Your search within this document for 'her' resulted in 33 matching pages.
 
1

“... Poft, met wel» ken hy bekleed is, altoos met allen emit getragr heeft “8 te bevlytigen, om de goede verftandhouding, welke tuftchen hun Hoog Mog. de Heeren Staaten Generaal en net Hof van Groot-Brittannien plaats hadde * te doen bé» ltendig blyveti en daarentegen te voorkomen alles, wat de- lelve rnaar eenigfints foude kunnen ftremmen, ten hoogften gelurpreneert was, wanneer hy uit feekere IVliffivej herti door den rrdïftdent van het Eyland Sr. Chriftop’ners, mee naame Craifter Greathead, in dato 17 December 1776 toe- gefonden, en ten deefen annex onder Num. 4, Vernam, dat defelve daar by voorwende fig verpligt té vinden , om aan den Ondergeteekenden vertogen te doen tegen de her» »n bekende aanmoediging en befcherming; welke ae lebelleerende Noord-Americaanfche Coloniften in het openbaar fouden hebben ontfangen en nog quafi daagelyks genooten in het Eyland , waar over de Ondergeteekende iet gebied voerde; met by voeging niet alleen, dat toevoer van alle foorten van...”
2

“...aan hun Hoog Mog. rapport te doen, en om voorts den ön* dergeteekenden te requireeren, om ten fpoediglten en fon- der dilay herwaarts over te komen, om behoorlyke infor- matie te geeven van al het geen geduurende lijn Gomman* mandement op het Eyland St. Euttadus, met relatie tot de Americaanfche Colonien en der fel ver Scheepen 1'oude mo- gen zyn gepaffeert en ter fijner kenniife gekomen, en fijn gehouden gedrag voor hun Hoog Mog. open te leggen. Ter voldoeninge aan die Aanfchryvinge van hun Hoog Mog., welke aan den Ondergeteekenden per U Wel-Edele Groot Agtb. Miffive, in dato 2? Maart 1777 is meedege- deeld, is dan ook den Ondergeteekende, na dat hy de no- dige ordres hadde getteld op fijn Commandement , her- waards overgekomen; en hem zyn vervolgens, met en be- neevens Copien der Bylaagen* welken aan de Memorie van klagten van den Heer Ridder York zyn gevoegt ge- weelt en in fig fouden moeten bevatten die foogenaamde autentuqde berigten , waar op lig de hier...”
3

“... School lag) dat hy hdelnhf flJ?er Schoolmakkers op feekeren avond in Phi- de gaan vvandelen, door eenige Perfoonen in gedwonaenS?,te^her l7?6 W'erd gePreü’ en door defelve ruft door h T t B?°Ad te gaan van etn Rrigantyn, uitge- gecomm Fa Loulres •> genaamt de Andrew \Dor ias lag op de R?” d dat ^ nen verft* ^ p°ord van het fèlve Brigantyn heep kun- 'Olivet*',dat dé 1 bet ZemeUe„a Si, was, rn ° Kléi....”
4

“... van het Noord-Ame.rïcaanfche Congresis gedeeltelyk aan elkander contrarieerende, en gedeehelyk op cenen feer lollen en onfeekeren grond is bei uitende: Immers de Verklaaring van [jambs Traftnj John tDean en John Spier brengt meede, dat deefe Getuigen duidelyk konden f:en; d,at het gemelde Schip voerde neegentten Af- [uit-Kanonnen of daar omtrent, dog by de Depolilie van u°hn Trottman „ die voorgeeft lelve aan Boord van dat Schip geweelt te zyn, word verklaard, dat het felve ge- tnonteert was met veertien dubbelde oefortificeerde vier Ton- tiers en veertien of fjütn ‘DraaybaJJen ; Her geen dus, ge- lyk het felve onderling variert, foo ook aantoonr, dat, of de eene of de andere der Getuigen de waaheid ten dien opiigte is voorby gegaan, of dat ten minüe hun getuigenis ls '’olllrekt onleeker. Even foodanig is het ook gefield met de begrooting der Equipagewaar meede men tal meede, loo het Ichynt, ten betoge, dat de Ondergeteeke datSchip loude hebben moeten kennen voor eene...”
5

“... wifl te vinden , om des nachts uit bet Fort te echapeeren en van het Eiland te vlugten ; hoe- pel de Ondergetekende R. O. des morgens terÜond, wan- neer daar van rapport gedaan wierd, rond liet trommelen een verbod, om hem van het Eiland te voeren of te her- bergen, op de poene van iooo Ps., en verdere Üraflen na bevind van faaken, foo als blykt uit Bylaage No. 14. Dit dilay van -gemelde Admiraal, hoe men het ook en- vilageert, heeft tot fijne vlugt gëcontribüeert; alhoewel naderhand het gerugt was, dat de opleeveringe van fijn Perfoon (welke den Heer Generaal Burt, een weinig tyds te voren in die qualiteit over de Britfche Charaibifche Ey- landén aangeiteld zynde, twee dagèn na fijn vlugt van den Ondergetekende vorderde, en van welke men zeide dat hy intimatie foude gehad hebben, dat gemelde Generaal doen foude ) hem tot die Hap (dat het eenigtte is dat dé Ondergetekende onder corredie denkt van al het geen tee- gen hem is ingebragt geworden, het welk ichyn van fllfpi...”
6

“... Re- plicque van den Praefident nooit te hebben ontfangen en ook niets van defelve geweeten te hebben, voor dat de Ondergeteekende Copie-Translaat van de Copie van defelve (foo als vooren gemeld is) onifing. Ondertuiïchen ontftond ’er in het gemoed van den On- dergeteekenden natuurlyk deefe bedenkingen; dat, vermits hy alreeds Copyen van al her gepafleerde tufl'chen den On- dergetekenden en den Britfche Bevelhebbers, foo Brieven als Bylaagen (foo ver de Ondergeteekende deielve magng was) aan U Wel-Edele Groot Agtb., in dato den 18 Ja- nuary 1777, begeleid door des Ondergeteekendens lchrif- telyk Verflag van al her materieele, dat ’er toen ter tvd was voorgevallen, verlonden had; het foude fchvnen, als or de Ondergeteekenden onagtfaam was geweelt in het met fenden van de Copie insgelyks van meergemelden Brief of Replique; ten anderen, dar, vermits de Ondergeteeken- de neederig vertrouwt, dat hy wel en na behooren ter fijner jufiificatie op gemelde Replicque foude hebben...”
7

“... met den ge melden Heer Generaal, fonder onl'e reipetfive Souverai- nen laftig te vallen, af te doen. . c Hier op vervaardigde dan de Ondertekende een Brief aan den gemelden Heer Generaal Hurt, in dato den 18 Odcber 1777, foo als blykt uit de Bylaage No. 39., waar in de Ondergetekende eerit meld, dat wanneer hy lig ver- pligt vond om met fijn Excellentie over Nationale kaken en klagten over en weer te correfpondeeren, de Onder- getekende altoos getragt had, loo veel mogelyk, de ree- gels van moderatie en decentie te obferveeren, het fy in het beantwoorden, het fy in het doen lelfs van klagten aan fijn Excellentie; hebbende ten opfigte van het laatlte Veel aoegeevendheid gebruikt en foo min klagrig geweelt aan fijn Excellentie als moogelyk was, uit hoofde van de omfiandigheeden der tyden; en vervolgens daar by voegde, • dat de Ondergetekende thans egter lijn Excellentie her- innerde een voorige Brief van den 7 July (zie Bylaage No. 35) welke de Ondergetekende van lijn...”
8

“... Auguity >777» jaar in fijn Excellentie voorgeeft, dat de Onderge- teekende in fijn foo evengemelde Brief foude gevorderc hebben, dat de meergemelde Brigantyn te St. Euitatius mogte te rug gebragt worden, op dat de Ondergetee- kende het Bergloon voor de Herneemérs van defelve fou- de decideeren (het geen egter niemand dan de gemelden «52 fGeiaeraa U!t,des ündel'geteekendens laatitgemelde Br ef foude concludeeren) en ampelyk aantoonende, dac iulks tegen de Engelfche Wettenen Conltitutk foude itry' den; vermits dat foude zyn een Engelfche Onderdaan te lenden na een vreemde Jurisdictie, om dat reet aldaar te erlangen, het welke hem competeerende was in fiin eisen Gouvernement; dat het Bergloon relulteerende uit "de her* neeming, en dat het aan de Hernecmers onverfchillig was, of deielve uit de Rheede van St. Euitatius was wegolvoert fond? dnMgennme?;iien dfF?m dat flJn ^cellemi? nooit joude dulden, dat fulks gefchiede om het Bergloon op Sr. Euitatius ten behoeve van de...”
9

“...() Maar om tot den inhoud van fijn Excellenties Brief vati den 18 Auguiïy (Bylaage Num. 66) weeder te keeren; fijn Excellentie meld daar in verders, na den Ondergete- kende bedankt te hebben voor de forge betoond voor her interefl van Britfche Onderdanen; dat de Brigantyn in quaettie veiliger was te Tortola dan in de Rheede van Sr. Eufiatius, en dat hy gefchreeven had aan den Heer Chai- well, om defelve niet op te leeveren, en aldaar, te Tor- tola, volgens de Wetten het Bergloon van defelve te de- cideeren. Wat het Point van het Bergloon aangaat, dat is klaar genoeg getoond, dat de Ondergeteekende niets daar tegen hadde gemeld, om eenige fchyn van reeden aan fijn Ex- cellentie verkeerde fuflenue van des Ondergeteekendens meening daar omtrent te geeven. Maar wat aangaat fijn Excellenties weigering van de opleevering van de Brigantyn in quaeflie, op des Onderge- teekendens reclame daar van, en fijn verbod daar omtrent aan den Heer Chalwell ; de maniere waar op dit...”
10

“.... , c 77 ) •lentie den Öndergeteekenden verfbekert, dat h'y nóóit we- der eene Commiffie Cal krygen onder fijn Gouvernement % een propnrtioneele firatfe waarlyk voor by herhaling gepleegde pirateryen en hofiiliteiten voor foodanigen atrocen aart! deefe (trade beletten Molineux wel, om weeder te Kaap te gaan* en meer quaad met een Kaper te doen, maar was geen tirade voor of reparatie van de gepleegde feiten. Im- mers fulks was even het felve als of een Moordenaar, die een ander met een Mes her leeven benoomen had, ge^ draft wierde door hem te verbieden en te beletten, dat hy nimmer eenige Meden weederom in handen foude kry- gen, fonder hem eenig andere (trade op te leggen voof de moord, alreeds gepleegt. Dat dit de (trade is, die Moli- neux opgelegt was, geeft fijn Excellentie te kennen aan den Ondergeteekende in een Brief van den n Maart 1778, Bylaage Num. 11.5, by weege van Podicriptum (een feer gevoeglyke manier van te antwoorden op een klagte van die...”
11

“.... ^ w J .< .. i » ' t len diftantie daar van, het welk genoégfaam onder het be* reik van het Geichut foude kunnen zyn, genomen was) niet waar konde zyn, uit hoofde dat het ligr genoeg was, toen de Americaan met hem voor de Rheede verfdieen; dat fulks van de Batterye hadde kunnen gefien worden, waar van egter geen rapport door den Corporaal of Con- Jlapel, aldaar poll hebbende, gedaan was; en dat her tef- fens vreemt rhoeft voorkomen, dat van fulks in de vier daagen, Welke M. Cullogh te St. Eullatius (foo als is ge- Fegt; verpligt was te vertoeven, niet gefprooken of gérepl was; kunnende foo een faak, dié, foo het geval van de Captuure tig dusdaanig hadde toegedraagen, by klaar ligt foude gebeurd zyn geweeit, niet fonder eenige rapporren daar van te verfpreiden, verhoolen blyven* te meer, dewy) daarentegen in dien tufichentyd door ver cheidene Perfoö- nen, die aan een andere zyde van het Eyiand St. Euita- tius en op een afgeleegener dillantiie van gemelde Batte- rye...”
12

“... merkwaardiglle van fijn gehouden gedrag id Nationaale faaken, immers voor foo verre defelve eenioe betrekkingen hebben op de ongelukkige onlullen, ontdaan tufl'chen Groot-Brittannien en haare Noord -Américaanfche Colonien, en op de Vaart en Handel der Americaanfche Vaartuigen, her zy gearmeerr, het zy ongearmeert, gedu- rende fijn Commandement op het Eiland St. Euiiatiuê ontvouwd en aan U Wel-Edele Groot Agtbaaxe en door defelven aan hun Hoog Mog. opengelegt te hebben, en alfoo meede voldaan te hebben aan het in de vierde eri laattte plaatfe door hun Hoog Mog. ten dien opfigie ge- requireerde Point; en hy lal de vryheid gebruiken, hier by nu nog alleenlyk te voegen, dat gelyk foo hy ver- trouwt, by de verhandeling der drie eertte Pointen bt- vveefen is, dat de fpeciale befchuldigingen en klagten van dén Ridder York van allen fundament zyn gedellitueerc en irrelevant, ja dat de onwaarheid van defelve uit dë Documenten, welke de Ondergeteekende heeft ingewon- ’i -Tien...”
13

“...( i°3 ) , tien en andere Materiaaleri, tót effen five en Zeero- verfche einders, ie fourneeren; dat Ooilög- en Zee- roverfche Vaartuigen in deefe Hdven louden geëi- gend of üitgeruit of geëejuipeert worden, met het gedeclafeert vóorneemen, ötn Zeeröverlyk te kruis- fen op de Scheepen en Goederen van lijn Groot- Brittannilche Majelteits vreedfaame en getrouwe Oni derdaanen, en deielvé prys te ma aken; of, kortom, dat de dagelykfche en opentlvke Befigheid alhier fou bellaan in het erkend Bevorderen van foodanige Zeeroverfche bedryven en plonderingen als befchreë- ven worden: en gelyk her lëlfde Gouvernement vol- ftrekt onkundig is van het alhier prevaleeren van foodanige ürafwaardige praéiycquën, en niet alleen geneegen is defelve voor ie komen, maar daar ne- vens aanbied op elk behoorlyk en welgegrond voor- del, de Perfoonen die geregrelyk daar Van over- tuigt fullen wórden, te llraffen, foo is liet, met het Advis van den Raad van dit Eiland, dat ik de vr,y- heid...”
14

“... fcbootën, (dog het welk den Deponent nu lig niet wel her- rinneren kan) het voorfz Brigantyn geduurende de tyd van het falut en van het antwoord op het fel- ve, de Vlag voerende van het Land-Congres, en fegt den Deponent verder, dat ’s avonds van hun aankomlt te St. Euftatius, hy Deponent met nog drie andere Perfoonen (twee Engelfche Mannen en een Ffanfchman) door den Schipper bevoolen vvierd hem aan Boord te brengen van een Americaanfche Lootsboot, alstoen ten Anker leggende op de Rhee- de van St. Euftatius,en dat, na hCm aan boord van gemelde Boot gebragt te hebben, fy door gemelde Schipper bevoolen wierden met alle expeditie wee- der na voorfz Brigantyn terug te keeren, en de Boot op te heyflën; en fegt den Deponent dat, na de gemelde Lootsboot verlaaten te hebben, hy De-» ponent met de drie andere voornoemde Perfoonen raadpleegden hoe fy de vlugt foude kunnen neemen van het voorfz Brigantyn, en de Refolutie neemen»» de om te tragten op dit Eiland te komen, fy,nade...”
15

“...() de hem converfeeren met een ander hier over den Capitein van gemelde Brigantyn by de Americaan- fche Kaper genomen, en i'eyde dat her een fchande was, dat de Burgers van dit Eyland foude getole- reerc worden, om Vaartuigen te eigenen en Kapers uit te ruiten, veel meer woorden uitdrukkende over deefe laak, dat den Comparant dagte, volgens de wyfe hy fijne Converiatie inrigte , dat hy fijn dis- cours regens hem hadde, en volgens, het geene iy ieide, verfiond hy Comparant, da' Capitein Abram van Bibber van dit Eyland, die Heer was, dewelke hy meende dat Eygenaar was, en de bovengemelde Bark of Kaper hadde uitgeruil, en dat hy Compa- rant overtuigt zynde, dat Capitein van Bibber on- nofel in die laak was, en hy Comparant ’er groore- lyks by geintereiïeert was, om te hooren , dat hy Heer Scott foo veel liberteit nam, met de ber en Caraéter van de Heer van Bibber; en dar hy Com- parant het fijn pligt oordeelde, om hem Scott daar op een antwoord te geeven, en ging daar...”
16

“...( *3> ) de Oorlog genoomen, om in deefe Haven opgêbragt te wc den. Even foo weinig legt. het aan my alléén , nog aan my en myn Raad te faatnen, nog depen- deert het van my te hepaalen of de oude Alliamien tulfehen Groot-Brittannien en de HoÜandfche Na- tie, moeten afgebrooken, en nieuwe engagementen vyandichappelyk tegen de Koning Ü Meeiler aange- gaan worden; — niet de minite notificatie daar van aan my zynde toegekoomert, Voor ik bebuire, verfoeke U Excellencie te mogen melden, dar, gelyk ik altoos gereed lal zyn voor te koomen, en, op regtmatige klagte, uit de weg te ruimen, alle oorfaak van Natiönaale heleediging, foo ver als myne magr, de paaien van mvn Gouverne- ment, en de vryhéid van foedanige Handel (als ik my verfeekert houde, dat de Heeren Staaren Ge- neraal myne Meebers niet fuUen gedoogen, dat ver- boort werde) her toe fullen laaten, en met dat oog- merk hartelyk fal meedewerken om de goede har- monie en verbandhouding tubchen de refpedive...”
17

“... her een Cofie van dat Briefje had gehouden 3 ten ah ' woord gaf, Neen. Waar op verder, gedelibereerd zynde, is gerefolveert geworden, dat den Heel Gouverneur Johannes de Graaf met den eerfte, sa opgemelde Vice-Admiraal James Voung, aanichryv fal doen, ten fine fijn Wel-Edele af te eiflehen c verfoeken, gemunieert te mogen worden met j Bewysftukken, aangaande gemelde klagten en o fchuldigingen, tegen den voornoemde Abram va' Bibber, en ten dien einde, die Bewysftukken 1 willen fenden, op dat door dit Geregte die h»a behoorlyk mag kunnen werden behandeld, onae logt een gejugeert. Ende is ook gerefolveert, intuflehen, tot dat het antwoord van den voornoe de Vice-Admiraal James Young fal zyn gekoornc^...”
18

“...( ns) St. Eufiatius, Saba en St. Martens, in fijn qualitefi als Officier Ratione Officii* by deefe aan alle en eeii iegelyk Tonder onderTcheid op het allerfcherpfte ver- bied, om gemelde Abraham van Bibber niet te her- bergen of verfchuylen, als meede aan alle Schippers van Vaartuigen fonder onderfcheid om den felve vaii Bibber niet van dit Eiland te vervoeren* op poene dat die geene die den gemelde Abraham van Bibber fullen bevonden worden te herbergen of verfchuy- len, of van het Land te vervoeren, fullen verbeuren een boete van twee duifend Stukken van Agten, te appliceeren als na fiyle, en verders firafle als na exi- gentie van faaken fal bevonden worden te behod- fen. Aftum St; Eufiatius den 7 July 1777. Segt 3t voort. Myn HeetNum. 25. TK ben geinformeert door de Admiraal Young, dat J- hy groote reede heeft te gelooven, ja pofitive Bewyfen heeft, dat de Heer Ifac van Bibber, een Inboorling van America, thans, rcfideerende te St. Eufiatius, gewapend en...”
19

“..., uitrufting en Laading bedraagen had twee duifend vyf honderd en feeventig ponden vier fchellingen en feevén pence en een half, en gevolgelyk U Me- morialiilen een verlies gedaan hebben van twee el ui- fend vyf honderd en vyftien ponden feeven pence en eeii half, óf agt duifend drie honderd en drie en tagtig hukken van Agten en vyf Huivers courant Geld Capitaal, bchalven de IntereiTen en de fwaare onkofleii noodwendig veróorfaakt dpqr het langwy- lig vervolgen van hun billyk regt tot reHitutie, fon- der te reekenen het yeflies van tyd, en her perfo- neel gevaar Waar‘aan een van hun blootgefteld is Qq ge-...”
20

“...C 163 ) de klagten door de Heeren Gouverneur en Curfon gedaan, vveegens de door hun geleede fchaade aan het Brigantyn de Minerva; waar uit U Edele fien lult, dat die fchaade niet fpruit uit eenig verfuim van de kant van de Koning myn Meefters Dienaars; dit Brigantyn was van de^Rheede van St. Martins weggekapt, feeven weeken voor myn arrivement in het Gouvernement. Uit de origineele Papieren in handen blykt, dat geen tyd verlooren is van her ogenblik ik daar over aangeiprooken ben geweeft, tot dat waar in het Brigantyn terug gegeeven is. Ik lal blymoedig, wanneer daar toe gerequireert ben, deefe geheele faak voor^myn Souverain leggen, die evidentelyk fal fien, dat ik nog geweigert nc nis is gekoomen. Het is noodfaakelyk dat ik eeni- ge rernarques maake op de Memorie van de Heeren Gouverneur eii Curfon, aan U Edele geprefenteert; gelyk meeds op U Edele Miftive dan my op dat 1'ubjeft, het welk uitgefield ljeb tot ik het Advis van den Procureur Generaal ontfangen had...”