , lk °P een parüale...”
14

“...» v s. ftt. Tïön73 * . oaq T W'OO n3T3 R , ( ^ ) en dat geloof en credit daar aan is eh bë~ noord gegeeven te worden. Adum St. Euüatius den 30 January 177$. Under tfond* Quod Attcftor. Was geteekent, Alexander le 'Jeune. Secretaris. Johannes de Graaf, Gouverneur over de Ei- Nym t to Janden bc. Euftatius, Saba en St. Martin. Oir- onde en bekenne dat voor ons gecdmpareert en verfcheenen is den eerfaamen Capitein Dirk Peeper, tereRhpedheï lHreg^lfch]P de Eendragt, thans alhier te’ j*heede leggende, dewelke verklaarde, getuigde te föken en T Van, de w"f en ï te 1 trek ken en dienen daar het behoord, waar en waaragtig te zyn dat hy Comparant op den a6 De- MaJi^ hdpeS gJP5ireerde jfrs> hg op het Eiland St. Ma, tin bevond des avonds tuffchen fes a feeven uureti Lm ï' r Van denr^eI-Edele Gettrenge Heer Abra- knd Pz*\i/JOUVerneur over het gemelde Ei- 1 nd St. Mamii, Wanneer ter fel ver tyd by fijn Wel- , Geftrenge aan Huis quam een Officier van fee- ^™encaa"f<;he Kaper...”
15

“...Excellences overlaaten, foodanige fpeculatien te ma* ken, en foodanige Conclulien te formeeren, als vol- gens delfelfs groote wysheid meelt gefchikt lullen zyn tot bevordering der goede harmonie die ik on- ophoudelyk getragt heb aan te queeken tuifchen alle de nabuurige Gouvernementen. Tot hoe ver eene Verrader ftrafwaardiger mag weefen dan een ander, fal ik geheel en al overlaa* ten aan U Excellencies eige discufie, als vry kun- diger in het maken van dusdanige diltinétien als ik my kan uitgeeven te zyn, met alle fubmiflie begry- pende, dat delfelfs Talenten als foo nuttig gebruikt kunnen worden, altoos vry minder onbetamelyk aan- gelegt fullen zyn, in het uitvinden der onderlchei- de trappen van verraderye, als in maken van obfer- vatien op myn domeftique huishouding, of de ge- woone civiliteiten van myn Tafel; een fujet wel- kers mentie ik nooit gedagt fou hebben te betamen in Brieven van foo een deftige en ferieufen aard als die Over natiale faaken zyn, tot dat...”