| 1 |
 |
“... door den eleetrischen stroom ontleed worden, noemt men
electrolyten; de geleiders, welke den stroom toevoeren, noemt men electroden.
De anode is de positieve en "de kathode de negatieve electrode.
De ionen zijn de bestanddeelen, waarin de electrolyt gesplitst wordt en geacht
worden reeds vooraf in de yloeistof aanwezig te zijn. Zij bezitten een clectrische
lading, waaraan de electrolyten hun geleidingsvermogen te danken hebben. Positief
geladen ionen noemt men kathionen, negatief geladen ionen heeten anionen. De
metalen en ook waterstof zijn steeds overbrengers van positieve electriciteit of
kathionen, van de niet-metalen gaan chloor, broom, jood en fluoor steeds in tegen-
gestelde richting van den ontledenden stroom m. a. w. zij zijn anionen. Tot deze
behooren ook de zuurresten S04, POt, NOi, enz. en de hydroxylgroep OH der basen.
Wet van Faraday. De aan een electrode vrijkomende gewichtshoeveelheid van
een element of verbinding is evenredig met de electriciteitshoeveelheid...”
|
|