| 1 |
 |
“... gedurigen aanwas
hunner geloofsgenooten, veroorzaakt eensdeels door de
sterke zeevaart, zoo van de Hollandsche schepen, als die
van de Deensche eilanden, en het aanzenden van mili-
tairen, mitsgaders door gestadige huwelijken en procre-
ëren van kinderen verwekt, van welke laatsten men reeds
tot in den derden of vierden graad telt, die zich alsnog
van hunne publieke godsdienst en de bediening der Sa-
cramenten, en dus verre van het zielverkwikkend erfdeel
zien verstoken.
//Daar integendeel die van de andere gezindheden, zoo
Roomschen als die van de Joodsche natie reeds vóór
lange jaren van de exercitie hunner religie hebben ge-
jouïsseerd, hetgeen onze gemeente niet alleenlijk harte-...”
|
|