| 1 |
 |
“... den gewonen
wind. Maar al verandert de richting niet veel, toch verandert de
sterkte; overdag klimt zij tot het dubbele en steeds komt in den
morgen koele lucht de warmere vervangen. Eeeds op eenigen
afstand van de kust doet zij zich vroeg gevoelen; allengs nadert
zij die, dan breidt zij zich omstreeks 9 en 10 uren over het
land uit
Ware dit niet het geval, dan zou het onderscheid tusschen de
temperatuur van middag en morgen of avond nog grooter zijn,
veel grooter dan in onze breedten.
Er is nog een andere reden. Met de lucht stijgt ook water-
damp, zeer veel waterdamp naar boven. Om gevormd te worden
heeft die, wij zeiden het reeds, een groote hoeveelheid warmte
aan de oppervlakte, waar hij ontstond, ontrokken. Wij herinneren
er slechts aan dat 1 kilogram waterdamp, zooals wij dien uit
onze theeketels zien opgaan, meer dan 100 kilogrammen water
5 graad zullen kunnen verwarmen, dat dus omgekeerd, aan een
honderd maal grootere hoeveelheid water 5, aan lucht 20 graden
bij...”
|
|