| 1 |
 |
“... veelal
6,50 tot 7,50 Meter gevelbreedte ; voor beneden- en bovenwoningen liefst minstens
7 Meter breedte. De bouwkosten bedragen zonder fundeering ongeveer 60 A 90
gulden per M* bebouwd grondvlak bij 2 verdiepingen of 7 10 gulden per M be-
bouwde ruimte.
Beneden- en bovenwoningen.
De indeeling is veelal als volgt:
Benedenwoning:
begane grond: '2 kamers en suite, met of zonder serre, keuken, privaat,en 1 of 2
kamers in achterbouw. Kelder beneden gang of keuken.
eerste verdieping in achterbouw met 1 of 2 slaapkamers, soms ook bergkamertje.
tweede verdieping in achterbouw met 1 of 2 kamers met zolder.
Bovenwoning: ,
eerste verdieping: 2 kamers en suite met of zonder veranda of serre, keuken, pri-
vaat en voorkamertje of cabinet. ,
tweede verdieping: 3 of 4 kamers, waarvan n veelal badkamer, privaat en zol-
derruimte, als de 3e verdieping niet aanwezig is.
derde verdieping : meidenkamertje en zolderruimte....”
|
|
| 2 |
 |
“... 15 M* zijn.
Begane grond. Schaal 1 : 300
X
Fig. 22.
Begane grond:
a. operatieka- mer.
b. bijkamer.
c. portaal.
d. arts en po- likliniek.
e. vestibule.
/ lokaal voor n zieke.
g- zaal voor 5 zieken.
h. veranda.
i. corridor.
k. privaten en urinoirs.
1. lokaal voor n krank- zinnige.
m. keuken.
n. bijkeuken.
0. waschlokaal.
p. badkamer.
9- badkamer v. een bijzon- dere zieke.
r. lokalen voor bijzondere zieken.
s. vestibule....”
|
|
| 3 |
 |
“...870
PROJECTEEREN VAN GEBOUWEN IN ONS LAND.
B. Bijgebouw, verbonden door overdekte open gaanderij met het hoofdgebouw
en bevattende :
1. eetzalen voor de patinten (met
veranda, kleedkamer) (b. g.).
2. eetkamer voor de geneesheeren
(b. g.).
3. eetkamer voor de pleegzusters
(b. g.).
4. eetkamer voor het dienstpersoneel
(b. g.).
5. keuken met bijkeuken en open
plaats (b. g.).
6. poets kamer (b. g.).
7. bergruimte (b. g., v. en z.).
8. slaapkamers voor het dienstper-
soneel (v. of z.).
9. privaten en urinoirs- (b. g. en v.).
10. provisiekamer (k. of s.).
11. brandstofruimte (k. of s.).
G. Woning-gcnceskeer-directcur al of niet verbonden met
D. Administratiegebouw, bevattende :
1. spreekkamer (b. g.).
2. kantoor b. g.).
3. kleine apotheek (b. g. of v.).
4. provisiekamer of bergplaats (b. g.
of v.).
5. lokaal voor microscopisch en bac-
teriologisch onderzoek (b. g. of v.).
1. groot waschlokaal (b. g.).
2. ontsmettingsovenruimte (b. g.):
3. bergplaats vuile en...”
|
|
| 4 |
 |
“... evenaar gelegen hebben het halve jaar van 21 Maart tot 21 Sep-
tember de zon in het Noorden, en het andere halve Jaar van 21 September tot 21
Maart de zon in het zuiden ; op 21 December en 21 Juni maakt zij den grootsten hoek
met de verticaal nl. 23$. Op plaatsen op het noordelijk halfrond binnen den noorder-
keerkring (d.i. op 23$ breedte) gelegen, staat de zon meer zuidelijk dan noordelijk;
op het zuidelijk halfrond omgekeerd meer noordelijk dan zuidelijk.
Aan den noorder- en zuiderkeerkring komt zij niet noordelijker of zuidelijker dan
het toppunt en wel op 21 & 22 Juni en 21 a 22 December. Buiten de keerkringen
blijft de zon, zooals reeds medegedeeld, in het noordelijk halfrond zuidelijk en in het
zuidelijk halfrond noordelijk. In het algemeen is dus een lengterichting van het huis
van oost naar west te verkiezen, daar de zon alsdan alleen de smalle zijden van het
huis treft.
Voor afschutting van de zon moet een huis in de tropen dus van alle zijden door
een afdak of veranda...”
|
|
| 5 |
 |
“...PROJECTEEREN VAN GEBOUWEN IN DE TROPEN.
Ligging en ruimte der vertrekken.
885
De kamers dienen ruim te zijn, minstens 5£ bij 6 M met luchtopeningen, die niet
onder de veranda uitmonden. Het slapen op een verdieping is aan te bevelen, indien
net dak naar behooren is aangebracht. Tot ongeveer 8£ uur s morgens en niet voor
uur f middags moet de zon den voet der muren van kamers beschijnen. Voor
slaapvertrekken is de morgenzon het beste, daar deze dan ongebruikt blijven. De
ingangen der vertrekken in malariastreken zijn aan de buiten of verandazijde zoo
mogelijk te voorzien van een muskietensluis, (d.i. een samenstel van twee deuren,
waarvan de eene gesloten blijft, wanneer de andere opengaat).
Vloeren.
Bij lichte gebouwen en vooral in moerassige lage streken doet men goed den vloer
zekere hoogte (1 1,5 M) boven den beganen grond te houden, hetwelk kan geschie-
den met behulp van gemetselde pijlers (fig. 1). Men ontgaat daarmede de vochtig-
heid van den grond en krijgt een...”
|
|