| 1 |
 |
“...
emancipatie moest daar, als overal elders, tot groote maat-
schappelijke schokken leiden. Het onbeperkt gezag, dat
de meesters zoo lang over hunne slaven, hadden uitgeoer
fend, ,en de gedwongen arbeid van dezen op de bezittingen;
nam plotseling een einde, en zoo groot was het wantrou-
wen van het Engelsche Gouvernement ten aanzien der ge-
voelens , welke de vroegere eigenaars omtrent hunne slaven
koesterden, dat men dadelijk, bij den aanvang van het
leerlingschap, een aantal bezoldigde overheden uit Engeland
naar de koloniën zond, ten einde in alle geschillen tusschen
meesters en leerlingen regt te spreken.
Aan de plaatselijke overheid werd de regtsmagt over de
negers ontnomen, en deze opgedragen aan mannen, geheel
vreemd aan de koloniën, en dus in staat het wantrouwen
der negers te over winnen.
Trots al deze voorzorgen, ontstond er echter in verschei-r
denc deden des lands nu en dan ontevredenheid; de par-...”
|
|