Your search within this document for 'damp' resulted in ten matching pages.
1

“... he,t b'j &assen als soortelijk gewicht aan te nemen het getal, dat het gewicht van de volume-eenheid voorstelt bij een warmtegraad van 0 en een drukking van 76 cM kwik. aoHtmS0S^tSlk§eWic,l,t een damP is dus volgens het bovenstaande gelijk aan en drukkingth6ld maal het soortelljk gewicht van lucht bij dezelfde temperatuur r,o?o6thalVe he^vlum? hangen ook de dichtheiden het soortelijk gewicht van de tem- t af' Verde^.lsude bewerking, enz. van invloed zoodat beide alleen ongeveer Zljn' Dlch*h?ld ?n soortelijk gewicht worden door gelijke getallen uit- gedrukt, wanneer men beide in water als eenheid uitdrukt. Algemeene werken : Mller-Pouillet. H. Abraham et P. Saxerdote R. Mollier. Prof. Bosscha. Thermodymanica : v. Dwelshauvers-Dery. Imelman, Kohnstamm, H. Lorenz. A. Madamet. Musil und Ewing. C. H. Peabody. M. Planck R. Rhlmann. H. J. Slijper, A. Stodola. R. H. Thurston. Walther und Rttinger. J. J. Weyrauch. G. Zeuner. H. J. Oosting. W. Schle. Electriciteit...”
2

“... van een hoeveelheid warmte is de groote calorie of W.E.; d.i. de hoeveelheid warmte noodig om 1 KG water 1 C. in tempera- tuur te doen stijgen en is gelijk aan 1000 kleine calorien, d. i. de hoeveelheid warmte noodig om 1 gram water 1 C. in temperatuur te doen stijgen. Daar deze warmte- hoeveelheid voor verschillende watertemperaturen niet geheel gelijk is, neemt men voor de normale calorie de temperatuursverhooging van 14,515,5 C. British Thermal Unit (B. T. U.) is die warmtehoeveelheid, noodig om 1 pound water van 39,1 F. op 40,1 F. te verwarmen. 1 B. T. U. = 0,252 groote calorien (W. E.) of 1 W.E. = 3,968 B. T. U. Kookpunt van verschillende stoffen (bij 760 mM druk). Het kookpunt van een stof is de temperatuur, waarbij de spanning van den ver- zadigden damp gelijk is aan 760 mM kwikdruk. Ter bepaling van wiet kookpunt van een vloeistof plaatst men den thermometer niet in de kokende vloeistof, maar in den ontwijkenden damp....”
3

“...386 NATUURKUNDIGE GEGEVENS. Bij de isothermische verandering van den gastoestand, waarbij het gas dezelfde temperatuur behoudt, of p. v = constant, wordt de arbeid p dv = p v = p v il=pvlg^- = 2,302 6 p v lg of ook v, Vi 2,302 6 p v lg - Bij de adiabatische verandering, waarbij de absolute temperatuur van het gas verandert van T, tot T, en het arbeidsdiagram wordt voorgesteld door pv^ = constant, is de arbeid p dv = p vk -- = p yk vk dv = P-^fv. 1k Vj vj v4 A = (p> P> v) of daar p, v, = R Ti en p8 v2 = RT2 A = k=T (T T*) of volgens bladz. 388 ook A -= 427 Cv (t, T.) alzoo evenredig met het temperatuursverschil. Verdamping van vloeistoffen. Verzadigde damp heeft bij onveranderlijke temperatuur een standvastige span- ning ; hij heeft tevens de grootste spanning, die hij in een open vat bij die temperatuur kan hebben. Als een vloeistof kookt, is de maximum spanning van den damp gelijk aan de drukking van de lucht in de omgeving, waarin de vloeistof...”
4

“...NATUURKUNDIGE GEGEVENS. 387 Verdampingswarmte. De verdampingswarmte van een vloeistof is het aantal W.E., dat noodigis om 1 KG der vloeistof tegen den constanten uitwendigen druk in, in damp van dezelfde temperatuur te veranderen. Dezelfde hoeveelheid warmte komt vrij, wanneer de damp condenseert. De verdampingswarmte is afhankelijk van de temperatuur, waarbij de verdamping plaats vindt. Verdampingswarmte van verschillende vloeistoffen per KG bij 760 mM druk: Ammoniak . . 294,21 W.E. bij 8 C. Aether 90,5 34,9 Aethylalcohol . ..... 202,4 78 Koolzuur .... 72,2 25 ,, .... 57,5 0 Kwikzilver . . . 3,7 62 .. 31 350 Salpeterzuur . . 115,08 108 Zwavelzuur . . 122,12 326 Benzol 94,4 Zwavel .... 362, Verdampingswarmte van water. Volgens Regnault is het aantal W.E. noodig om 1 KG water van 0 te doen over- gaan tot verzadigden damp van t of de male warmte van stoom bij t: 606,5 + 0,305 t Trekt men hiervan de warmte af noodig om l .KG...”
5

“...390 NATUURKUNDIGE GEGEVENS. brandstoffen bezigt men de calorimetrische bombe van BerthelotMahler, waar de verbranding met zuivere zuurstof geschiedt, terwijl voor gassen en ook voor vloeistoffen de gascalorimeter van Junker wordt gebruikt, waarbij de verbranding in vrije lucht plaats heeft. Bezitten de brandstoffen waterstof, dan zal deze bij de verbranding in den vorm van waterdamp met de verbrandingsproducten ontwijken. Bij afkoeling op de begintemperatuur zooals in den calorimeter, gaat deze water- damp in verzadigden toestand en ten slotte tot water over, waarbij hij de verdam- pings- en vloeistofwarmte afgeeft, zoodat deze in de verbrandingswarmte zijn be- grepen. Bij de verbranding voor technische doeleinden ontwijkt evenwel de ge- vormde waterdamp met de rookgassen tengevolge van de hooge temperatuur dezer gassen en moet practisch de zuivere verbrandingswarmte (bovenste verbrandings- warmte) met de verdampingswarmte van het water worden verminderd om de z.g...”
6

“...394 NATUURKUNDIGE GEGEVENS. Benaderend kan het gewicht van gemiddeld vochtige lucht volgens H. Fischer gesteld worden op : g = 1,3 0,004 t KG/M*. Watergehalte van de lucht: 1 M* lucht van t C. bij S mM spanning van den water- damp bevat 1 293 S S G = 3 4 5 */--'-- = 0,001 063 ----- KG water in dampvorm. '8 (1 + t) 760 1 + t . ' Gegevens betreffende electrische verschijnselen. Wetten van den electrischen stroom : 1. Wet van Ohm : _ , , E electromotorische kracht De stroomsterkte I = -5- som der weerstanden " 2. Wetten van Kirchhoff : o. Bij een stelsel geleiders is in elk aansluitingspunt de algebrasche som der intensiteiten van de aan dat punt samenkomende stroomen gelijk nul of s I = 0. b. In een stelsel geleiders, die een gesloten figuur vormen, is de algebrasche som der producten van intensiteiten en weerstanden gelijk aan de algebrasche som der electromotorische krachten of I E = e E. Uit a en b volgt, dat bij verdeeling van den stroom in takken, waarin geen...”
7

“...VERBRANDINGSMOTOREN. 801 S* L7.T',nM -h*1 "*h""h *** - De grootte van ten gemiddelden gendiceerden druk Pi hangt van vele omstandiv- eden af, zooals compressie, spanning, vorm van de voi>hindsn.: * ? Gasmotoren. Ai>fegasC^iVerbrand^ngswaardr4^500Vtot ' gebruikte mengsel* TR ^ ST M* Lt beperkte hoeveelheid lucht en waterdamp doorheen geblazen w?rdt Sen grootendeels tot koolzuur, waarvan het meerendeF^^ w ^ verbranden i:edkoTenggadat SSf £r straling en aan aschbestanddeelen In het allernet he tUUI brenge?- door uit anthraciet van 5 tot 20 mM korrelgrootte zden mei? vor,de brandstof ook bruinkoolbriketten, turf, houtafval enz k e m de laatste jaren o~ " - ta* damp, soms zelfs geheel geen water gaS yerelscht veei minder water- den moto"**6 gaSreinigerS rekent men 15 20 L water voor elke IPK van cokesgIfongevf\TsaordWEen het^inkoTen ngeveer 1 250 WE, van het De verhouding van*h^S^tcSm^ ngeVeer 1100 WE Per voor anthracietgas 1 vol. dl. op 1,1 dl. lucht ,, cpkesgas...”
8

“... zwavelzure ammoniak 20 ,, chloorammonium 1 L water. Het verzinkt ijzer kan niet gesoldeerd of sterk gebogen worden ; verf hecht er zich zeer slecht op. Vertinnen van ijzer. Het vertinnen kan evenals bij het verzinken geschieden in het bad van gesmolten tin; het voorwerp wordt eerst met chloorzink bestreken. Het galvanisch vertinnen geschiedt in het volgende bad : 100 gram pyrophosphorzure natron 10 tinchloruur (tinzout) 10 L water. Bruneeren van ijzer. Hierbij wordt het ijzer blootgesteld aan de inwerking van oververhitten water- damp bij roodgloeihitte. De oppervlakte wordt hierdoor met een laagje ijzeroxy- duloxyde bedekt, dat zich zeer vast hecht. Emailleeren van ijzer. Hierbij komt eerst een mengsel van veldspaat, kwarts, borax en klei in poeder vorm op het ijzer, waarna het sterk wordt gebrand. Daarna brengt men het eigen" lijke email aan, bestaande uit silicaten van tinoxyde en wordt het voorwerp ver" hit, totdat het email smelt. Zwarten van ijzer. Bij een...”
9

“...LOCALE VERWARMING. 959 voorkomt de vorming van kooloxyde, ook bij getemperden luchttoevoer De warmteoverdracht geschiedt door circulatie, veelal achterwaarts, dan beneden- waarts en daarna bovenwaarts in den schoorsteen. Bij de nieuwere systemen zijn de nadeelen van groote wrijving en roetafzetting ten gevolge van die circu- latiegangen ondervangen door het maken van een dubbelen wand om den brand- stoftrechter, waardoor de verbrandingsgassen circuleeren en dus in den schoorsteen worden afgevoerd. Verwarming met gas. Hierbij gebruikt men veelal het lichtgas der gas- fabrieken, hetwelk met lichtende of niet lichtende vlammen ontstoken wordt in kachels voorzien van warmte- opnemende en uitstralende stoffen of van reflektoren. 1 M* lichtgas levert 5 0005 500 WE. Lichtende en niet lichtende vlammen geven practisch bij gelijk gas- verbruik gelijke warmte. De afvoergassen moeten een temperatuur hebben van 7090 C om het bij de ver- branding ontstaande water in damp mede te...”
10

“...ELECTRISCHE VERLICHTING. 1035 koop in gebruik, daar het stroomverbruik gering is nl. ongeveer / tot Watt per NK. De Cooper-Hewittkwikdamplampen worden gemaakt van 16 tot 10 000 NK en hebben een egalen lichtbundel. Zij kunnen alleen bij gelijkstroom branden onder een spanning van minstens 50 Volt (de kleinste), ofschoon zij een hoogere spanning noodig hebben om te worden ontstoken, hetgeen geschiedt door een zgn. extrastroom door een zelfinductiespoel in de lamp opgewekt. De priis der lampen is f 7090. Een gelijksoortige lamp is de kwikdamplamp van Aron, welke voor 40 Volt spanning is vervaardigd. De lichtsterkte der lampen neemt niet met den brand- duur af,'welke op 2 000 uren kan worden gesteld. De prijs is ongeveer f 45. Een bijzondere soort van kwikdamplamp is de kwartslamp, waarbij de kwikboog omgeven is door een buis van bergkristal, in plaats van glas, waardoor de tem- peratuur van den gloeienden damp kan worden verhoogd en het licht tevens meer in een witte...”