| 1 |
 |
“...COSMOGRAPHISCHE GEGEVENS. 3
5' e3lii"Xen mdat over de geheele aarde dag en nacht even lans- ziin
als de zon zich in een dezer beide punten bevindt nl. op 2122 Maart en 22 oq
r?r)- D P"nten.' ia het midden der bogen tusschen de equfnoxen geWen
yn de zonnestanden of solstitin. Bovengenoemde punten geven de standen &der
fs0n^\hafdeenietlnahetkmidadrgetfetaa"' ^ d' Sn" niet cirkelvorm g
4 'a V, het mldden staat, Zijn de jaarget jden niet van gelijken duur
Prl8e,um zUn die punten, waar de zon in haar schiinbere hewe
tege^f/ulfln'het1 dlahtst van de aarde verwijderd is. Het apogeum heeft plaits
H t Juli en het perigeum tegen 1 Januari. Hun verbindingslijn is dus tevens
pe/geut Hel^i^geuli^erplaa^st^zich^il'polti^zen^in^l'^'per jaa?g^e
'> "
nnHor^e7taBe Jan dJe 0I?derllnge verplaatsing van het lentepunt en het nerigeum
ondergaat de duur der jaargetijden een langzame verandering Pengeum,
en herfst.d6Ze PUnt6n Same da zijn lente en winter even lang, evenzoo zomer
Praecessie...”
|
|
| 2 |
 |
“...,
heeft men :
log a 1
lg a = log alg 10 = en log a = lg aloge = lg a T^T
1
waarbij log e = 0,434 294 48 en lg 10 t = 2,302 585 093.
In beide stelsels bestaan de volgende betrekkingen :
log of lg 1 =0
log of lg 0 = 00
log ab = log a + log b
log -g- = log a log b
log an = n log a
___- i , .
log a----------5- log a
log lAa* + b = log b log cos , waarbij tg =-g-
log J/^a* b* = log a + log sin , waarbij cos =-g-
De wijzer (index) of het aantal geheelen in de gewone logarithme van een getal, is
altijd 1 minder dan het aantal cijfers van dat getal. Het toevoegsel (mantisse), of
de decimalen in de logarithme van een getal met decimaalteeken,is gelijk aan dje
van hetzelfde getal zonder decimaalteeken....”
|
|