Your search within this document for 'be' resulted in 97 matching pages.
 
1

“...Ëygendommen van fijne MLjeiteits vreedfaame en getrouwe Onderdanen; maar ook dat hy kan goedvinden, om by de gemelde Miffive pretenfelyk op de autenticqfte berigten, die hy voorgaf in handen te hebben, foo met relatie tot het laaten neemen van een Engelfch Vaartuig by na onder het bereik van het Gefchnt van St. Euftatïus> als met be- trekking tot het falueeren der Americaanfche Vlaggen, en het laaten inneemen van eene Laading' Buskruit en andere Oorlogsbehoeftens ten gebruike van de Americaanfche Ar- mée, te avanceeren foodanige befchuldigingen, welken den Ondergeteekenden meer van naby en in fijn Perfoon en Charafter concerneerden en beleedigden; Soo is de Ondergeteekende althans met geene mindere bevreemding aangedaan geweeft, wanneer hem uit het Ex- traét der Refolutien van hun Hoog Mogende, het welk U Wel-Edele Groot Agtb. hem hebben gelieven te doen toe- komen, mitsgaders uit de Copie der Memorie van den Heer Ridder York, in dato u February 1777, te vooren quam...”
2

“...aan hun Hoog Mog. rapport te doen, en om voorts den ön* dergeteekenden te requireeren, om ten fpoediglten en fon- der dilay herwaarts over te komen, om behoorlyke infor- matie te geeven van al het geen geduurende lijn Gomman* mandement op het Eyland St. Euttadus, met relatie tot de Americaanfche Colonien en der fel ver Scheepen 1'oude mo- gen zyn gepaffeert en ter fijner kenniife gekomen, en fijn gehouden gedrag voor hun Hoog Mog. open te leggen. Ter voldoeninge aan die Aanfchryvinge van hun Hoog Mog., welke aan den Ondergeteekenden per U Wel-Edele Groot Agtb. Miffive, in dato 2? Maart 1777 is meedege- deeld, is dan ook den Ondergeteekende, na dat hy de no- dige ordres hadde getteld op fijn Commandement , her- waards overgekomen; en hem zyn vervolgens, met en be- neevens Copien der Bylaagen* welken aan de Memorie van klagten van den Heer Ridder York zyn gevoegt ge- weelt en in fig fouden moeten bevatten die foogenaamde autentuqde berigten , waar op lig de hier...”
3

“...- pen /ouden hebben uit geruft. Men neeme den Ondergeteekenden (die opgronden van eene gefonde redeneerkunde, overeenkomllig met de eerfte principe van het regt en de billykheid, vermeent te moo- gen beweeren, dat iemand, die iets fteld, fijn gepofeerde bewylen moet, vooral dan, wanneer daar by een ander be- ïchuldigel tyord van ongeoorloofde en ftrafbaare handelin- gen, handelingen van dien aart, dat fe, met de waarheid conform bevonden wordende, des-Befchuldigdens totale of gedeeltelyk ruïne dikwerf fouden kunnen na fig ïleepen, en dat niemand, wie hy ook zy, of in welken rang ge- plaattt, van die verpligting tot bewys gedispenfeert behoord a Zv2’ r°° men n*et W^’ ^at a^e feekerheid van elk lid der Menfchelyke Maatfchappye op loffe fchroeven gefteld worde, en een ieder in fijne eer, Goederen, ja felfs leeven, ial dependeeren van de capricieufe infimulatien van den «enen 01 anderen quaadaartigen of vcrkeerdelyk geinfor- meer-...”
4

“... (dan van welker invaliditeit llraks nader blyken lal) gehaalt fullen moeten Wot den. Dog dat ook in die authenticqjle berivten geene probatie gevonden word van die den Ondergeteekenden aangewreeven conniventie in het equipeeren of uitruften van ocheepen op St. Eultatius door de Americaanen, lal wel ras aan U Wel-Ed. Groot Agtbaare evident zyn, als men reguardeert, dat de Praefident Greathead felve in fijne riet1VC* ten 8eieifie van die quajï authenticqjle be- T ° Chriltophers op den 31 December 1776 aan }jeorge Germain heeft afgevaardigt, en waar van Ex- ïact door den Heer Amballadeur York aan hun Hoog Mog. is overgeleevert, ten deefen annex fub Num. 4., vol- mondig erkent, dat hoe leer hy lig niet ontfiet daar by in^i °i?- re §e,evet? van de NB. baarblykelyke adfiftentie* h.iland bt. Eultatius aan fijn Majelteits rebellcerende , eroaanen verleent; hy egtcr geen uitdrukkëlyk pofitif be- e i£t*>e'wys had gëkreegen 3 dat de Kaper (die hy even te voo- en fiy die Miffiye...”
5

“...( is ) bekent, dat een eenig Inwooner van het Eiland St. Èujla* ttus ïn eenig Vaartuig, met Commiflie van Noord-Ameri- ca vaarende, eenige portie of aandeel had. hoe feer Robert Boyd by Num. 8. v. I. Art r. av°ueert,dat twee Matroofen verteld hadden, dat de Doc- f°r van de Sloep, die de Brigantyn genoomen hadde, fou- de geiegt hebben, dat de helft van de gemelde Sloep op ket Eiland St. Euftatius toebehoorde, ioo fal het geene adüruftie nodig hebben om U Wel-Edele Gr. Agtbaare Je doen fien, dat die vertelling der Matroofen geene pro* batie kan opleeveren; foo, om dat die Matroofen* als zyn* de van de Equipagie van de genoómen Brigantyn, geen- lints geconfidei eert kunnen worden neutraal te zyn, als ooi dat die vertelling beruft op het hooren /eggen van den Doo tor die daar van meege geéne de minfte reede van feeker• hetd alle geert j eene vertelling in vago en fonder eenige be- paalde defïonatiebuiten en behalven dat, al was het waar gewceft gat ^ hejfte dier Sloep...”
6

“...( ïó ) biet ‘wéét; dat eéft van die tWèe voornoemde Vreemdelin- gen hem en het Gefelfchap aan Boofd informeerde, dat hy een Noord-Americaan was; &c. verklaafende die Mat- thews Murray verders, dat by hun aankomii op de Rhee» de van St. Eufiatius, en komende aan de zyde van een Sloep, aldaar ten Anker liggende, het Volk van gemelde Sloep quam toeloopen, en met den bovengemelde Vreem- deling fpraaken, welke daar op overluid aan den Depofant en fijne NB. twee Meede-Tajfagiers toeriep: Nu moogt gy allen weeten, wie ik ben. Ik ben Konfiapel van deefe Sloep > fy is een Amertcaanfche Kaper 3 genaamt de Baltimore He- ro> en is die geene, welke e enige daagen gelee den op deefe hoogte het lerfche Brigt genoomen heeft 3 (3c. Dog U Wel-Edele Gr. Agtbaare gelieven te remarquee-' ren dat deefe Bylaagen lub Num. n. al Weederom niets opereéren kan ter probatie van dit tweede Poind van be- fchuldiging ten lafie van den Ondergeteekenden, als men in aanfchouw neemt. a. Dat deefe...”
7

“...C 17 ) l^ur lettert. Of moet men door de iaafftgenoemcié wieH V e6c*e~i£‘a.(ïa&ers> aan welken die toeroeping gedaan j r?’ verttaan Perfoonen, onderfcheidert van die onbeken- fart\eemd*Jin&e71' dan is het feeker, dat, daar de Dépo- • 1 egt dat die Twee gedïftingueerde ‘Perfoonen hem onbe- Aj ,wjLen en hunne naamen met wiflj de andere TwEfe vv ftuT Pftfa&iers al*dan aan hem bekend moeten zyn ge- ee : dan vraagt de Ondergeteekende met reede* aar°m men je naamen van die bekende Perfoonen, die vvee Meede-PatTagiers, niet heeft opgegeéven, en wat de reecte Vs, waarom men by defelvén meede geene verklaa- ïng van déefe hiftoriette heeft ingewonnen? Immers daar toe tou dan geleegenheid zyn geweeft En derhalven moét t, loo de Ondergeteekende vertrouwt-, U Wël Edele 'oot Agtbaare van felve in het oog lóopen, dat de in- d!ïu v,an deeie depofitie is bezyden de waarheid, en dat I 1 eeae Van deefe geheimhouding der naamen Van die om T be^en^e Meede-Paflagiers geene andere kan zyn...”
8

“... uit dit niet fen dier Getuigen van de neeming van dat Brigantyn geen wettig argument foude te haaien zyn voor den Ondergeteekenden, om te betogen, dat die neeming niet gefchied is byna onder het bereik Van het Eiland St. Euflatius, nademaal het feer wel kan te faa- men gaan, dat de Americaanfche Kaper het Engelfche of Ierfche Schip op die hoogte kan hebben genomen, en dat egter die Getuigen, het zy ter faake van afweelent- heid of uit eenige andere oorfaake, die neeming niet heb- ben gefien; foo fy het den Ondergeteekenden, ter wegne- ming van dat raifonnement, gepermitteert daarentegen te remarqueeren, dat uit dit niet fen dier getuigen van de neeming van he.t gemelde Schip wei degelyk in cas fub- jeét foodanig door den Ondergeteekenden geargumenteerc kun en mag worden; in confideratie, dat ’er niet alleen van de zyde van den Heer Ridder York aan hun Hoog Mog. niet één eenig, veel min authenticqfe Berigt of Be- wys is overgeleevert, waar uit ne per milletimura quidem...”
9

“...( io ) Hoög Mog. en het Hof Van Groot-Brittar.nien fubfi(leer- de, te dremmen, en, foo mogelyk, te verbreeken. En hier tegen fal niets kunnen doen het i'chryven va® den Prafident Greathead aan Lord George Germain, in dato St. Chriftophers 31 December 1776, waar by hy të kennen geeft aan dien Lord, dat de neerning van de Bri- gantyn ‘dan het Eyland St. Chriftophers 'aas gefien ; want ( om niet flegts te remaaqueeren, dat dit fchryven alleenlyk be- ïuft op het voorgeeven van dien Heer Prsefident , fondet dat het felve door eenig het minde bewys is gecorrobeerr» en fonder dat men felfs de naamen, laat (laan dan de getui- genden der geenen, die foo fcherp frende geweed waaren, durft opgeven, foo dat om alle die reedenen op dat fchry- ven Van dien Praefident geen het minite reguard behoord te worden genomen) foo behoeft men geen Argus te zyn» om feer duidelyk te kunnen fien en ovenuigt te worden, dat al was de neerning van de Brigantyn van het Eyland St. Chriltophers...”
10

“...C ü ) dat het Schip de Andrew T)oriaj waar aan het gegeeven Salut geretourneert is geworden, door desfelfs uiieilyke gedaante by den Ondergeteekenden, ten tyde van het Con- tra-Salut bekend foude zyn geweeft voor eenen A nericaan* fchen Kaper, het geen egter de grondflag uitmaakt der be- fchuldiging, dat de. Ondergeteekende het Salut f’óude heb- ben^ weederom gegeeven aan de Americaaniche Vlag. Gaat men voorts na het gedepofeerde van die respective Getuigen, ten opfigte van het Salut en Contra- Salut, l'oo van als aan het gemelde Schip gedaan, ook daar omtrent fal weederom, loo al niet eene variëteit, ten minüen eene on- leekerheid der Getuigen oborieeren; wanneer men reguar- deert, dat daar James Fr af en John i'Dean en John Spier verklaaren, dat het Salut door den Americaan 'gefchiedde met elf Schooten > daarentegen John Trottman met eede beveiligt heeft, dat het Americaanfche Schip het Forc Orange heeft gefalueert met dertien Schooten. Wel is waar, dat men hier op...”
11

“... ^ r ( 23 ) . , . jJea” eJ J°hn Spiers word gefeid, dat daar het BrigaritVn; 'Dori& J Im hün befte geheugen elf Schooien q J er daarentegen maar nee gen Kanonnen van het Fort ïipnT^e 1^ aderden, waar na het gemelde Brigantyn nog opm ^h°c ^eetl: Jóbn'trottmèiii die gefegt word op het g melde Schip in eigen perloon geweeft te zyn, en by fijne epoline verklaart, dat het 4elve het Fort Oranje met der- ^VAihchooten heeft gefalueerr, erkent meede, dat, na eenige us cnenpofing, het bal ut door het voornoemde Fort is be- antwoord met NEEG EN Of ELF Schoot 6 tl. Fn ften U VVel-Fdele Groot Agtbaare in het Certificaat aoor Abraham Ravené, Commandant der Fortrefle en Mi- ute van St. Euftatiüs, op den eed by den aanvang fijner nediening gegeeven, in dato primo July 1777, ten deefen annex iub Num. 13., foo lullen defelve daar uit geconvin- yec-it moeten zyn, dat het Contra-Salut is gedaan met twee ocbooten minder, dan waar meede het Schip de Andrew T)o- la F°rt hadde ge...”
12

“... executie van defelven met alle mogelyke forge te vigileeren. Immers daar uit moet ten klaarden manifeiteeren,dat, daar het ver- bod van uitvoer naar die Colonien van fijne Groot-Brittan- nilche Majedeit lig alleen bepaald , tot de Ammunitie van Oorloge en daar het feeker is, quod exceptio finnet regulatn m exceptis en dat het geen niet verboodeh is bui» moet geoorlooft z,yn , dan ook allerleye andere buiten den uitvoer van Ammunitie van Oorlog > aan die van St. Eultatius met de Noord-Ameficaanfche Co- Jonien is open en vrygelaaten door hun Hoog Mogende; terwyl het teftens niet nodig fal zyn U YVel-Edele Groot: Agtbaare breedvoerig te doen lien, darde Oridergeteeken- de lig naar die ordres van hun Hoog Mog.,ten reguarde yan dien uitvocr van Oor logs- Ammunitie ,exabe uiterde nccurateffe heeft geicguleert, nademaal niet al* leen van het contrarie geene de minde preuves zyn ofim* raer fuilen kunnen worden te beide gebragt, maai* ook by de verhandeling van het...”
13

“...vc'vgoedinge van fchaaden , door gemelde Capture Ander- lints op gemelde Eigenaars gebragt, wierd toegelegt. , gemelde Antwoord van gedagte Heer Admiraal be- neisde ten befluite in fig eene klagte tegens den Perfoon v^n Abraham van Bibber; als óf del’elve aan feekeren Geor- ge Rails (gevoerd hebbende een klein gearmeerd Ame- ricamfch Vaartuig genaamd de Jenny ) eenig Manfchap van andere Americaanfche Vaartuigen, ter felver tyd met ge- joelde Rails te St. Euftatius op de Rheêde liggende , ter bemanning van genlelde Vaartuig foude gefourheert heb- nen, en als óf hy gemelden Rails uit de Rheede gefonden loude hebben, oni een Bark, toebehoorende aan het Eiland Antiqua, welke uit gemelde Rheede gezeild was, in Zee te volgen en te neemen; met byvoeging, dat fulks foude °pentlyk en fonder eenige verhinderinge van het Gouver- nement van St. Euftatius gefchied Zyn, en dat de gemelde Rails na het neemen van gemelde Bark (welke egter toen l?y is geraakt óf ten minilen hernoomen...”
14

“... van Gouverneur eii Raaden van. den 16 Juny 1777, Bylaage fub No. 3.0. 1 * Hier op vervoegde fig de Ondergeteekende aan gemelde Heer Admiraal Young by Miffive van den 17 der felve maand, met inllantelyk verfoek, dat fijne Excellencie den Ondergeteekenden geliefde te munieeren met de noodige en volleedige bewyfen tot foutien van meergemelde klag- ten tegen gemelden van Bibber, ten einde die faak na be- -looren te onderfoeken, en een overtuigende blyk te gee- ven, dat het Geregt van St. Euflatius dusdanige handelin- gen, eens beweefen zynde, foude ilraffen; met byvoeginge, op het geen den Heer Admiraal melde ten opfigte van de voorigc klagten tegens gemelde van Bibber wegens de Bal- timore Hero; dat indien de Eigenaar van de Brigantyn May behoorlyke bewyfen tegens gemelde van Bibber hadde kun- nen inbrengen, de Ondergeteekende fijne Excellentie toen ter tyd foude overtuigt hebben van fijne dispofitie, om de Schuldigen te flraffen, fóo als dit alles blykt uit Bylaage...”
15

“...iegegd hebbende; wierd andermaal -gearrefteert ëene &è» •folutie, dat gemelde van Bibber in civil Arreit foude bly- ven tot den ontfangït van gemelde Verklaringè (foo als blykt uit Bylaage, Extraél uit het Regiiter der Notulen* fub No. 13) welke Verklaringe den gemelden Heer Ad- rniraal tot huiden deefen dag toe niet goedgedagt heeft te ïenden. ........ _ I)e gemelde van Bibber bleef ihtuflchéh verfcheidene weeken in civile bewaaringe en telkens, wanneer den Raad vergaderde, liet hy lig aandienen met verfoek om voort te proccdeeren of ontilag; en vermits het thans een uit- gemaakte faak was, dat gemelde Bark niet onder het be- reik van het Gefchut was genoomen, foo quam^ het ’er maar op aan, of hy van Bibber gemelde Rails Manfchap foude gefourneert en uit de Rheede gefonden hebben , met orders om gemelde Bark aan te randen en te neemen; welk poinft afhing van het bewys dat men daar van té wagten had, en het welk hy volürckt bleef negeeren; tot dat eindelyk hy middel...”
16

“... weeten te vinden om te vlugcen; fon- der verders fig in te laten in eenig onderfoek nopens de bevoegdheid of onbevoegdheid Van fijne Excellenties Eifch van opleevering van fijn Perfoon; alhoewel den On- dergetekende, ondercorreéiie, denkt, dat, indien volleedig teegen gemelde van Bibber had kunnen beweefen worden, dat hy fig aan het geallegeerde teegens hem hadde lchul- dig gemaakt, fijne misdaden teegens den Staat, onder wiens Jurisdictie hy voor eenigen tyd gewoond hadde, moeiten gereekent begaan geweetl te zyn, en dat hy der- hal ven, in geval van volkoonien bewys teegens hem, op Sr. Euftatius, daar hy refideerde, moeite geftraft ge weeft zyn. De Ondergetekende beklaagde fig voorts in deefen Brief aan den gemelden Heer Generaal over de niet nakoomin- ge van des Admiraals Young beloften van namelyk de be- hoorlyke Bewyfen teegens meergemelde van Bibber ten fpoedigften te fenden, om den Ondergetekenden dus in ftaat te ftellen om die faak, fonder delay, te profequeeren...”
17

“... kun- nen duphceeren; het egter fcheen, als of den Ondergetee- kenden op gemelde Replicque fiil gefweegen hebbende daar door foude hebben beveiligt het geen men tegen den Ondergeteekenden van de kant der Engelfchen haddè voor- gewend, als of namentlyk de Ondergeteekende geen ge- hoor aan de^ klagten van de Bevelhebbers dier Natie wilde geeven, of daar eenige agt op flaan; waarentegen het den Ondergeteekenden maar te doen was (foo als uit fijn ge- heel gedrag en alle fijne antwoorden van tyd tot tyd op klagten gegeeven blykt) om behoorlyke en ordentelyke r uWi vCn te.8ei} Zoodanige Perfoonen, als nominatim be- lchuldigt wierden, en, ten opfigten van dusdanige hande- lingen, als men pretendeerde dat te St. Euftatius onder de Kooplieden daagelyks en opentlyk in fwang gingen, voor den Kaad te kunnen brengen; om dus met het firaffen van de Overtreeders (hun fchuld eerft volleedig beweefen zynde) een doorflaande blyk aan de onpartydige Waareld te geeven dat de haatelyke...”
18

“... fatisfadie haddé Kunnen erlangen; maar geen genoegfaame reeden, waarom y m het geheel van dat redres, Waar toe fy volgens het *egt der Volkeren geregtigd was, verltöóken is geweelU 1(30 als in het vervolg blyken fal, dat met deefe faak heefc plaats gehad. Om het narré van deefe gebeurtenis en handelwyfe in der ielver faamenhang te vervolgen, foo meld de Onder- getekende, dat ’er niets quam van gemelde herhaalde be- loften van redres aan gemelde Kooplieden, welke eindelyki verfcheidene maanden te vergeeffch daar op ge wage te «eoben) fig genoodfaakt vonden, om fig aan den Onder- getekenden by ampele Memorie over de geheele faak, ge- pielenteert, in dato den 4 October 1777, te addreffeeren, loo als blykt uit Bylaage No. 38. Het foude te wydloopig zyn, om den inhoud van ge- knelde Memorie hier te herhaalen, en daaróm neemt de ondergetekende de vryheid om hun Hoog Mogende tot gemelde Memorie te refereeren, en fal maar alleen hief me en* dat de gemelde twee Kooplieden daar in een...”
19

“... geen disput kon lyden, of het permitteeren of dulden, dat een Vaartuig en Laading, toebehoorende aan Ondeidaa- nen van een anderen Vriend-Mogendheid, en gebragt dooi Piraafen of Zeeroovers -onder, lijn Ed; Jurisdiélie, ac-aar ter plaatfe geroofd en geplunderd wierd (too als- uit het verhaal van het gantfche geval gebleeken is,:datr weelent- lyk in deefen gelchied is) een ongelyk was of met. kort- om dat de Ondergetekende lig thans aan lijn Excellentu. addreffeerde met verfoek van redres, en eenigeityd na u antwoord foude vvagten, voor en aleer hy. deele klagten verder foude' -poufleeren.. De Ondergetekende fond be- nevens den Brief Copie van gemelde Memorie, welke ge- fundeert is op alle de Stukken en Documenten,.relaut tot deefer faaken, zynde in handen van gemelde: twee Koop- lieden; die feedert , wanneer de Ondergetekende een iinaa antwoord van gemelde Generaal ontfing, dat yér geen ie- dres op was , verkoofen hebben om authentieque Copie van gemelde Memorie en gemelde...”
20

“...• ( 451 3 aeèfen, het welk niet was over dilay of fchaade eh 3epè= rdlement, in natura rei Veroorfaakt door foodanig dilay pr verkeerde addres aan deefen of geenen Chef, maar hier ln beitond, dat het Gouvernement van Tortola, niét te- gen (taande het wilt (foo als genoeg uit alle de Stukkenen ocumenten relatief tot deefe 1'aak blykt) dat het Eygen- om van Onderdanen van den Staat op eenë ‘Piratifche wyfe U°e> als de Generaal in gemelde laat lie Brief felfs bekend) van het Eyland St. Martin onder haar jurisdictie gebragt \vas; het lelve egter in haare bewaaringe of Cultoüie zyn- oe op dusdanige een onagtfaame vryfe had behandeld, dat iet lelve geplundert en gerootc was, iri plaats Van, vólgens et iegt der Volkeren, foo dra als de reclame van deri rdeer Heyliger van St. Martin en de Applicatie vari deri \ genaar haar ter handen geüeld was ( dat vróegtydig ge- oeggeichiede)het felve Eygendom behoorlyk tegensioodanig fen lc^aade van foo ven en plunderen te dekken en te be...”