| 1 |
 |
“...:
1 = Vfd(2a + d)
Daar a veelal 3 4 4 d is, wordt
1 = 11/4 4 11/2 d.
practisch 2 4 2,5 d.
Verbinding door middel van n laschplaat (fig. 5):
Is S' de dikte van de laschplaat; p het aantal bou-
ten in de eerste en Pn in de laatste rij, dan is
i=lx }>-Pd.
b Pn d
E Ti r.
Bij twee laschplaten (fig. 6):
Is het aantal bouten berekend tegen afschuiving
= n' en tegen stuk n", dan zal
n" > n' als
d > 1,2 S
Fig. 6....”
|
|