| 1 |
 |
“... opfigtej als in het geweld aan de Bur-
gerwagt en Barterye te St. Martin gepleegt hadde; dit is
de natuurlyke fin van des Ondergeteekendens woorden ert
conform fijn Brief, waar in hy compleete fatisfaflie over
Molineux euveldaaden vordert; en niemand dan die gedis-
poneert is om met alles wat ferieus behoorde getrafteert
ie worden en refpeft vereifcht, den fpot te dry ven, koii
die woorden van den Ondergeteekenden opvatten in dien
fin, als of de Ondergeteekende gemeend had dat ’er de-
dommagementen aan hun Hoog Mog. (hetzy met eerbied
gefprooken) foudeii gegeeven woorden voor de fchaaden5
gedaan aan het Gefchut te St. Martin; waar omtrent de
Ondergeteekende geen woord of fyllabe, fulks inhoudende*
hadde gerept.
Onderturfchen had de Ondergeteekende, feedert het be-
gin van de differenten tuffchen hem en het Gouvernement
van de Engelfche Eilanden Over de Noord-Americaanen,
getragt te beletten al het geen eenig verder aanftoot van
eerbewyiingen konde geeven; tot dat de...”
|
|
| 2 |
 |
“...Nim 103
()
venge, Capt. la Roche , verfeld van Cipt. Allo way
Van een Engelfche Kaper» welke door de voorfz Ü
Roche genomen was, aldaar quaamen; dat de Gou-
verneur den Officier volftrekt weigerden aan deri
Americaanfche Kaper te permitteeren op de Rheede
te leggen; dat Capitein Ailoway fig toen aan den
Gouverneur addreffeerde, en hem verhaalde hoe
beleeft alle de Heeren (dat was fijn uitdrukking)
aan Boord tegen hem geweeft waaren; dat hy Capt-
Ailoway van Capt. la Roche verkreegen had van
hem te gedogen de Brig in de Baay te lootfen, al-
waar hy de vryheid fou verkrygen , om te blyven
leggen tot dat hy zyn Volk en Effe&en aan Land
fou kunnen brengen, waar in de gemelde Capt. la
Roche bewilligt had, en gevolgelyk fijn Ed. verfogf
de Kaper te willen permitteeren op de Reede te
mogen blyven tot ’sanderen daags ogtends, tenein-
de hy van des Capiteins beleeftheid mog profitee-
ren; of woorden van gelyke fin. — Dat fijn Edele
op het verfoek van Capt. Ailoway vergunde...”
|
|
| 3 |
 |
“... Peffoon die de Rattle
Snake fcheen te cornmandeeren, fig aan my den 3 6
January laatfileeden ’s avonds omtrent de Klokke fee-
ven uuren addrelfeerde óm permiflie te hebben
voor fijn Schip en haar Prys óm te mogen ankeren.
Waar óp antwoorde dar ik aan geen Prys fou per-
mitteerÈn om op de Rheede van dit Eiland te an-
keren. Hy verfogt toen vóór fijri Sdhip om te mo-
gen ankeren tnet permiffie om eenige weinige Vaa-
ten Water in te neemeti; het welk met veel weer-
fin, dog uit een grondbeginfel van Menfchlievent-
heid, vergunt wierd, eri lijn Schip daar na verhin-
dert tè zeylen geduurende eédigé daagen, door het
frequent verfchynen van een van fijn Groot-Brittan-
nilche Majefieits Kruiflers; en ik betuig Uw Excel-
lentie thans in waarheid, dat had de Heer Browning
óf eónig ander Perfoon, beleedigt door de Heer
Cullock of fijn Schip, tig aan my geduurende al
die tyd óm redres geaddrefléert, ik hem feer gaarne
alle de Juftitie iri myn vermoogen fóü beforgt heb-
ben.
Ik ben...”
|
|