| 1 |
 |
“... quaadwilligheid of
uu. Verkeerde informatiem
Immers de Brieven van den Praefident Greathead aan
?eP öndergeteekendén kunnen de bewyfen van de waar-
heid deefer befchuldigingen niet opleeveren, als U VVel-Ed.
Woot Agtbaare flegts gelieven in aanfchouw te neemen,
oat (gelyk onder anderen te fien is uit fijne Mifiive ten
fieefen annex fub Nurn. i. en in dato 17 December 1776)
fi>e Pragfident felve fig daar by beroept op publique gerug-
ten (dan aan welke hy te gelyk fchryft ongeneegen te iyn
geloof te Üaan) mitsgaders op herigten 3 die hy gelieft te
Roemen de authenticqile; trouwens die fijne provocatie Op
fie publique gerugten 3 en dat renvoy tot die Joogenaamdë
aMhenticqfle berigten toonen ten klaarden aan, dat de Prae-
r erl ^ve oxprellelyk advoueert, dat niet fijne Brieven, op
fig filven befchouwt, de preuves van de waarheid fijner
Aagten in fig felven behelfchen, maar dat defelve van el-
Srs ■> en wel uit de publique gerugten uit de berigten j
' °°ra^s ^ authenticqjle opgegeeven...”
|
|
| 2 |
 |
“... coupabe/e*Ve 7^
•er byvoegende dat hy,»« ookde o„d',en bcfluite
tttwsw
r7sw^
Brief van fijn Excellentie, begeleidendeTw uJn een
vis van den Heer Procureuf-Gener^f TTnP Van ^et Ad”
lbo als blykr uit ByJaage No. 4t. ‘ Thümas Warner,
Welke beiden hier op uit komen ,w >
voor gemelde Kooplieden was. Den Brieffdftf™ tedre!!
ge Remarques over meereemeld» M • e s evar «ni-
Brief en Advis) zyn Zs^g't^ZT’beide el^ ÓC
aan hen felven toe te wvten nir r* e, Se,eeden,
quafi niet terftond na het ««I „lT7 dat %
Chef foude hebben geaddrelfcett s dan de f‘m™aRdant en
«Jües en dit Advis,8denkt de? Onder.\gTlde Re”ar“
««ate) dat nle,J
dee^...”
|
|
| 3 |
 |
“... Americaanfche Vaartui-
gen te Sr. Eullatius op een clandefiine wyfe uit te ruften,
een doorhaande blyk foude geeven, dat hy dusdanige han-
d el wyfe detefteerde, met de Schuldigen exemplairelyk te
ftraffen, en dat (vermits fijn Excellentie in fijn Brief fprak
van Pryfen in de Haven te dulden ingebragt te Worden;
de Ondergeteekende nooit fulks foude toliereeren.
P d
|
|
| 4 |
 |
“...Stukken blykt, en als fulls heeft de Onder get eekentje ie
finguliere getuigenifle van Ros gebruikt; maar indien net
rei'ultat van foodanig onderloek of. enquefte dusdanig uit-
va!d als reeds vermeld is; indien de Belchuldiger lens op
het Toneel gevallig vferfchynende, wanneer men beeüg was
met de laak volgens opgave te onderfoeken, in fijne Ge-
tuigeniffe dusdanig vacilleert, fig (elven eontradiceert en.
lijn geheele Getuigenifie apocryph maakt en, op eige volon-
taire confeffie om verftoot, foü men dan, als regtvaardige
Regters, den Befchuldigden goedvinden te condemneeren.
Immers neen. . .i ■ ^
W el is waar, dat fijn Excellentie de goedheid of liever
cïe betaamlykheid heeft van in dien Brief in te lluiten een
Extratt van eetie Depofitie (fie Bylaage Nutp. 14?) van
een Perfoon, die fijn Excellentie refpedabel meld te zyn
(fonder egter den naam daar van te noemen or te melden
in het Extraft felfs) waar uit het fou confteeren, dat de
Ondergeteekende in converfatie met...”
|
|
| 5 |
 |
“...,
uitrufting en Laading bedraagen had twee duifend
vyf honderd en feeventig ponden vier fchellingen
en feevén pence en een half, en gevolgelyk U Me-
morialiilen een verlies gedaan hebben van twee el ui-
fend vyf honderd en vyftien ponden feeven pence
en eeii half, óf agt duifend drie honderd en drie en
tagtig hukken van Agten en vyf Huivers courant
Geld Capitaal, bchalven de IntereiTen en de fwaare
onkofleii noodwendig veróorfaakt dpqr het langwy-
lig vervolgen van hun billyk regt tot reHitutie, fon-
der te reekenen het yeflies van tyd, en her perfo-
neel gevaar Waar‘aan een van hun blootgefteld is
Qq ge-...”
|
|
| 6 |
 |
“...
kweeken; de eer hebbende met de volmaaktte defe*
ventie en refpeft te zyn,
Myn Hier j
el) Excellenties
Gehoorfaamlte en onderda-
nigfte Dienaar.
Aan fijn Excellentie Jo-
hannes de Graaf j ÏSc.
Myn Heer i
TTW Excellenties antwoord op myn Mifiive door
^ Gap. Phips, is my gilleren overhandigt door
den felfden Officier. Ik he met veel genoegen dat
hy de misdaad, waar meede de Heeren Tertillier*
Godet en Lifter befchuldigt zyn, in het felfde ligt
befchouwt als ik; Uw Excellentie defelve noemende
Perfoonen betigt van foo een reprehenCible af wy king
van de gehoorfaam heid verfchuldigt aan hunnen Souve-
rain en de Wetten van ‘Vw Landj en feggende, dt*
felve fchuldig bevonden wordende op de exemplaarftt
wys te fullen doen firajfen. Uw Excellentie fal my de
vryheid vergunnen te obferveeren, dat ik geen Iter-
ker bewys kan, als het afneemen van een folemneele
eed; en van foo een Bewys is Uw Excellentie thans
in poffeffie, getrokken uit het Regiüer van een
Britfch hoog...”
|
|
| 7 |
 |
“... en PriIon
ceux qui 1’ont enlevé a d’ajouter a cette complailan-
ce celle de m’en donner avis. v
J’ai 1’honneur d'être avec une parfaite confidera-
tion.
Monfieur 3
Votre très-humble & trés-
obéiflant Serviteur.
James Kannadyj fecond contra Maitre,. ou en Ad-
glais, fecond Mate.
Robert M. QuillenA
Mat then Smith.
Michael Carricé.
Alexander Jennet. ^Matelots.
John Stoy.
John Lees.
Isar el Newport, j
Aan de Edele Johannes Nuïïi. 57
de Graaf, &C.
Myn H eer,
jK heb de eer gehad U Excellencies Miffive te ont-
fangen, mitsgaders de Copien van dien aan de
Heer Chaldwill en aan den Gouverneur van St.
Croix, raakendc het Brigantyn de, Marqüis van
Rockingham, Zeeroverlyk van de Rheede van bt.
Euitatius genoomen, door één Americaanfch gewa-
pend Zeerover, U Excellenties aöiviteit by deefe
jit % ge®...”
|
|
| 8 |
 |
“...( *i'o )
volgens de befte informatie die ik kan bekomen, is
de Heer Gouverneur felfs te laaken ge weeft ; of
hy had voor myn aankomft een weg kunnen inflaan,
die efficayieus de inconvenienten had kunnen voor-
komen, welke feedert plaats hebben gehad.
Uw Ed. bekomt thans hier neevens een tweede
Brief over het geval van de Sloep Welcome.
Ik ben met behoorlyk refped,
Onder üond,
Uw Edele gehoorfaamfte
Antigua en onderdanige Die-
den i8 Nov. naar,
1777. Geteekenr,
IVtilt am Mat tew Burt.
Num. 78, Tranflaat- Aan de Edele Abraham
Chalwil.
Myn Heer *
TTEeden heb ik ontfangen een klagfe van de Fd.
Gouverneur de Graaf, over het, volgens myn
opinie, Zeerovelyk wegvoeren van de Sloep W el-
come, van de Rheede van St. Euftatius. Den Pro-
cureur Generaal fal aan Uw en den Colletfeur op
dat fubjed fchryven. ik moet verl’oeken dar lijn
Advis en Diredie gevolgt werd, en dat de Misda-
digers behoorlyk in feekerheid genomen werden, om
te regt gefteld te kunnen werden.
Ik ben...”
|
|
| 9 |
 |
“...„ (if)
*8. i2.
Zyt gy Geinterrogeer- Segt daar toe te zyn
de en verdere Manfchap geordonneert geworden»
uit eigen beweeging aan
Boord van gemelde Schee-
pen om te vifiteeren ge-
gaan, of zyt gy daar toe
geordonneert geweeft?
c • I9’
000 ja, door wien?
ao.
I9‘
, Segt door hun e'er {té
Lieutenant Thomas Cun-
ner.
•ri 2*0*
W eet gy «.el dat gy Segt fulks fijn fchutf
flrafte verdient door het niet is, maar de ordre*
pleegen van deefe publi- van hun Officier te zyn.
que geweldenaryen? 3
' 4Idus. geinterrogeert en gerefpondeert op St. Eu*
flatius in het hort Oranje, deefen 19 December
ï777,m pretentie van Gouverneur en Raaden, demptd
de Heer Johannes Hevliger Raad. P
Onder Hónd,
In kennifle van my.
Was geteekent,
Anthony Be au jon.
Eerde Klerk»
f ^ Defember 1777, is Frederik
Lawrence de novo gehoord, en heeft by fijne voo'
nnnAaiöde ^Hf^vengeperfifteert, uitgefondert dat
°p Arr* 5' heede*n heeft geantwoord, fulks niet tt
C5 °P Art' ri' hceft geantwoord, dat...”
|
|
| 10 |
 |
“...n
( 3*9 )
Jan de El Craz/fer'Grëat- ffui». iUi
head E}j. j TrxfhLen't de St\
Chrijïóphers.
Heer U ebbe Hodfon, Uw Edelens Miffive van
den 18 deefer, verfeld van een Brief v4n fijn Ex-
cellentie Genefadl Burr, beide permiflie verfoekende
voor dien Heer örn vyftig Centenaar Kanonen Pis-
toojkrüit te koopen en ilit te voeren, voor hec ge-
bruik van fijn Groöt-Brittannifchë Majefteits Eorteii
en Veilihgwefken.
Ik heb in geVolgë van dat verfóek dan de Heer
Hodfon de begeerde permiflie'vergunt, óm hem in
llaat te Hellen fijne Engagementen, met Uw Edele
gecontraéfbert, re volbrengen; altoos gereed zynde;
wanneer daarom hehüorlyk vvefde aangefprooken,
om fijn Majefteit of HoogHdefTfelfs Onderdaanen die
dienften te bewyfen, w^elkë dé Traftaatën van vriend-
ich p en alliantie, tülichen myne Heeren ert Mees-
ters, en den Koning Utv Souverain lublifteerende j
moogen requireeren.
Ik heb de eer te zyn, &c;-
•155-
IK heb behoorlyk ontfangen Üw Édeiens aangenaa*
me van den 24...”
|
|