Your search within this document for 'ber' resulted in 18 matching pages.
1

“..., gedateert z6 December 1776, van welken Copie door den Heer Ridder York als een Bylaa- ge by fijne Memorie van klagten aan hun Hoog Mog. is overgeleevert, en van welke Brief en deflelfs voorgewende noodlottige reife nader by de verhandelinge van bet vier- de of laatile Poindl fal worden gefprooken, en welke Mis- iive van den Praefident Greathead in dato z6 December 1776 ten replique, foo alsdan voorgegeeven word, op deS ondergeteekendens antwoord van den 13 December 17y6 aan den fel ver Praefident Greathead geionden foude zyn, van welke laatile de Copie alreeds door den Ondergetee- kenden aan U Wel-Ed. Groot Agtbaare is gefonden ge- weeft als Bylaage fub litt. K. by fijn Brief van den 18 Ja- nuary 1777, en waar van weederom Copie hier annex fub Num. z. Immers, wanneer men dien Brief van zó Decem- ber 1776, ten deefen annex onder Num. 3., infiet,fal daar uit blyken, dat hy Greathead niet alleen het disadveu van den Ondergeteekenden, dat namelyk het Gouvernement vau St...”
2

“... School lag) dat hy hdelnhf flJ?er Schoolmakkers op feekeren avond in Phi- de gaan vvandelen, door eenige Perfoonen in gedwonaenS?,te^her l7?6 W'erd gePreü’ en door defelve ruft door h T t B?°Ad te gaan van etn Rrigantyn, uitge- gecomm Fa Loulres •> genaamt de Andrew \Dor ias lag op de R?” dber I776yarnveer A St‘- Jlullanus’ en aldaar m half Novem- foö wéegens feekerV" ^ dat h7 een detail gedaan hecfc êeeven |a]ut, als *"*!?* gantyn vneor die ! J" v!ugt van de gelegde Bri- uït het\een%v aaJfiF J°g % è,^eIy£ nog by> dat ^ nen verft* ^ p°ord van het fèlve Brigantyn heep kun- 'Olivet*',dat dé 1 bet ZemeUe„a Si, was, rn ° Kléi....”
3

“... Rheede an Euftatius ? en onder het Geichüt van dat Eiland; maar fulks is volftrekt onwaaragtig, als men veronderftellen aS’ dat de Praefident Greathead de waarheid meld,wan- aan Lord George Germain by fijne Miiïive van rvn ccen)ber *776 fchryft, dat dé neeming van de Brigan- > van dat Eiland (te weeten van St. ChriftOphers) Was gesien, want confidereeren U Edele Groot Agtb. dat St; Lhrutophers van het Eiland St. Euftatius aflegt neegen tngellche mylen ten zuidoolten, en wel foödanig dat de Kncede van St. Euilatius {op welker hoogte de prseterifé eeming, en wel Nb. byna onder hei bereik Van het Ge- P rut yan St. Euftatius, gefchied foude zyn) in haare leg- , ^.*? aan de wefi'£yde van het Eiland St. Euftatius* en p, minften tien a elf Engeliche mylen van het Eiland St. vmnitophers; dan fpreekt het van felye, dat* foo de heé- ming gefchied ware op de hoogte der Rheedey en Wel byna onder het bereik van het Gefchut van St. Eufatius> men E dé-...”
4

“.... v j j * ' \ t • : .. n j hand, Too als te voeren gebleeken is, de Admiraal Young ln fijn laatflgemelde Brief, Bylaage No. 18., opgaf, dat de- ielve te Antigua, waar na toe defelve gedefiineert was, jiiuis hoorde, Waar van de Ondergeteekende ignoreert hoe laatüe foude kunnen plaats hebben) met verfoek om de 'ecuiiteic of borg van gemelde Rails, zynde de gemelde Van Bibber, daar over te onderhouden tot goedmaakinge van foodanige fchaaden, als door gemelden capture of des- ielfs nadeelige confequentien mogten veroorfaakt worden. Vv aar op de Ondergeteekende en de Raaden, de gemel- de A. van Bibber in hunne Vergaderinge ten voorenge- tnelde einde verfcheenen zynde, goedvonden hem van Bib- ber, die van voorneemen was om een reife na de Deen- fche Eilanden te doen, te ordonneeren, niet te vertrekken, alvoorens hy van Bibber eene fufficante cautie in fijne plaats ten voorfz, einde gefield foude hebben, tot dat deefe faak finaal opgeheldert was, foo als blykt uit Bylaage No...”
5

“...- begrip of verkeerde fuftenue ten opfigte van des Onder- geteekendens meening, weegens de Plaats of Jurisdi&ie, alwaar het Bergloon voor het herneemen van de Brigantyn loude gedecideert en betaald worden ; om dat dien Heer foo opinatre in dit fijn wanbegrip is geweeff, dat mert ial vinden, dat hy de goedheid heeft gehad van lig feer ampel en felfs op een onbevoegde manier daar over aait den Ondergeteekenden uit te laaten, bylondér iti lijn Ex- cellentie voorengemelde finguliere Brief van den zo Ofto- ,ber 1777 (Bylaage Nutii. 141) waar in lijn Excellentie in- floot een Extract van des Ondergeteekendens Brief van den 11 Augufty aan lijn Excellentie (Bylaage Num. <5y) waar uit fijn Excellentie meent fijn fuffenue goed te maaken; Maar (loo als reeds gefegt is) des Ondergeteekendens woorden in die Brief, foo min, als in dien aan den Heer Chalwell te Tortola, van dien felven datum, geeven fulks tc kennen, foo als aan een ieder, die defelve met een Ön» beneeveld gefigt naléeft...”
6

“... den laat Hgeme Kien aan den On* dergeteekenden, in dato 26 November 1777 (en dus twéé daagen voor den 18 dito s en by welke Rescriptie de Heer Chalweil melding maakt van des Generaals ordres en vati h t Advis van den Procureur Generaal, mitsgaders vati Abraham Heyliger, die de gemelde Bark moeit ontfangenj het geen hem onrnooglyk geweefi was ter dier tyd te doen, indien de Generaal. But t die öfief eerit op den 28 Novem- ber 1777 gefchreeven en verbonden had. Een Haaltje al weederom, waar uit geélicieert kan worden, Wat fiducie men Hellen moet op de gelëgdens en p aetenfe klagten vari Lieden* die in het waarneeraen hunner faaken, betrekke- lyk hun Arnpt, 100 irregulier en onoplettend te werk gaan. En hier mtC-de deefe faak afdoende, gaat de Ondergë- fchreeven over tot een kiagte* \v<. Ike de Ondergeteekendé Van den Ed. Heer Abraham Heyiger, Commandeur vaii het Eiland St, Martin, ontfing weegens een andere Zeerot verve, in de Haven van gemelde Eiland door een Engel...”
7

“.... . ( v En dit brengt nu de Ondergeteekende geen hy te vooren gemeld had, dat hy c woord te laateo, voor fijn vertrek, by weege van affcheid, niet konde nalaaten (foo als de Ondergeteekende oök aan de gemelde Generaal meefmaalen gefegt hadde te fullen doen) by weegen van recapitulatie niet alleen dien fingu~ lieren Brief van den io October 1777 f Bylaage Num. 141.) maar de onderwerpen van verfcheide Brieven van fijn Ex- cellentie feedert ontfahgen in dato den 7 en 2,8 Novem- ber, van den 3 en den 10 December 1777» Bylaagen Num. 73, 143, 41 en 144, fpeciaalyk en nader te beant- woorden y op dat fijn Excellentie uit gemelde Recapitulatie* Brief (vergeleeken met fijne gemelde vyf Brieven) duiden lyk konde fien, het geen de Ondergeteekende aan fijn Ex- cellentie meenigwerf hadde gemeld; dat namelyk de On- dergeteekende op een feer onheufche; onbevoegde en felfs onbettaanbaare manier, in eene correspondentie van deefetl ferieufen aard, door fijn Excellentie was behandeld...”
8

“... bekent is, dat Zegt neen van niemand eenig Inwoonder alhier ee- te weet en. nige portie of deel heeft of nog is hebbende in feeker Noord-Americaans Vaartuig, genaamt de Bal- timore Hero, welk Vaar- tuig op den zï Novem- ber laatflleeden dederfche Brigantyn, genaamt Mai, foude genoomen hebben by St. Chriüophers. 7'\ 2,4 Of hem ook bekent is, Zegt neen. dat ’er eenig® ïngezeete* nen van dit Eiland, dire# Geteekent, Johannes Godet. Conftapel. ken by den IVel-Edelen Ge ft renge j. E, Vraagen Antwoorden. Art. i. Dd x of >...”
9

“.... Salomons. Jacobus Seys. Onder Itond, In kenniffe van my. Was geteekent, Alexander le Jeune. . Secretaris. Laager Hond, Accordeert met ddTelfs Ori- gineel ter Secretarye dee- les Eilands beruftende. Sr. Eultatius den zo Decem- ber 1776. Quod Attefior. Geteekent, Alexander le Jeune. Secretaris. In- Ee »...”
10

“... Secretarye dee- fes Eilands bëruftende. St. Euftatius den ïo Decem- ber 1778. Óhiod Attejlor. Geteekent, Alexander le Jeune- Secretaris. f noomen had, op dit Ei- land toebehoorende was. 4. Segt by fijn weeten niets. 3« Segt neen, niet gefien te hebben. 4- Segt ja. lntef'...”
11

“.... *Dirk G. Salomons. Jacobus Seys. Onder ftond, In kennifle van my. Was geteekent, Alexander le Jeune. Secretaris. Laager fiond, Accordeert met defielfs Ori- gineel ter Secretarye dee- les Eilands beruftende. Sr. Eufiatius den 10 Decem- ber 1776. Ófuod Attejlor. Geteekent, Alexander le Jeané» Secretaris. r Inter-...”
12

“...() de hem converfeeren met een ander hier over den Capitein van gemelde Brigantyn by de Americaan- fche Kaper genomen, en i'eyde dat her een fchande was, dat de Burgers van dit Eyland foude getole- reerc worden, om Vaartuigen te eigenen en Kapers uit te ruiten, veel meer woorden uitdrukkende over deefe laak, dat den Comparant dagte, volgens de wyfe hy fijne Converiatie inrigte , dat hy fijn dis- cours regens hem hadde, en volgens, het geene iy ieide, verfiond hy Comparant, da' Capitein Abram van Bibber van dit Eyland, die Heer was, dewelke hy meende dat Eygenaar was, en de bovengemelde Bark of Kaper hadde uitgeruil, en dat hy Compa- rant overtuigt zynde, dat Capitein van Bibber on- nofel in die laak was, en hy Comparant ’er groore- lyks by geintereiïeert was, om te hooren , dat hy Heer Scott foo veel liberteit nam, met de ber en Caraéter van de Heer van Bibber; en dar hy Com- parant het fijn pligt oordeelde, om hem Scott daar op een antwoord te geeven, en ging daar...”
13

“...( *33 ) 4 Aan fijn Excellentie JamesNum. 16. Toung, Z?.fy. Vke-Admiraal van de roode Flagj en Commandant cn \ Chef van Cijn Groot-Brïttannifche Majejieits Esquader in de Lee- ward Eilanden j Antigua. Sf. Euflatius den 19 'December 1776* Afy/z Heer, TK heb de eer gehad uit handen van Capiteïn Col- poys van fijn Groot-Brittannifche Majefteits Schip de Seaford, te ontfangen U Excellenties Brief van den 14 deefer, met de daar nevens gevoegde Me- morie, beide relatif tot het neemen van een Bri- gantyn , toehoorende aan de Heeren Bendel en Fofter Mc. Connell van Dominica, door een gewa- pend Vaartuig, gefegt uitgeruft te zyn ge weeft in deefe Haven, en geëigend door de Heer van Bib- ber, nu een Inwoonder en Burger van dit Eiland} en de Heer Mc. Connell, een van de Eigenaars van het Brigantyn heeft my een Brief gebragt van fijn Excellencie Gouverneur Shirley, houdende defelfde klagten. In gevolge van U Excellencies verfoek alfoo de befchuldiging is ten lafte van een...”
14

“... Edele Johannes de Graaf, Gouverneur van St. Euftatius, Sabba en St. Martins._________________ ■ ----—----- Tranüaat. Aan de Edele Johannes Nurn. 3 ^1 de Graaf j Esq. Wel-Edele Heer, fïf wprklaar od tnvn woord van eer, dat ik nooit I onSngen S een Brief, of Brieven of Bevoelen, hoe genaamt, van eemg Perform of Perfoonen, aan U Ed. geaddreffeert; en de Heer btroode gefegt hebbende, dat hy my een Brief overgegeeven bad van den Praefident Van St.Kitts, de dato aö Decem- ber laatftleeden, en aan U Edele geaddreffeert, is fulks fonder grond, alfoo te dier tvd te Detnerary was, op welke Plaats gèbleévenben van den 9 No- vembet 1776 tot den 8 Maart daar aan volgende. Ik ben met groot refpetf, fVel-Edele Heer j Onder Hond, . er Fuftatius Uw gehoorfaamfte en on- bt'den\6 derdanigfte Dienaar. timer f,777.' Geteekent, Juny 777 Alexander Chalmers. Oo ï \...”
15

“... een iegelyk die deefe füllen fien, fa- lut: Sy bekent dat James Kannady mits deefe door my geauthorifeert is, na Charles Town, of eeni- ge andere Haven of Havens toehoorende aan de ver- eenigde Staaten van America, met alle fpoed te ver- trekken, met de Prys genomen door de gewapende Sloep de Peggy , toehoorende aan de vereenigde Staaten van America, Thomas Cheney, Bevelheb- ber. Was geteekenr, Thomas Cheney. Onder flond, Was geteekenr, John Gibbs. Regilterhouder der \ Admiraliteit. St. Chriflo- Laager flond, phers den 6 Een waaragtige Copie. Aug. 1777- Geteekent, William Mathew Burt. NB. Is het felfde Stuk nogeens, of eigentlyk het Ml]rn origineel Ektraft, door John Gibbs onderteekent en UIIi* geauthentifeert, B. 59* Aaa Ex -...”
16

“..., Johannes de Graaf. Onder ftond, In kennifle van my. Was géteekent, Alexander le Jeune ■iT , \\r/Y Johannes de Graaf, Gouverheur over de Ei- ^ iNUlïl III. W landen St. Euftatius Saba en St. Martin. Oirkonde en bekenne, dat voor ons gecompareert en verfchee- nen is, Michael Cuvilje, Burger en Inwoondef al- hier , dewelke verklaarde en deponeerde ter liefde van de waarheid en om te itrekken en dienen daar het behoord, dat hy Comparant op den xy Decem- ber des gepafleerde jaar 1777, fig bevond ten Hui' fe van deficits Schoonvader John Haffel, op Groot Baay in St. Martin, wanneer hy verfcheide fchoo- ten gehoord heeft uit het Fort Amfierdam, en is hy Comparant uitgegaan om te fien wat het mogte zy.n, en op de Strand gekoomen zynde, bevond hy, dat de fchooren uit het Fort gedaan waren (fo° het den Comparant voorquam) op een Brigantyn die ter tyd op een heel verre diltantie van de Rhee lag. Gelyk het den Comparant nader bleek, wan- neer hy op Strand was, door drie andere...”
17

“... Gouverneur, na een ogenbliks retlexie; lchoon loo het fcheen niet fonder moèlte, tewilhgde; dog aan dé gemelde Mc. Culioch ge- lalle fijn Prys weg te lenden, want dat fy in dé Haven niet tóegelaaten fou worden: En dat de voorfz Mc. Culioch daar op weg gegaan zynde, de gemelde Gouverneur dm twee a drie Officiers van het Gouvernement lond; en aan defelve, in prefen- tie van hem Declarant, bevel gaf om het oog te houden; dat de gemelde lalt agtervolgt wierd. En deefe Declarant fegt wyders, dat in de voor- middag van den § February laatllleeden (Zynde den dag na dat de Ratle Snake vertrokken was) hy De* claiant aan het huis van de voorfz Gouverneur was* wanneer feekere Richard Brduwnig, welk hy De- clarant, naderhand verllond; Schipper of Bevelheb- ber van de voorlz kleine Schoener geweeft te zyn» in het Klaagvertrek quam en aan den Gouverneur overhandigde de Poinden van een Protell, in het Engellch géfchieeven, en niet boven twaalf a vyf- tien reguls houdende, welk de...”
18

“... de Wal, ja, volgens onfe gedagten, de Kogels en Schroot aan de Wal motte komen, tegen de Gebouwen van de Heer C. Schultz*, alwaar eenen grooten getal van Kruyt in een Kruyt-Magazyn was, alfoo fulke hofti- liteiten foude hebben kunnen ttrekken tot taliter ruin van deefen Eylande; Aflum St.Euttatius den 9 January 1778. Was geteekent, Abraham Ravene, Commandant. Abraham Heyliger,Gz. Sergeant. Johannes Godet, Konttapel. VX/Y ondergeteekende Officieren ten dienfte van ▼V de Edele geo&royeerde Weftindifche Com- pagnie der vereenigde Nederlanden. Certificeeren ende bekenne, dat op den 44 Ofto- ber 1777 eenen Bark-Kaper, genaamt Hero, gecom- mandeert door Capt. Robert Wider, hier op deefe Rheede was kruyflende omtrent vyf uuren nade- Iiii z mid-...”