| 1 |
 |
“... 7eel?J afznderlijk gebouw met overdekte gang aan het
VberSkkTnv'^vben deni Y??r e]ken leerllng minstens 4 M* oppervlak, liefst 5 M>.
stof te voorkomen yl lth torgament of linoleum. Zij mag niet veeren om
turners^ziirfe dnTlmif1* ,ZijV5 M lang' 7*5 M breed en 5 M hoog. Voor 50
turners zijn de doelmatige afmetingen 22 x 11 x 5,50 M tot 25 x 12,5 x 6,50 M
gy nm ast ie klo k a aT ^ v p rdn b re'kb a ar te ma^eQ van uit het schoolgebouw en het
de^Dellolaats ti wandelgangen langs de muren of wel gedeelten van
op mWen8 v^nnJLiuk A Ftte dezer overdekte plaatsen te berekenen
bijv on rM eerlm?- De bodem van de speelplaats moet droog en vast zijn
St* k?ei te t?LZnand Welke te beIeggen me een laag oude klinkers, welke '
breneemen nndei ee^oM^ --enfWaar0Ve,r een laag grof kiezel dik 5 cM. Verder
brenge, men onder een afdak en of meergelegenheden aan om de handen te wasschen. >
vlak van 0 40 tnF 1^0^. de speelplaatsen bij de gemeentescholen een opper-
viax van 0,40 tot 1,00 M* per leerling...”
|
|
| 2 |
 |
“... evenaar gelegen hebben het halve jaar van 21 Maart tot 21 Sep-
tember de zon in het Noorden, en het andere halve Jaar van 21 September tot 21
Maart de zon in het zuiden ; op 21 December en 21 Juni maakt zij den grootsten hoek
met de verticaal nl. 23$. Op plaatsen op het noordelijk halfrond binnen den noorder-
keerkring (d.i. op 23$ breedte) gelegen, staat de zon meer zuidelijk dan noordelijk;
op het zuidelijk halfrond omgekeerd meer noordelijk dan zuidelijk.
Aan den noorder- en zuiderkeerkring komt zij niet noordelijker of zuidelijker dan
het toppunt en wel op 21 & 22 Juni en 21 a 22 December. Buiten de keerkringen
blijft de zon, zooals reeds medegedeeld, in het noordelijk halfrond zuidelijk en in het
zuidelijk halfrond noordelijk. In het algemeen is dus een lengterichting van het huis
van oost naar west te verkiezen, daar de zon alsdan alleen de smalle zijden van het
huis treft.
Voor afschutting van de zon moet een huis in de tropen dus van alle zijden door
een afdak of veranda...”
|
|