| 1 |
 |
“...( ts-}
gëns dë foigneufe forge, met welke hy tegen den uit voer
van üörlogs-Ammunitie naar de Nöord-Americaanfche Co-
lonien gevigileert heeft hunne dankbaare erkentenifl'e fchrif-
telyke hebben toegebragt.
Is het dan nu feeker, gelyk hét is, dat aan die van St.
Euilatius de Commercie met de Noord-Americaanfche Co-
lonien van lijne Brittannifche Majelteit, met uïtfondering
alleen van den uitvoer van Ammunitiè van Oorlog, nergens
is geinterdiceert, maar in tegendeel is open- en vrygelaa-
ten; dan moet het, foo men vermeent, niet minder ieeker
zyn, dat de Ondergeteekende niet alleen vermogt, maar
lelfs verpligt was, om van fijne zyde te contribueeren al-
les, wat ltrekken konde om die geoorloofde Commercie
ie bevorderen, en alfoo meede te permitteeren alle fooda-
nige middelen, waar door die Handel ten meeften voor-
deele en nutte der Opgezeetenen van St. Euilatius konde
worden gedreeven. En dus moeit hy de Scheepen der
Noord-Americaanen niet alleen admitteeren op de...”
|
|
| 2 |
 |
“... Ondergetekende
niet; althans voor des Ondergetekendens vertrek onifin^
hy ‘van den gemelden Heer Generaal daar over geen mee*
aanfchryvens.
’Er viel insgelyks wederom een geval van hoftiliteiten
voor op de Rheede van St. Ëuftatius, door een EngelfclW
Kaper (foo als naderhand gebleeken is) gepleegd, welke
de Ondergetekende wederom verpligte de Pen in klagien
te roeren. ö
Het geval was dus geleegen: Een Schoener genaamd
Liberty, Capitein Thomas Simplon, op de Rheede voorfr
leggende om Handel te dryven, wierd in abfentie van den
Schipper, door een gevvaapende Sloep met Manlehap van
des lameufe Engelfche Kaper, de Enterprife, Capitein Char-
les Molineux van lortola, op den 14 February i^y'S ge-
* weldigerhand aangerand en uit gemelde Rheede ge voert 5
en de Kapersgalten een ftuk weegs met de gemelde ge-
roofde Schoener onder zeyl zynde, gaven het Volk daar
van een klein Canoê, toebehoorende aan de Schoener, on1
daar in te gaan en met leevens gevaar aan de Wal te ge' *...”
|
|
| 3 |
 |
“....
De Ondergeteekende heeft boven by het deduceerett vatl
de klagte weegens de Bark Chriftiana en de aporyphe ge*
tuigenifle van leekeren Ros, alreeds ampel van de gemcl*
de finguliere Brief van de gemelde Generaal in dato den
20 Oftober 1777 gefprooken: dieshalven fal hy lig hier,
foo veel als mogelyk isj bekorten, en ’er by voegen, dat
fijn Excellentie, foo als te voren gemeld is, abfoluit wilde
fouteneeren, dat de getuigenifie van Ros in die klagten
aanneemelyk was en met den Ondergeteekenderi , foo als
insgelyks gemeld is, een Ext rad van een anonytrie Depofi-
tie of ten minfien fonder den naam van den Deponent te
noemen , toe te fenden, bewyfen , als of de Ondergetee-
kende in eene particuliere Converfatie met dien ongenocm-
den Deponent de faak volgens opgave van Ros tegen Les-
ter erkend en geconfirmeert foude hebben; lbo als blykt
uit Bylaage Num. 14V. de Ondergeteekende heeft boven
gemeld, dat hy den Perfoon, die 1'ulks waarfchynelyk fou-
de gedeponeeft hebben...”
|
|
| 4 |
 |
“.... Salomons.
Jacobus Seys.
Onder Itond,
In kenniffe van my.
Was geteekent,
Alexander le Jeune.
. Secretaris.
Laager Hond,
Accordeert met ddTelfs Ori-
gineel ter Secretarye dee-
les Eilands beruftende. Sr.
Eultatius den zo Decem-
ber 1776.
Quod Attefior.
Geteekent,
Alexander le Jeune.
Secretaris.
In-
Ee »...”
|
|
| 5 |
 |
“....
*Dirk G. Salomons.
Jacobus Seys.
Onder ftond,
In kennifle van my.
Was geteekent,
Alexander le Jeune.
Secretaris.
Laager fiond,
Accordeert met defielfs Ori-
gineel ter Secretarye dee-
les Eilands beruftende. Sr.
Eufiatius den 10 Decem-
ber 1776.
Ófuod Attejlor.
Geteekent,
Alexander le Jeané»
Secretaris.
r
Inter-...”
|
|
| 6 |
 |
“... op by de
Heer Scott, en feyde hem, dat hy appraehendeerde
dat hy ongelyk hadde, ten opiïgte van de Heer van
Bibber eenigfints geinterefleert te zyn als Eygenaar of
Uitrufier van voornoemde Bark , dat hy Comparant
verfeekert was, dat Capitein van Bibber niets met
de voornoemde Bark te doen had, als Eygenaar of
Uitrufier, dat den Heer Scotr daar op repliceerde»
dat den Heer Capitein van Bibber was geinterrejjeert
als Eygenaar s , en haar uit geruft had, het welk hy
Joude kunnen waar maaken> dat hy Comparant ant-
woorde, dat hy de Heer Abram van Bibber touden
roepen, om hem Scott dit te doen waar maaken, en
dat daar op de Converfatie eindigde.
Welk voorenftaande hy Compar.mt verklaarde de
fuyvere en opregte waarheid te zyn , en bereid is»
<les gerequireert wordende, het felve ten allen ty-
den met folemneele eede te beveiligen.
Aldus gedeclareert en gepafieert op Sr. Euftatïus»
datum ut fupra3 in prefer»tie van Hendrik Mattias
Evertfz. en Jofeph Roda, als Getuigen...”
|
|
| 7 |
 |
“... verlies het welk
de Memorialiften fchynt over het hoofd te hangen.
Het geen in myn magt heb gehad te doen, heb ik
gedaan, gn ik had my gelukkig geagt hun te kun-
nen helpéh- Thans blyft voor haar niets meer over,
als die maatregulen te vervolgen die de vooriigtig-
heid hun fal aanraaden.
Van Tortofa word my berigt, dat de Sloep Wel-
come, door U Edele gereclatneert, volgens myné
orders gereüitueert is.
Ik ben met behoorlyk refpeét,
V Ede les
Antigua den ^Gehoorfaame en onderda-
3 Decemb. niglle Dienaar.
177^, Was geteekent,
tVUliam Mathew Btiri*
Copie van een Brief van de
Edele Th. IVarner j fijn MajefleitS
Trocureur Generaal 3 aan den Gou-
verneur Burt.
St. John 29 Hov ember 17 7 7.
Myn Heer*)
TK heb forgvuldig ingefien en geëxamineert
de onderfcheide Papieren, die U Excel-
lence my de eer aan hebt gedaan my voor
te leggen, aangaande het Brigantyn de Mi-
nerva, welk uit het Eiland St. Martins is weg*
gekapt, en ik obferveer, dat onder defelve
Hg bevind een...”
|
|
| 8 |
 |
“...I
Num. 55.
( 190 )
miraal Young de byfonderheeden van dir vuil
dryf te melden, vermits eenige der Oorlogfcheepeh
onder fijn bevel, anders de Daaders daar van fout??
kunnen te gemoet komen, fonder van hun misdaad le
weeten, en derhalven hun des te eer permitteeren ie
öntvlugten.
Ik heb de eer niet alle mogelyke deferentie en re-
fpeft te zyn,
Myn Heer j
Uw Excellenties gehoorfaam-
fie en onderdanigfie Die-
naar. _____
Monfieur Claufen, G outer-
neur General des Isles cDanoifes &
St. Croix.
St. Enfiatius le 2,9 Jut liet 1777*
Monfieur
T Ai l’honneur de vous prevenir que la nuit du 16 au
17 de ce mois il a été enlevé de dedans la Kade ue
cette He, un Brigantin Anglais, nommé le Mar-
quis de Rockingham Cap. Morris Stack, par hurt
Hommes apartenants au Batteau la Peggy de Char-
les Town Cap. Thomas Cheney, qui etoit aum
mouille, dans cette Rade, Lesquels couperent 1®
Cable, du dit Brigantin le Marquis de Rockingnam*
Etant effentiel pour le bien a la fureté du...”
|
|
| 9 |
 |
“... Heyningen aan U Excellencie in het parti-
culier gefchreeven, welker inhoud my onbebend is;
en fal altoos gereed zyn om aan te hooren en te
antwoorden, al het geen U Excellencie verder op
dit fubjeét te feggen mag hebben. Vermits U Ex-
cellencie een ieverig Advocaat voor de Heer Char-
les Molineux van Tortola fchynt te zyn, fal het
miflchien nodig weefen, dat ik op de humbellte wyfe
verfoek, dat U Excellencie een geduldige aandagt
wil verleenen aan de drie hier nevensgaande beëe-
digde Verklaaringen, relatif tot de Exploiten van
dien berugten Heer, of van de Schoener de En-
treprife in Simpfons Baay in het Eiland Sr. Martin,
in de nagt tuflchen Dingsdag den 3 ert Woensdag
den 4 van de tegenwoordige maand; en na dit op
U Excellencie verkreegen te hebben, moet ik over-
gaan tot het eiflchen van een prompte en evenree-
dige reparatie en fatisfaélie, in naam van haar Hoog
Mog. myne Heeren en Meelters, voor de beleedi-
gingen hunne Onderdaanen, en de infultes hunne...”
|
|
| 10 |
 |
“..., den voornoemde Ëliphalet Les-
ter en den voornoemde Thomas Wallace, hun ge-
melde eifch tegen den voornoemde Jofeph Berry
te ontfeggen en van de hand te wyfen, als tot deefe
Jurisdidie niet behoorende.
Aldus gearrefteert by Gouverneur en Raaden in het
Fort Oranje op St. Euftatius den 17 November 1777.
Pra2fent alle de Heeren. —
Onder ftond,
Accordeert met voorfz
Regifter.
Was geteekent,
Anth. Beaujon3
Eerfte Clercq.
Iiii Wy
Num. 149....”
|
|