Your search within this document for 'karakter' resulted in three matching pages.
1

“...- standen aan de oostkusten der werelddeelen vermeldden: zeven millimeters verschil in drukking te Buenos Aixes, elf millimeters verschil op Decima en voor het binnenste der continenten is het verschil nog grooter. De algemeene richting der winden wordt daardoor zeer ge- wijzigd en in grootere mate gewijzigd dan zulks eiken dag aan de kusten plaats heeft. Zulke gewijzigde winden noemt men moes- sons, die een ander droger karakter hebben voor zoover zij van land naar zee waaien, een natter karakter als zij van den Oceaan uitgaande den waterdamp over die landen verspreiden. Hierin zijn nu aan- merkelijke wijzigingen, maar over het algemeen spreekt men in onze koloniën van den drogen en den natten moesson. In den laatsten is de hoeveelheid regen drie, vier tot tienmalen grooter dan gedurende den eersten, vooral als de vochtige lucht tegen hooge bergen wordt opgevoerd en door de opstijging even als door de op de toppen der bergen heenvloeiende koudere luchtstroomen verdicht worden...”
2

“...— 24 — de frissche Z.0. wind. Een meer warme westelijke wind vervangt hem overdag en geeft een bepaalde richting aan den noordelijken en ’s avonds aan den zuidelijken stroom. De ochtend wordt droevig aangekondigd als het ’s avonds met weinig onweder en weinig wind veel geregend heeft. In plaats van een helderen hemel met een enkelen cirrus te aanschouwen, ziet men nevel, mist of stof- regen. Soms is het alsof men in een wolk staat. In het Zenith ziet men slechts banken van cumuli of nimbi. De kruinen der bergen zijn voor het oog verborgen; geen frischheid gevoelt men, noch binnen noch buitenshuis, waartusschen bijna geen verschil in temperatuur is, evenmin als tusschen de temperaturen van den natten en den droogen bol; zoo nat en vochtig is het. Wel hoort men gewoonlijk het rollen des donders, maar toch heeft de regen een geheel ander karakter dan in de twee andere seizoenen. Na het onweder begint het zacht te regenen, soms houdt de regen geheel op. De lucht is dan...”
3

“... hoeveelheid der maand, omdat hier de hoeveelheden op zondagen gevallen in het eerste tiental jaren niet medegerekend zijn. In Januari en Februari zijn de hoeveelheden des vóór- en des namiddags bijna gelijk, in- alle overige maanden klimmen de eerste slechts tot de helft of ralfs nog niet tot een derde; hetgeen duidelijk aantoont dat de regens in de eerstgenoemde maanden en ook nog gedeeltelijk in Maart en December een ander karakter hebben en niet zoo hoofdzakelijk van onweders afhangen. 'Windsnelheid Windrichting 1866—1874 1876—1880 zonder op de richting te letten. Onweders. Januari W. 12,42'Z. 4.47 92 Februari » 0° 59' Z. 4.23 76 Maart » 13° 12' N. 3.55 79 April » 25° 23' N. 3.24 80 Mei » 42° 56' N. 3.52 65 Juni » 42° 7' N. 3.24 44...”