Your search within this document for 'bei' resulted in five matching pages.
1

“... van het Noord-Ame.rïcaanfche Congresis gedeeltelyk aan elkander contrarieerende, en gedeehelyk op cenen feer lollen en onfeekeren grond is bei uitende: Immers de Verklaaring van [jambs Traftnj John tDean en John Spier brengt meede, dat deefe Getuigen duidelyk konden f:en; d,at het gemelde Schip voerde neegentten Af- [uit-Kanonnen of daar omtrent, dog by de Depolilie van u°hn Trottman „ die voorgeeft lelve aan Boord van dat Schip geweelt te zyn, word verklaard, dat het felve ge- tnonteert was met veertien dubbelde oefortificeerde vier Ton- tiers en veertien of fjütn ‘DraaybaJJen ; Her geen dus, ge- lyk het felve onderling variert, foo ook aantoonr, dat, of de eene of de andere der Getuigen de waaheid ten dien opiigte is voorby gegaan, of dat ten minüe hun getuigenis ls '’olllrekt onleeker. Even foodanig is het ook gefield met de begrooting der Equipagewaar meede men tal meede, loo het Ichynt, ten betoge, dat de Ondergeteeke datSchip loude hebben moeten kennen voor eene...”
2

“.... Beeedigt in onfe tegen- woordigheid , deefen a 3 dag van January 1778. Geteekent, (L. S.) 7 heodorus Ketter ling. "John Salomon Gib bei. P'm - Rrr %...”
3

“... (die in de groote Baay op die daö ten Anker was gekoomen) om fijn WebEd w rfn/VLerWlttigen hun arrivement; dat fijn Wel-Ed. Geftrenge terftond na dat hy van gemelde ürhcier vernam wie en wat Vaartuig het was, hem wel expreffelyk werbood langer te Hyven leggen ibaar dat hy terffond fonder delay fijn Anker foudê moeten ligten en Zee kiefen; dog dat kort daar na by lijn We-Edele Geftrenge aan Huis quam eenen 1 homas Alloway, gevoert hebbende fëekere Kaaoer die door opgemelde Americaanfche Kaaper genomen was geweeft, en meede in gemelde grome Baay ge- ankert was, dewelke vart fijn Wel-Ëdele Geftrenge leer mllantelyk verwagtede dat de gemelde Ameri- caanfche Kaaper gepermitteert mogte zyn te blyven leggen rot des anderendaags, zynde den 27 Decem- bei, om het Equipage en Bagagie te landen van hem Alloway, voorgeevende dat fulks aan hem belooft Was, door den Capitein van het Americaanfche Kaa- per, het welk in het eerde door fijn Wel-Ed. Ge- Itrenge van de hand wierd geweefen...”
4

“...( »97 ) ; - dat de Declaranten en ieder van defelve feedert ge- in tor meert zyn dat het Schip een Americaanlche of Provinciaalfche Kaaper, genaamt de Ratle Snake, en de Schoener een Britfche Kaper, in het Eiland An- tigua t’huis hoorénde, geweelt is; en verder depo- heeren niets. Geteekent, (L.S.) Jan Lesper * Juri. Beëedigt in prefentie van Chrijiiaan Lespier. ons Raaden voorfz, den ‘Daniël Pieterfon. ï April '1778. Geteekent, ‘Pieter Runnels. Olivier Oyen. Tfanflaat. St. Euftatius. Voor de Ed. Pieter Run- nels en Olivier Oyen, Esq. bei- de Raaden van het voorfz,. Ey- land. ^PEr requifitie van de Ed. Johannes de Graaf, A Esq., Gouverneur over de Eylanden St. Eulta- tius, Saba en St. Martin, heeden, zynde dén 31 Maart anno 1778? compareerden in Perfoon FrancisChicke, Kanonnier van de Naflau Battery, en Pieter Jaquet, Burger eh Inivoonder van dit 'Eyland , welke den behoorlyken én geregtelyken eede fólemneel afge- nomen zynde, ieder voor fig felven...”
5

“...Num. 135. 4, (198 ) t’huis hoorende in het Eyland Antigua; en verder deponeeren niet; Was geteekent, Fr an gis Chicke. Beëedigt in prefentie van Pierre Jacquet. ons de voorfz Raaden, den 31 Maart 1778. Geteekent, F iet er Runnels. (ES.) Olivier, Oyen. Tranflaat. St. Eujlatius. Voor de Ed. Pieier Run- nets en Olivier Oyen , Esq., bei- de Leeden van den Raad van dit Eyland. npEr requifitie van de Ed. Johannes de Graaf, •*- Esq., Gouverneur over de Eylanden St. Eulta- tiuk, Saba en St. Martin, Heeden, zynde den 31 Maart anno 1778, compareerde in Perfoon John Cu- velje, c.s, Burger en Inwoonder van dit Eyland, welke den eed met alle behoorlyke en geregtelyke falemniteit afgenomen zynde, declareerde als volgt; namen tl yk: Dat tuffchen de uuren van twee en drie in den agterraiddag van January laatüleeden: Hy Declarant fig ten Huife, van fijn Oom, de Heer John Haflell, agter den Berg van dit Eyland, bevindende, een Kononfchoot op Zee hoorde, welk hem de Thuyn...”