Your search within this document for 'di,Do' resulted in 16 matching pages.
1

“... fullen hebben nagegaan, de Inrerrogato- rien aan en beëedigde Antwoorden van George Scott, Wil- liam Aull, Thomas M. Earrel, Robert Ruyd, Wallis, Do- nahion, en William Patterfon, ten deefen annex jub Num. 8, 1. ij. iv, v. vj. vij. en vlij. Immers, daar uit fullen U Wel Ed. Groot Agtb. ontwaar worden, dat de vier eer[le van die feeven Getuigen op d é vraage, of fy het ook gefien hebben, toen de Ierfche Bri- gantyn genoomen is, en of fulks ook onder het Gejchut van St, Euflatius gefchied is? volmondig antwoorden, neen, in geenen deele, en dat fy daar van niet hebben gefien; ter- wyl de andere drie Getuigen temoigneeren, dat fy de nee- ming meede niet hebben gefien, dan dat fy des nademid- dags ten vyf a fes uur en > of veel een halfuur voor des Sons ondergang, twee a drie Engelfche Leages van de Wal heb- ben gefien twee Vaartuigen aan de Zuidkull: of Zyde van het Eiland St. Euflatius. En hoe feer men mogelyk aan de zyde van de Engelfchen fouden mogen willen urgee- ren, dat...”
2

“.... En men feggen niet, dat de Ondergeteekende, foo als uit de Verklaaringen door den Heer Ridder Yorke inge- leevert en te vinden fub Rum. $ en iz.,lchynt te blyken, en door het Certificaat van Abraham Ravené (waar by hy declareert dat het Brigantyn Schip op de Rheede van Sr. Eullatius ten Anker quam, voerende een Vlag met der- tien Streepen) geconfirmeert te worden, egter alvoorens de ordre gegeeven te hebben tot het doen van Contra-falut, foodanig als by dat Certificaat word geadtelleert; gewee- ten foude hebben, dat het gemelde Schip de Andrew Do- ria was een Noord- Americaanfehe Brigantyn 3 door en in dien ft van bet Congres aldaar uit geruft , en dat hy dus wil' lens en weetens foude hebben toegelaaten, dat (foo als de Preefident Greathead fig by fijne Miffive in dato 17 De- cember 1776 fub Num. 1. uitlaat) de gemelde Noord-Ame- ricaanfche Brigantyn wierd beandwoord met defelfde folem- niteit, verfchuldigt aan de Vlaggen van onafhangelyke fou-...”
3

“...v ^ , ( 3* > . teegen de Onderdaanen van fijne Groot-Brittannifche Ma* jelteic te kruiden, en particulier, dat de gemelde geoppo- neerde Ifaac van Bibber, te Sr, Euftatius, geinterefleert was in de meergemelde Baltimore Hero, foo als blykt uk de gemelde Brief en dépofitie, Bylagen lub No. ij en en dit alles op het geloof van gemelde Depofam ; want verders of meer ppfitifs fweert hy niet, als alleen maar reedenen van weetenfchap geevende, dat hy Welfch ge- melde van Bibbers Broeders Vrouw en Familie kende, en wilt, dat die te Baltimore refideerende (waarom het te verwonderen is dat hy ook fig foo grof in den Doopnaam vergift heeft in het geen hy gefwooren heeft) als meede dat gemelde gefuppoieerde van Bibber hem het Comman- do van meergemelde Baltimore Hero foude aangebooden hebben. De Ondergetekende fchreef hier op ten antwoord aan gemelde Heer Generaal, in dato den 11 July 1777, foo als blykt uit Copia van de Brief, Bylaage fub No. 17, datvan Bibber had middel...”
4

“...Nimi 2i, Aan fijn Excellentie James Toung Esc} j Vi^e-Admiraal vatt de roode Vlag > en Commandant en Chef van f/n Groot-Bt ittamnfche Majejtetts Esquader op de hoogte van de IVindward vEilanden. Myn Heer, TTW Excellenties Miflive van den if, in antwoord op de myne van den n deefer, is my wel tef hand gekoomen door Hendrik Godet , Esq , van welke beiden, ter gepafter tyd, Copien lullen over- gefonden worden aan haar Hoog Mog. myne Mees- ters. Ik herinner my feer wel, dat Uw Excellentie in een Brief van den 14 December laatftleeden, onder andere fig beklaagde over het gedrag van de Heef van Bibber ; en had de Heer M. Connel van Do- minica , een van de Eigenaars van de Brigantyn May, genomen door de Americaanfche Kruifler, ge- naamt de Baltimore Hero, in Haat geweeft den in- houd dier klagten in behoorlyke forma te bewyfen, fou Uw Excellentie feedert lange overtuigt zyn ge- weeft van myne opregte geneegentheid om de Mis- dadige te itraflen. Ik heb, volgens pligt...”
5

“... deChriftiana, gedeftineei't na een gedeelte van Noord-Carolina, en laatft genO' men door Stephan Philip, voerende de Sloep Ran- ger, en in de Haven van St. John opgebragt. moet U Excellentie permiffie verfoeken in antwoord te moogen obferveeren, dat my niemand bekent is voerende de narim van Tertellier, of eenige daar na lykende benaaming in dit Eiland; dat verfcheide de naam van Godet voerende, Inboorlingen en Burger5 van het felve zyn, en dat de aangevoerde Heef Letter een Burger is, die alhier feedert een langeI1 Num. 44. Aan Jijn Excellentie Wil- liam Matthew Burt Esq. 3 Ca- pitein Generaal 3 Gouverneur en Chef in en over alle fijne Groot- Brittannifche Majefteits Lee- ward Charibbée Eilanden, Can- celler , Vice-Admiraal en or di- nar is van de felve 3 &c. &c. &t‘ St. Eu/iatius den 31 July 1777. Myn Heer,...”
6

“... ik, is na Holland vertrok- ken; dog Uw Excellentie kan hem gemakkelyk uit- vinden. Ik heb de eer te zyn, Myn Heer j Onder ftond, Uw Excellenties gèhoorfaam- Antigua fte en onderdanig!! Die- den 18 Aug. naar, 1777. Geteekent; ÏVilliam Mattew Buft’ Num. 67* Aan Jijn Excellentie de Heer Johannes de Graafj te St. Eujlatius. Myn Heer, TÏC ben geinformeert dat Uw Excellentie een wit*c Vlag na Tortola afgefonden heeft, met bevel on* op te eiffehen de ongelukkige Manfchappen , di® i-eeroverlyk de Brigantyn de Marquis van Rocking" ham, toehoorehde aan Onderdaanen van den Konin# myn Meeflér, weggevoert hebben van de Rheede van St. Euflatius, Uw Excellenties Gouvernement’ én dat Gy gerefolveert en beefig zyt toebereidfel6** te maaken om defelve exemplair te firaffen. misdaad is feekerlyk groot; maar dus is de finneloo* ^ geettdryverye of enthoufiasmus van de misleyde in' ierieure Onderdaanen van myn Meefler; en fchoo^ fy door hunne rebellie fijne proteétie verbeurt hen...”
7

“... niet louden hebben, welke gy reede had daar van te verwagten, fend ik hier neevens Copien Van my- ne Brieven aan de Heer Cbalwil, en aan den Gol- ledeur van fijn Majeiteits Douane te Tortola, uit welke Uw Ed. myne bereidwilligheid en volllrekté beveelen lult fien. Vermits de Sloep Welcome aan- geklaagt was geweeft, di&eerende onfe Wetten de Proceduures tot haare reguliere decharge. Het is de particuliere pligt van fijn Majeiteits Geregts-Of- ficieren, deefe Proceduures te reguleeren; en deefe beval ik den Procureur Generaal na Tortola te ver- vaardigen door een geleegentheid die lig toen aan- bood. Den dag van myn te rugkomlt alhier vetfee- kerde my den Procureur Generaal dat defelve ge- depecheert waaren. Ik moet my felve verleegen bekennen eenige Wel- gegronde reprefentatie of klagte uit te denken, welke my van weegens Onderdanen van hun Hoog Mog. toegekomen zyn, die niet na vereifch geredrelTeert zyn geweeft. Ik fou my gelukkig agten te kunnen feggen, dat dé klagten...”
8

“...Num. 79* Tranüaat- ( ii» ) 'de Edele Abt. Chd- iWillj EsqOmm an de erende Ojfi* r/cT /di* *■■■■ re&ien van de Heer Procureur Generaal , no- pens het reftitüeeren van de Sloep Welcome en haaf Laading, vry van alle korten, het welk my flattee- ren, dat door een onmiddelyke nakoming fal gevolgt worden, vermits ik Brenger deefer, Abraham Hey* ger, Esq., expres heb afgefonden om defelve te ont' fangen. Ik heb de eer met veel eeerbied te zyn, Myn Heer i Onder ftond> U Edelens gehoorfaatnfte en onderdaniglte Dienaar. Nutn. 80. Tranflaat. Aan fijn Excellentie Gou- verneur de Gsaaf. Tortola den 2 6 Nov. 1777* Myn Heer, fp'Er gehoorfaaming aan de begeerte van fijn cellentie den Generaal Burt, en in conformity van het advis en de direöien van de Edele Procureur Generaal, is de Sloep Welcome en haa Laading overgegeeven aan Abraham Heyliger, ES(U welke Heer door fijn...”
9

“... deefe, natuur, is ten uiterüe fmertelyk voor my: maar al^ pligt defelve di&eert blyft niets voor my over dan te gehoörfaamen. Ik heb de eer te zyn, &c. ' i' •> Foor de Ed. Johannes de Num. 83. Graaf j Esq. Gouverneur over de Eilanden St . Eujtatius „ Saba en St, Martin, &c. &c. &c. TTEede zyn de den tweeden dag van December, •*-A in het jaar 1777, compareerde, in Perfoon ,A1- bertus Swain, Stuurman, en Job Coffin en Stephen Paddack, Matroofen , laat.lt behoord hebbende tot de Schoener Liddy, gecommandeert door Salomon Bunker, van en uit het Eiland van Nantuckit, wel- ke, na refpedivelyk den fighamelyken eed behoor- lyk afgelegr te hebben, declareerden. Dat op Sondag den dertigllen dag van November, laatllleeden, tulichen de klokke tien en elf uuren voor de middag, dë voörnoemde Schoener Liddy, (die toén over de Barr [Sluitboom] en binnen de Haven van Great Bay in het Eiland St. Martin was, en niettegenllaande het Gefchut van het Fort Am- iterdam drie Kogels een...”
10

“... Philips het Comman- do van gemelde Bark voerde, en dierhalven het werktuig is geweeft van alle deefe publicque gewel- denaryen. Alle welke faaken zyn van feef pernicieufe ge- volgen , die in een Land van Politie en goede order geenfints kunnen werden gedult, maar anderen teh exempel dienen gefiraft te worden. Dierhalven concludeert den Eyffcher, Ratione Officii j uit naam ende van weegens haat Hoog Mogende de Heeren Staa- tent...”
11

“... de Haven te blyven, die foo goed was hem fijn Baggagie en wat hem aan Boord toebehoorden te rug te willen geeven, dog nu te laat was om het nog dien avond aan Land te krygen ; waar in de Gouverneur bewilligt had, dog den Officier van de Brig gelatte met Sonnen opgang den volgenden ogtend te vertrekken, of dat hy op de Brig fou dóen fchieten en in de grond booren ; en verder declareert deefe Deponent, dat Ailoway hem feide dat hy den Gouverneur aan den Kanonnier Jofeph Wyeth de orders had hooren geeven, om na het kort te gaan om op de Brig te fchieten en haar in de grond te booren, en dat de gemelde Ailoway declareerde, dat hy al de fatisfaéiie ontfangen had, di^hy van den Gouverneur kon vervVagten. En ver- der legt deefen Deponent niets. W as geteekent, Jacob Diaz Delgado. Bèëedigt in onfe pre- fentie den 23 January 1778. Geteekent, The o dor us Ketter ling. ( L. S.) John Salomons Gibbes. St, Eultatius. PToor de Ed. Johannes de Num. 109 Graaf j Esq. Gouverneur...”
12

“...■ ■ ,, •, . XU6 ) . v, I fijn Wel-Ed. Geftrenge fulks bemerkende, terftona den Conftabel van het Fortres by fijn Wel-Ed. Ge- ftrenge liet koomen, en hem ordonneerde Tonder di- lay Op gemelde Americaanfche Kaaper te vfturen, dat daar op het Fortres hadde beginnen te vuuren, en na dat het tweede Schoot op haar gedaan was» tóaaktede fy Seyn van zeylen, en binnen de twintig minuten waren Ty onder zeyl, geduurende welke tyd het Fortres op haar continued vuurde. Verders ver- klaart den Comparant dat hy verfcheidene Kogels heeft fien vallen kort voort en by de gemelde Ame- ricaanfche Kaaper; alle het welk voortfz ftaat ver- klaart den Comparant de fuivere en opregte waar- heid te zyn, daar op en by folemneelyk perfifteeren- de. • Soo warrlyk tnoeft hem ‘Depofant God Almagtïg helpen. ^ Des t’oirkonde deefes door ons Gouverheur en Secretaris eigenhandig onderteekènt en mét het ge~ woone ’s Lands Zeegel beveiligt. St. Euftatius den 30 January 1778. Was geteekent...”
13

“... be- komen, want foo ja, dat dan de laak aan haar Hoog Mog. discullie moet overgelaaten worden ? Het is myn pligt te perlifieeren in den eifch van vergoe- ding aan Capt. Alloway en de Rheeders van de Sloep Yrfche Gimblet, ter ibmme van L.1190-11- incou- rant Geld van dit Eyland, zynde het beloop van de fchaade die fy by Protelt, onder my beruftende, bewyfen geleeden te hebben, do^r het verlies van hun Vaartuig, niet in verfeekering genomen en ge- reftitueert toen fulks verlogt of gerequireert is ge- worden, fchoon fig bevindende onder het Gefchut der Forteres van Great-Bay in St. Martin. Dit ge- daan zynde fal ik niet deefe faak geheellyk aan den Secretaris van Staat van den Koning myn Mees- ter overfchryven. Ik hoop binnen korte van Uw Ed. qp dit fubjeÉï tê hooren, en ben ondertuiïchen met alle behoorlyk eerbied, Onder ftond, Uw Ed. onderdanige St. Chrifto- Dienaar, pher den 23 Maart Was geteeként, *777- William Mathew Burt. T.S. Uw Ed. gelieve aan de Heer Heili...”
14

“... gefprek meede voorgehouden wierd aan de gemelde Browning (maar of fulks door den Declarant alleen, of meede door den Gou- verneur gefchied is, verkiert den Declarant liever niet te bepaalen, dog gelooft door beide) dat foo hy een Proteit na waarheid wilde maaken, hy daar in behoorde te infereeren door wiens toedoen hy op vrye voeten gefield, en de Neger hun gerefti' tueert was. Dat den Declarant fig meede herinnert, dat do gemelde Browning feide, dat hy fijn Proteft moert beëedigen, en niets dan de waarheid feggen; en dat den Declarant op dat fubjeét de gemelde Browning waatichouwdë, forg te draagen van de geheelc waar- heid...”
15

“... fy gedeltineert was; waar op de Bevelhebber van gemelde Sloep antwoorde van St. Euüatius, gedeltineert na St. Do- mingo. Daar op fommeerde den Deponent hem oifl by te draayen, waar aan geen de minlte regard ge' geeven wierd; hy herhaalde fijn fommatie drie on- derfcheide reilen, dog fonder vrugt, Den Deponent fiende dat gemelde Sloep lteeds lijn cours vervolg- de, alle Zeylen byfettende, beval een Draaybas op defelve los te branden, het welk de gemelde Sloep beantwoorde met de volle Laag, en het Gevegt al zeilende continueerden voor omtrent drie uuren on- der Hollandfche Vlag, welke aan de top van des Sloeps Malt geduurende het geheele Engagement opgeheylt bleef. Dat ’er twaalf Man, de Capitein en een Jonge daar onder begreepen, aan Boord van de gemelde Sloep waaren; dat fy agt Affuitttukken 1 Tweeponders, voerde; dat een Man aan Boord van de gemélde Commifliefloep in het voorfz Engage- ment gewond wierd; dat toen de gemelde Sloep d®/ Reprifal de voorfz Sloep onder...”
16

“... voornoemt by fijne komile tot het Gouvernement, voor my fond, en my dan eed van fruftUaTngn?d behe!fende ik geen Bus- k ut aan niemand, hoe ook genaamt, foude aflee- veren, om van het Eyland vervoerd te worden ten dL?LneH00ndD Wie-rd een beëediSde Declaratoir door den Heer Requirant geteekent, en met Com- f;fheebbee:g8térvof;?t,gt- H?t weik ik puna“- Aélum St. Euilatius den ly IVdey 1778. Was geteekent, C. M. Schultz. Tranflaat. Aan de Edele Johannes Num.iC2. de Graaf j Gouverneur van St. Euftatius. Myn Heer, I^\x?MrdieriA/f 3un de ordres van fijn Excellentie William Matthew Burt, Captein Generaal van fknteha^aJe kln tferrd Charibbée Eylanden, geef ik thans aan U Ed. kennis, dat ik overeen gekomen ben iet de Heer Webbe Hodfol°B^*di!3£ Kkkk z om...”