| 1 |
 |
“... depofitïe al weederom niets anders in
fig behellt dan een Verklaaring van één enkel Ge-
tuigen, cujus teftimonium, vooral in een faak van dat
gewigt, naar regten nulhus momenti is.
b. Dat het felve getuigenis beruit op de vertelling
Van een Vreemdeling; een Vreemdeling, die aan den
Depofant was geheel onbekend > wiens naam hy niet
wijl, naar wien men lig dus niet informeeren kon;
cene Verklaaring dus» foo het fchynt, uitgedagc om
de Vyanden van den Ondergeteekenden te amufee-
ïen, en den Ondergeteekenden felven op eene be-
dekte wyfe» terwyl men hem even daar door be-
roofde van de geleegenheid tot het inwinnen van
een contrarie getuigenis van dier praetenfen onbe-
kenden Perfoon, fwart te maaken.
c. Dat deefe Verklaaring in lig behelfcht de blyk-
baare merkteekenen van notoire valsheid; want
Voor eerfij verklaart Matthews Murray, dat aan Boord
van die Twee-Mattboot fig benevens hem bevonden als
T ajfagiers twee andere Blanken beiden hem onbekenden
vreemd. Een van die...”
|
|
| 2 |
 |
“... kon doof-...”
|
|
| 3 |
 |
“...
geen disput kon lyden, of het permitteeren of dulden, dat
een Vaartuig en Laading, toebehoorende aan Ondeidaa-
nen van een anderen Vriend-Mogendheid, en gebragt dooi
Piraafen of Zeeroovers -onder, lijn Ed; Jurisdiélie, ac-aar
ter plaatfe geroofd en geplunderd wierd (too als- uit het
verhaal van het gantfche geval gebleeken is,:datr weelent-
lyk in deefen gelchied is) een ongelyk was of met. kort-
om dat de Ondergetekende lig thans aan lijn Excellentu.
addreffeerde met verfoek van redres, en eenigeityd na u
antwoord foude vvagten, voor en aleer hy. deele klagten
verder foude' -poufleeren.. De Ondergetekende fond be-
nevens den Brief Copie van gemelde Memorie, welke ge-
fundeert is op alle de Stukken en Documenten,.relaut tot
deefer faaken, zynde in handen van gemelde: twee Koop-
lieden; die feedert , wanneer de Ondergetekende een iinaa
antwoord van gemelde Generaal ontfing, dat yér geen ie-
dres op was , verkoofen hebben om authentieque Copie
van gemelde Memorie en gemelde...”
|
|
| 4 |
 |
“...,’-efs gepleegt wierde, dat aanftootelyk aan fijne
°ot-Brittannifche Majefteit of onbeftaanbaar foude zyn
1 et ^ Eraélaaten en Alliantien, fubfifieerende tuffchen
oogitdefelvc en hun Hoog Mog.; en verders dat, om dat
e Ondergeteekende niet fonder exprefle ordres op fig kon
neemen, 0m foodanige gearmeerde Americaanfche Vaartui-
gen, als de Haven om Handel te dry ven aandeeden, niet
te tolereeren; hy goedgevonden had (ofti, foo veel moge-
|yk» alle irregulariteiten van foodanige Vaartuigen voor te
Komen) Borgtogten ten dien einde van defelve te vorde-
ren; als zynde het belle middel, dat fijn ondervinding hem
aan de hand gegeeven hadde, om foo veel doenlyk te be-
dat gemelde Vaartuigen niets onder het bereik van
het Gefchut pleegden, dat contrarie het regt der Volkeren
als anderfints was; van de uitwerkfelen van welke maatre-
st60 er al reeds exempelen waaren i en dat de Onderge-
teekende, indien hy ’er agter kon koomen , dat eenig Per-
loon fig verftoute om gearmeerde...”
|
|
| 5 |
 |
“... als
blykt uit Copie daar van met deflelfs Responfiven en Ex-
traft uit het Regifler der Notulen, Bylaagen No. 49. enyo.
Waar uit volkoomen blykt, dat het geen hy voor den
Ondergeteekenden in praefentie van gemelde Heer Salo-
mons, tot elucidatie van lijn meergemelde befchuldiging ge-
geeven hadde, het lubllantieele van fijn Responfiven uit-
maakte, praetendeerende hy fulks te hebben van hoor en feg-
gen, en een Perfoon noemende, met wien hy wilt dat hy
toen niet kon geconfronteert worden, en repeteerende dat
hy niets pojitïefs gefwooren hadde, fonder ’er egter by te
voegen, dat mert hem gedreigr hadde en dat hy uit vree-
fe hadde gefwooren; het geen hy uit eigen beweeging aan
het Huis van den Ondergeteekenden bekent hadde; waar
omtrent de Ondergeteekende niet raadfaam oordeelde om
hem eenige vraag in judicia te doen, vermits foodanlg eene
vraag foude konnen aangemerkt worden als disrefpetfueus
voor het Gerigtshof te Antigua, waar voor die Elendeling
fijn eed gedaan...”
|
|
| 6 |
 |
“... dat
van een Perfoon, met welken hy wiite, dat hy niet kon-
de gecohfronteërt worden, en dat hy inlteerde te beëedi-
gen dingen, die gantfeh van delTelfs refponliven te Anti-
gua verfchilden, het welke de Ondergeteekende met in-
dignatie weerhield; dat men hem met regt had kunnen
Itiaéen van dus ligtvaardig te fpeelen met een eed, maar
dat fijn Excellentie foo veel geloof fchynde te geeven aan
fijn eerde apochryphe getuigenis, fulks op het gemoed van
de Ondergeteekende geöpereerc hadde, om hem als een
Ellendeling te demitteeren, en dat feedert dien tyd men
feide; dat hy tot fijn voorig beroep van rebellie was we-
dergekeerd dat in dusdanige omltandigheeden de Onder-
geteekende niet despoticq konde handelen; dat ’er wetti-
ge conviétie moeit zyn, voor en aleer men wettiglyk kon
itraffen, en dat niemand op een exparte genoomen getui-
genis of op eenige andere, dan irreprochabele Verklarin-
gen, kan overtuigt worden, en dat daaróm ten befluite
fijn Excellentie niet kon...”
|
|
| 7 |
 |
“... dien Perloon eens ge-
weeft zynde, aan den fel ven had de geavoueert, dat de
meergemelde Leder de gemelde Bark Cfinlfianaloude
geëquipeert hebben ; dog de Ondergeteekende , e en
rondborltig uit, dat hv niet weet wat vail dusdanige han-
delingen te denken, alfoo hy veiliglyk kan verklaaren nooit
fulks aan eenig Sterveling te hebben gefsgt, oqk. met kon-
de feggen; vermits de gemelde Letter terttond fu s
ürekc ontkende, en daar by; foo voor den Ondergeteeken-
den als voor den Raad; by fijne op.helderingë van de rela-
tie, die hy hadde tot meergemelde Bark, bleef periiltee-
ren .: j;\c ' '■’.j'..kj': i
Êgter vond de gemelde General Burt goed,, om het
Extrad van dusdanige eene anonyme met alleen, maar
felfs finguliere Depofitie van deS Ondergeteekendeps praï-
tenfe gefegdens aan hem toe te fenden ; W-el^foo ais
blykt; gedateert is den 29 September (fie Bylaage Num. i^-)
,777, en dus neegen daagen tio, de datum van de laatitge-
melde Brief van den Ondergeteekende aan fijn...”
|
|
| 8 |
 |
“...V J * /
èé öndergëtèêkencle verfeeke'rt was mét géén ancler ÏVf*
Soön van Antigua over dat fujet eenige WoordewifTelinge
gehad te hebbent foo was de Ondergeteekende gedeter-
tnineett, indien die Perfoon ooit op St. Eultatius verfcheeti
en fig liét aandienen, om den fel ven over dusdanige ge-
fegdens te onderhouden, fonder egter de reeden daar van
te openbaaren % het welke gevallig voorquam óp den 13
December 17771 wanneer de gemelde Philips te Sr. Eufia-
tius quarn en hg aan den Ondergeteekende aandiende ? waar
op de Ondergeteekende hem in praefentie van één Getuige
onderhield over het bovengemelde gefprek over de Bark
Chriftiatia en de befchuldiging van de meergemelde Ros
tegen Letter en Godet in de maand September met hem
Philips calueel gehouden, en Teffens vroeg, óf hy fig kon-
de rappelleeren, Wat de Ondergeteekende toen aan hem
daar omtrent foude gelegt hebben fonder egter de reeden
Van deefe vraag aan gemelde Philips te openbaaren: Waar
op gemélde Philips...”
|
|
| 9 |
 |
“... hooren feggen hadde verklaart*
en alfoo in fijne Verklaaringe vacilleerde, foo verdiende
hy immers geert geloof meer, en kon de Ondergeteekende
niet anders doen, dan aan den gemelden Heer Generaal rtiët
een gemarqueerde indignatie, met tegens het Britfche Ad-
tairaliteits Hof, maar tegens den meergemelden Rofs, tef-
*ens met decente termen (foo als uit des Qndergeteeken-
üens Brief blykt) iulks te communiceeren 5 en felfs foo als
uit de Notulen te fien is* wilde de Ondergeteekende dert
Llendeling geen vraag in judicïo laaten doen omtrent dé
connainte, die hy praetendeerde (wanneer hy aan des On-
dergeteekendens Huis aangedient wierd) dat men hem te
Antigua aangedaan hadde, uit eene principe van delicatefle*
om dat fulks als een disrefpeéi voor meergemelde Hof lou-
oe kunnen geconfidereert worden. Kortom daar is geen
twyfiel aan of hy heeft fijne Verklaaringe, foo als deielvë
a j .^eeCentlyk afgegeeven en heeedigt voor het Britfche
Admiraliteits Hol te Antigua; maar wanneer...”
|
|
| 10 |
 |
“...te failléeren, kon men aan fijne getuigeriifle, hoe ook be-
fwooven, en die ten belten maar finguher was, geen geloot
geeven, fonder daarom het credit aan de Regilters van het
Britl'che Admiraliteits Hof te krenken, en indien de Heer
Generaal Burt met het lelve rèfpéét en credit vobr het
Geregte van St. Eultatius en deüelfs Regilters, welke de
Ondergeteekende, onder corteCtie, denkt, dat fijne Exct.1-
lentie van fijn kant aan deielve verl'chuldigt is, en welke
de Ondergeteekende altoos van fijn kant aan de Britlcbe
Admiraliteits Hoven en der felver Regilters getragt heeft
te betoorien, te werk gegaan was; loude hy nimmer dus-
danige odieufe niet alleen maar onvergeevelvke infimulatien
tegen die van dëh Geregte van St. Eultatius in lijn meer-
gemelde extraordinaire Brief van den 20 October ingelafcht
hebben, gemelde Geregte onder anderen vergelykende by
of liever noemende T>urante Vile (fie B_ylage No. iii.)
eene expreffie, die den geene, die het fameus Engelfch...”
|
|
| 11 |
 |
“... vervolgen, fulks was den Onderge-
teekenden onverfchilhg geweeft, maar, vermits fy den On-
dergeteekenden verfogten om opleeveringe daar van te
vorderen, foo kon immers de Ondergeteekende de reclame
daar van op geen andere wyfe volgens het Regt der Vol-
keren doen, dan hy gedaan heeft.
Om kort te gaan, het Vaartuig was te St. Eufiatius J om
aldaar handel te dryven ; het wierd geweldigerhand van
onder de proteftie van het Gefchut van het Gouvernement
gevoerr, en aan de Onderdanen, van welke Natie fy ook
mogte toebehooien en waar defelve ook gevallig mocue in-
gebragt worden, wanneer de Agenten of die ten behoeve
van de Eigenaars de diretfie daar van hadden, op St. Eu-
ltatius zynde, fulks verfogten; foo moeit defelve, volgens
ï?L?fgc d7 Volkeren, gereclameert en in voorigen llaat
gefield worden; En ren dien einde munieerende de Onder-
geteekende de gemelde Agenten met de bovengemelde
Brief van Reclame, zynde een dier Agenten felfs de Bren-
gef...”
|
|
| 12 |
 |
“... Ondergeteekende kenniffe van fijne Gevan-
genis, eh van die van den Slaaf kreeg; dat hy nooit van
een Arreft regens M. Cullogh of fijn Schip, wanneer de-
ceive nog onder het bereik van van des Ondergeteeken-
dens magt waaren, gefprooken hadde; dat M. Cullogh by
«jne komfte, proteétie in de Rheede voor fijn Schip en
Prys hadde gevraagt; maar dat de Ondergeteekende hem
lulks affloeg: dat hy daar op verfogt permiffie voor het
Schip, om te moogen vernagten, om ’s anderendaags fig
van eenige benoodigsheeden te voorfien, het welk uit hu-
maniteit door den Ondergeteekenden hem eindelyk toege-
itaan wierd, en dat hy naderhand eenige daagen verhindert
wierd te Zeylen door de frequente vertooningen van’sKo-
hmgs Fregatten, om kort te gaan* dat indien Browning
of eenig ander den Ondergeteekende hadde verfogt, om
een Ai reft tegen M. Cullogh of fijn Schip, de Onderge-
teekende fijn Excellentie verfeekeren kon, dat hy gereed
(oude ge weeft zyn, om hem volkomen regt te verkenen,
ioo ver fijn...”
|
|
| 13 |
 |
“... Excellentie weederom verfoekehde,
dat fulks notoir ongegrond en bezyden de waarheid was,
en dat (om kort te gaan) foo lang als Lefter de befchul-
digde Perfoon niet kon wettig overtuigt worden; hy niet
kon gefiraft worden.
Dat nadien fijn Excellentie de goedheid hadde om een
Extraft van des Oridergeteekendens Brief van den u Au-
gufiy 1777 (fie Bylaagè Nam. 65.) by fijn gemelde Brief
te voegen foo als blykt uit Bylaage Num. 148. (even als
of de Ondergeteekende geen Copien van lijn eigen Brie-
ven hield om den Ondergeteekenden qüafi te overtuigen,
dat de Ondergeteekende in dien Brief begeert foude heb-
ben, dat de Brigantyn Marquis van Rockingham, waar van
alreeds gefprooken is, van Tortola naar St. Eullatius fou-
de gefonden worden, om aldaar het Bergloon door den
Ondergeteekende gereguleert te hebben; het contrarie van
dien (te weeten, dat de Ondergeteekende niets anders ge-
wild hadde, dan dat de bepaaiing van dat Bergloon te
Tortola gefchieden foude), gegrond was op den fiti...”
|
|
| 14 |
 |
“... aan den
Ondergeteebenden, met verfoek om die voorforge te ver-
anderen, en eene andere te iuhllitueeren; die minder den
een of ander der Kooplieden; welke fig, (vermits een
Handel, fonder welke die Colonien nimmer foude kunnen
beltaan, foo als in gehielde Requeüe aangetoond word,
niet konde den Bodem worden ingeflaagen) het zy ter
contemplatie van de Capiteins óf van de Eygenaars der
Scheepen, als Borgen prefenteerden ; aan fchaade föudë
bloot Hellen, en tedens even foo efficacieus ier vöorko-
minge der onheilen, waar over troubelen en klagten kon-
den voorvallen j zyn foude, waar op de Ondergeteekende,
geene veranderingen willende maaken, dan met voorken-
niffe en approbatie van den Raad, het gemelde RequeR
hen Ed, voorlag, die daar op met den Ondergeteekenden
een Appointement tot genoegen der Onderteekenaars gaa-
ven, foo als blykt uit gemelde Requefl en het Appointe-
ment, Bylaage Num. 157.
Hier meede oordeelt de Ondergeteekende het effentiee-
len> en het...”
|
|
| 15 |
 |
“...C no )
digheeden kon verwagten, except door den Boots-
man die een Vreemdeling was, en hem Deponent
verfcheidemaalen ltreng geflaage had.
Geteekent,
John Trottman.
Beeedigt deefen 14 dag
van December 1776.
Voor my
Geteekent,
John Stanley.
Num. 6. VX/Y Johannes Heiliger en Olivier Oyen, Raadefl
** deefes Eilands St. Euftatius. Oirkonde ende
bekennen, dat voor ons gecompareert is den Per
foon van Thomas Waters, Capitein, voerende de ge*
armeerde Bark genaamt Baltimore Hero, dewelke»
onder folemneele eede, ter requifitie van de Wel'
Edele Geltrenge Heer Johannes de Graaf, Gouver
neur over dit en onderhoorige Eilanden Saba en
St. Martin, verklaarde, dat hy door geen van de In'
woonders deefes Eïlattds is uit geruft geweeft nog dat
hy door niemand in dit Eiland dire ft of indirect is ge’
eigent j maar dat hy fijne Commijfte direft in Mary
land uit handen van den Raad in die ‘Provincie ge'
naamt de Council of Safety j ontfangen heeft, geda*
teert te Anapoli den 16...”
|
|
| 16 |
 |
“...( ViB ) , • r
'bovengemelde Vreemdelingen hein Deponent en bet
Gel'eHchap aan Boord informeerende, dat een Noord-
Americaan was, en in verfcheide engagementen al-
daar geweeft was met des Konings Trouppen, dog
'dat hy van daar vertrokken was , en verlangde iets
anders aan de hand te neemen, waar op den ‘Depo-
neut hem deed obferveeren} dat ’er een Brigantyn in
dit Eyland gereedlag met Rum en Pro vilten, gédes-
tineert na Nieuw-York, en dat hy aan Boord vafi
het felve kon gaan, en aldus buiten gevaar, alfoo het
felven in ’sKonings dienit was; waar op de Vreetn-
deling antwoorde, dat hy liever niet verkoos Weedet
na Noord-America te rug te keeren, maar verlang-
de na Engeland te gaan. Welk Vertellelrje den De-
ponent naderhand bevond alleenlyk gedeftineert te
7.yn geweeft, dm hem Deponent en fijne meede
Palfagiers te amufeeren, want den Deponent legt»
dat by hunne aankomlt op de Rheede van St. Eu-
ftatius, en komende aan de feyde van een Sloep al-
daar ten Anker...”
|
|
| 17 |
 |
“... Sloep, aan
welkers Boord hy Deponent en fijne voorfz Com-
pagnons fig toén bevonden, en van waar den Depo-
nent duidelyk kon fienj dat het felve neegentien Af-
fuit Kanonnenj of daar omtrent> voerde, en nader-
hand geinlormeert werd, en gelooft dat iy bemand
was met honderd tien Man of daar omtrend, ge-
naamt w~as de Andrew ''IDoria, en gecommandeert
door eenen Capitein Robinfon. (En fegt den De-
ponent verdei, dat, na dat gemelde Brigantyn ten
Anker gekomen was, de Hollandfche Vlag > (welke
geduurende de tydt, dat gemelde Brigantyn de
Rheede opquam zeylen, van het Fort Orange in het
voorfz Eyland waaide) nedergehaald wierd, en dat
foo dra het gemelde Brigantyn was by gedraait en
delfelfs Zeylen had opgehaald, het felve (na des De-
ponents befte geheugen) elf Schoot en déedt;
En fegt den Deponent verder, datj na een tuffcheri-
pofing van een martier uurs j, terwyl hy en fijne
Compagnons beüg. waaren na Land te roeyen, hy
gefien heeft, dat de HoUandfche Vlag op het Fort...”
|
|
| 18 |
 |
“... Bevelhebber Capitein Wal-
ters kon verplaatfen; en de gemelde Deponént fegd
verders dat niets dan de waarheid in bovenltaandé
Verklaaring vervat is.
Geteekent *
Jns. Welch.
Beëedigt dén agtienden dag van
Juny 1777 in praefentie van my*
Was geteekent*
Willem Maihew Èurt.
Trailaat.
Aan fijn Excellentie Wil- Nuili. if
Him Mathew Burt * Esq. Capt.
Generaal en Gouverneur en Chef
in en over alle fijne Groot-Brit-
tannifche Majepleits Leeward Cha-
nbbée Ey landen ^ Canceller > B’ice-
Admiraal en Ordinaris van de-
felve j &e. &c. &c.
St. Euftatius den ix July 1777.
Myn Heer i
TK heb de eer gehad Uw Excellentie Miifive van
A den 10 Juny te ontfangen, refereerende aan de
Communicatie door den Admiraal Young gegeeven
op het fubjedl van feekere Ïfac van Bibbers, laatft
een Inwoonder van dit Eyland , en verfellende een
beëedigde Verklaaring tegens eienen Heer van Bibber*
maar lijn Doopnaam moet Abraham en niet lfaac
geweeft zyn, alfoo geen Perfoon * die laatile Naam
Voerende...”
|
|
| 19 |
 |
“... Waardeering te gelykertyd van defelve foude
gemaakt worden.
Dat toen deefe order van fijn Excellentie door U
Memorialifien Agent aan de Edele Abraham Chal-
well Efq., te dier tyd Commandeereht Officier op
het Eiland Tortofa, geprefenteert wierd, hy inder-
daad bevel gaf, dat het Brigantyn Minerva, in de
betchadigde tpeïtand waar in Tig bevond, overgegee-
ven wierd, dog volftrekt weigerde eenige order te
geeven tot het optnaaken van een behoorlyke waar-
deering en inventarifatie. ;
Dat U Memorialifien Agent het yóorfz Brigantyn
ontfangen hebbende in de fuïneufe tqeftand waarin
fy alstoen op Strand was leggende, het felve alleen-
lyk in een private manier kon doen waardeeren, en
(allo o het in Haat brengen van het felve om Zee té
bouwen impraticabel geoordeek wierd) doen ver-
koopén by publicque Auélie aan de Meeftbiedende,
wanneer haar nette provenu niet meer bedraagen
heeft als een en feltig ponden vier fchellingen cou-
rant Geld, daar het beloop van haar eerde koften...”
|
|
| 20 |
 |
“...C 161 3
Den Gouverneur Heiliger mag en waarfehynelyk
is ignorant geweefl: van de Etiquette geetabliffeerc
tullchen de Commandanten en Chef van lijn Groot*
Brittannifche Majelleits LèeWard Charribée Eilanden
en de provifioheele gefubordineerde Bevelhebbers van
de Virginifche Eilanden, en dagt dat de faak in
queftie voorgedraagen hebbende aan de commandee-
rende Officier te Tortofa, hy een iolide grond van
redres had gelegt, vertrouwende, foo als ieder een-
voudig eerlyk Man vertrouwt fou hebben, dat foo
dusdanig Officier geen genoegfaame kennis van fijn
pligt mogt hebben, het fijn faak was daar over te
raadpleegen met fijne Superieuren, ÜW Excellentie
in een Brief die ik de eer had van defelve te onc-
fangen op het fubjeft van het Brigantyn de Marquis
van Rockingham, heeft wel niet dired geaffirmeert*
dog egter reedelyk klaar geinfinueert ,dat de toeval-
lige Officier te Ifortofa geen regt doen kon nog
wilde fonder communicatie en overleg van Uw Ex-
cellentie: mag...”
|
|