| 1 |
 |
“... Majefieit, om aan Land ge-
fet te worden, nevens hunne Bagage, fonder tyd-
verfuim, met bevel aan Capitein "la Roach om de
Haven voor den ogtend te verlaaten.
Eenige tyd daar na, dog nog dien felfden avond,
quam Capitein Alloway by my te rug, en verfogt,
vermits fijn Vaartuig in de Haven, en onder het
Gefchut van het Fort lag, ik het felve mogt aan-
houden als den eigendom van Onderdaanen van den
Honing van Groot-Brittannien; waar op ik antwoor-
de, dat het te laat was, en dat niets als toen ge-
daan kon worden.
Den volgende ogtend wierd ik door Capitein Al-
loway geinformeert, dat hoftiliteiten aan Boord van
fijn Schip begaan wierden door het Volk van de
Brig. Terftond op deefe informatie, die my roe-
quam kort na dat opgeüaan was, fond ik om den
Kanonnier van het Fort, en beval hem, in prefen-
tie van de gemelde Alloway, met alle fpoed fig der-
waards te begeeven, en op de gemelde Brig te vuu-
ren, de eerfte fchoot over deïelve, en foo fy ten
Anker bleeft, de fchooten op...”
|
|