Your search within this document for 'opera' resulted in two matching pages.
1

“... denvoomaamsten schouw- burg moeten wezen 8 k 10 % der bevolking. Een gebouw voor 900 toeschouwers zal ongeveer 50 M lang en ongeveer 30 M breed moeten zijn en hoog boven de straat. De inrichting van de schouwburgen hangt veel af van den aard der op te voeren voorstellingen. De eischen zijn vooreen opera geheel verschillend van die voor een comedievoorstelling.Moet nl. de orkestruimte voor een opera zeer groot zijn, voor een tooneelvoor- stelling is zij geheel overbodig, ja zelfs hinderlijk. De nieuwe Neder-Oostenrijksche schouwburgwet van 14 Maart 1911, bevat omtrent den bouw en de in- richting van schouwburgen, varits, circussen, enz. bepalmgen, waar- uit het ondervolgende gedeeltelijk ontleend is. Onder theaters worden verstaan gebouwen met tooneel- en toeschou- wersruimte, waarbij' het tooneel is ingericht met boven- en ondermachi- nerien en een tooneelzolder en ondertooneelruimte bevat, terwijl ook theaters in den zin der wet vallen, wanneer zij slechts een...”
2

“... tooneel. Hiervoor zijn volgens de Oostenrijksche wet minimum maten opgegeven (fig 30) welke zoo zijn bepaald, dat de ruimte eenigen tijd de zich ontwikfcTende rooSas^n openenn^o0okMeppen^Ure detijd Va nederlaten van het brandscherm en het Een tooneel voor opera- en groote tooneehverken behoort volgens den heer J J Pnntsmo breed te zijn 2530 M, diep 1822 M en hoog van tooneelvloer tot zoldering 24_30M Onder den vloer een diepte te laten van 69 M en boven de Llderinglen hoogte van 46 M. Achter de tooneelruimte behoort dan nog te zijn een z.g. achtertooneel 1012 M diep, 1416 M breed ep 810 M hoog. Inrichting van het tooneel. Voor opera- en groote tooneehverken behoort volgens den heer Poutsma de tooneelruimte te omvatten 100_________125 trekgelegenheden voor getimmerde of ongetimmerde achter- doeken, togen, friezen, plafonds, hersen, enz. De tooneel- Fig. 30. vloer moet bestaan uit bepaalde plans met verzinkingen en S willekeur aan elkaar te koppelen z, dat een z.g. zinlduik...”