| 1 |
 |
“... op de Morantsky-klippen aan , en
daarna op den oosthoek van Jamaica.
Op den middag, van Maandag den 4", stond ik met het
gegist bestek nog 15 mijl van den vuurtoren van Morrant-
point, waarop ik regt liet aansturen met 9 è 10 mijls vaart.
Eerst ten 3“ zag ik, door dat de lucht niet helder was, het
zeer hooge land van Jamaica, de Blue-mountains, en ten
5U den vuurtoren van Morrant-point, die een zeer hooge,
witte toren is, welke, ofschoon op een laag moerassig land-
punt geplaatst, zeer ver (ik gis wel 2 mijl) te zien is. In de
hoop dat welligt van Port-Morrant een loods voor Port-
Royal aan boord zoude komen , hield ik een oogenblik daar
op en neder, doch dit niet het geval zijnde, hield ik op
Jalley-point aan, en verkende zeer ver de witte klippen daar
even beoosten gelegen, genoemd: «the white horses.” Ook
dakr geen loods zich opdoende, liet ik met zons-ondergang
de zeilen vastmaken en met kleine vuren (des namiddags
2...”
|
|
| 2 |
 |
“... verkende toen den toren en de lage eilandjes zeer goed.
Toen wij tot des avonds 8U in den koers van N. O. door-
geloopen hadden en nu midden in den golfstroom moesten
staan, bepaalde ik den koers regt noord, hetgeen mij midden
’s vaarwaters hield, terwijl ik veronderstelde, dat de stroom
ons wel zooveel om de oost zoude zetten, dat ik zigt zou
krijgen van het vuur of met den dag van den toren op
Gunkey, tegenover het vuur van kaap Florida.
Noch in den nacht, noch in den volgenden morgen iets
gezien hebbende, begreep ik weinig oostelijken stroom te
hebben gehad; daarentegen bevond ik dat een noordelijke
stroom van 44' mij des middags van den 5", op 26° 26'
N. br. had gebragt. Daar de noordewind zoo stijf aanhield,
dat de langscheepsche zeilen zelfs niet altijd bij konden
staan, werkte het schip zeer zwaar in de steeds hooger
loopende zee, toen wij aan het einde van de Bahama-
bank het opper daarvan begonnen te verliezen. Kluifhout,...”
|
|