Your search within this document for 'strepi,kompas' resulted in two matching pages.
1

“... zien, al is het dan nog onvolkomen, dat tusschen de verschillende hemel- lichamen van ons zonnestelsel bestaat. Ook is er een ander meer praktisch verschijnsel, waarmede zij in verband moeten gebracht worden: het kompas. Wees zoo goed daarnaar te hooren uit achting voor het door den magneet bewogen kompas, waarnaar de zeeman zijn koers richt als zon en sterren zich voor zijn oog bedekken en zonder hetwelk evenzeer als in de eerste eeuwen der beschaving de scheepvaart tot kustvaart zou bepaald zijn, en de handel zich niet zou hebben kunnen uitbreiden om nu ook, gelijk lucht en water damp de warmte gelijkmatiger verspreiden, alle menschen min of meer te doen deelen in de goederen der aarde waar zij ook mogen gevonden worden. De magneet dan is een stalen lichaam in zulk een langwerpigen gepunten vorm dat het duidelijk zijne richting aanwijst en dat door strijken met een zeker ijzererts, den magneetijzersteen, of ook op andere wijze, door wijlen den Raadsheer Elias, wiens...”
2

“...— 29 — De wijze te ontvouwen hoe de sterkte der kracht genieten wordt, waarmede de aarde op den magneet werkt, zou ons te ver voeren; wij bepalen er ons toe dat die kracht ook over de aarde toe en afheemt, dat wij ook weder de plaatsen alwaar de kracht even groot is door lijnen van gelijke kracht kunnen vereenigen. Het sterkst is die werking in het noorden van Azië, twee en bijna driemaal zoo groot als op St. Helena, alwaar ze een weinig geringer is dan in onze koloniën. Die sterkte van het magnetisme moet ook voor de praktijk nauwkeurig bekend zijn maar valt niet zoo onmiddellijk in het oog. Hieromtrent bepaal ik er mij toe op te merken dat een kompas te moeielijker te compenseeren valt naarmate of de sterkte van het aardmagnetisme geringer is of storende omstandigheden zijn wer- king meer verzwakt. Uit het bovenaangevoerde blijkt dat de zeeman uitvoerige kaarten bij zich moet hebben om met behulp daarvan uit de standen van zijn kompas het ware noorden en dus ook den...”